In Midden-Europa overvloed aan managers van laag niveau

Bedrijven in Midden-Europa blijken ten minste twee maal zoveel managers en vakmensen in dienst te hebben als vergelijkbare bedrijven in de Westerse wereld. Maar er bestaat een enorme schaarste aan managementkwaliteiten en -ervaring.

Veel managers in Midden-Europa hebben een uitstekende opleiding genoten; de technische scholen in Midden-Europa zijn van hoog gehalte. Maar deze mensen hebben hun hele loopbaan doorgebracht als bureaucraten. Ze hielden zich bezig met het opstellen van voorschriften of eindeloze rapporten of het voeren van onderhandelingen met het ministerie en de centrale planners over quota's, produktiedoelstellingen, toekenning van overheadkosten en prijzen.

Of zij hebben carriere gemaakt als 'regelaars': opsporen van beloofde onderdelen die niet zijn aangekomen; scharrelen om wat extra materiaal, wat extra voedsel * r hun personeel of buitenlandse valuta om een werktuig uit het buitenland te kunnen betalen.

In feite was het zo dat hoe kundiger iemand was hoe meer kans hij of zij had te worden overgeplaatst om ergens papierwerk te doen of zaken te regelen en daar vervolgens werd gehouden.

In een Stalinistische economie is er geen grote vraag naar vaardigheden die nodig zijn om een bedrijf te runnen. Het Stalinisme is vertrouwd met het bijhouden van rapporten, maar niet met kostenanalyse of kostenberekening. Financieel management van welke aard dan ook is volmaakt afwezig. Maar dat is ook het geval met het vaststellen van prijzen, marktonderzoek, marketing en produktvernieuwing, produkt- en consumentenservice en kwaliteitscontrole. In het ontwerp van de beide Oostduitse auto's Trabant en Wartburg heeft zich sinds het midden van de jaren zestig, 25 jaar geleden, geen belangrijke verandering voorgedaan.

Forensen

De mensen met ervaring en vakkennis zijn zo zeldzaam dat de Commerzbank, de op drie na grootste bank van West-Duitsland, niet eens probeert om Oostduitsers te vinden voor de filialen die worden opgezet in iedere Oostduitse stad van enige omvang. Er wordt Westduits personeel aangesteld dat anderhalf tot twee jaar op en neer zal reizen totdat de Oostduitse vervangers zijn opgeleid.

In heel Midden-Europa wordt fanatiek vakkennis verworven. In Hongarije is bij voorbeeld in Boedapest een management-centrum geopend waar in het Engels wordt lesgegeven. Vakkennis kan soms ook van buitenaf worden betrokken.

De schaarste aan mensen met de vereiste managementkennis en vakkennis in Oost-Europa is een zeer groot probleem. Maar het zou overkomelijk moeten zijn, zeker over enige tijd. Oneindig veel moeilijker, maar ook oneindig veel essentieler, zal de vereiste revolutie in de managementcultuur van Midden-Europa zijn. Het betekent het ongedaan maken van veertig jaar verkeerde waarden, verkeerde motivatie en verkeerd beleid.

Veertig jaar lang mocht niemand in een Stalinistisch land de waarheid rapporteren. Een oud verhaal uit de Sovjet-Unie dat teruggaat tot de beginjaren van het Vijfjarenplan, zestig jaar geleden gaat over een manager van een fabriek die een accountant nodig had. Hij vroeg aan iedere sollicitant: 'Hoeveel is twee plus twee?' Hij gaf de baan aan degene die antwoordde: 'Hoeveel wilt u dat het is, kameraad manager?' En dat is nog steeds het goede antwoord, ondanks glasnost en perestrojka. Er is geen andere verklaring voor de huidige voedselschaarste in de Sovjet-Unie dan dat de gunstige rapporten van de afgelopen herfst over recordoogsten waren wat Moskou 'wilde dat ze zouden zijn'. En de regimes van Centraal-Europa, met name de voorstanders van de harde lijn in Oost-Duisland en Tsjechoslowakije, waren op economisch gebied nog Stalinistischer dan de Russen en ze bleven langer Stalinistisch. Hoe kan men verwachten van mensen dat ze nu de waarheid spreken als veertig jaar lang iemand alleen carriere kon maken als hij bereid was te liegen en zich te laten voorliegen.

In een Stalinistisch systeem worden de beslissingen op het hoogst mogelijke niveau genomen. Wat men gaat maken en hoeveel, hoe het produkt eruit moet zien, en wat het moet kosten, ligt allemaal vast in het Plan.

Dit alles wordt op hoog niveau besloten met een minimum aan inbreng van de mensen die worden verondersteld het Plan dan uit te voeren. Deze mensen kunnen het Plan saboteren en dat gebeurt ook. Maar zij kunnen geen beslissingen nemen. Als gevolg hiervan is niemand gewend beslissingen te nemen, men heeft er geen ervaring en bedrevenheid in. Niets maakt mensen in communistische landen zo bang, volgens bezoekers, als te worden gevraagd een beslissing te nemen. Zij worden verlamd door de angst een fout te maken. Ze houden eindeloze vergaderingen, verzoeken om meer studies en vinden uiteindelijk een goede reden waarom iemand die hoger is de verantwoordelijkheid moet nemen.

Maar de kern en de kracht van de markteconomie is dat de beslissingen dicht bij de markt en de klant worden genomen, helemaal tot aan de vertegenwoordiger toe, die beslist of hij zal stoppen om zich in te zetten voor een uitzichtloze opdracht en de opzichter die beslist of hij het produktieproces zal stilzetten om een storing te corrigeren.

Maar waar moeten de mensen vandaan komen die de middelgrote ondernemingen kunnen leiden? Het Stalinisme kan dan toestaan dat een boerin wat appels verkoopt op een handkar. Het staat geen middelgrote bedrijven toe. Wil een onderneming effectief worden geleid, dan moet die groot of buitengewoon groot zijn.

Er bestaat een enorm ministerie met tienduizenden werknemers dat centraal alle machinefabrieken runt. Er is de Kombinat, slechts weinig kleiner, de grote houdstermaatschappij die centraal alle kledingfabrieken in het land leidt. En dan zijn er de grote concerns waarvoor het Stalinisme een speciale voorkeur heeft. De voormalige Bata schoenenfabriek in Zlinn in Midden-Tsjechoslowakije tot de Tweede Wereldoorlog de meest efficiente en winstgevende schoenenfabrikant ter wereld maakt nog steeds schoenen. Maar het concern omvat nu ook een tiental volkomen branchevreemde bedrijven zoals machine- en vliegtuigfabrieken.

Als de ondernemers die nodig zijn zich zouden aandienen, zouden zij dan hun gang kunnen gaan? Na veertig jaar Stalinistische indoctrinatie bestaat er een diepgeworteld vooroordeel tegen zulke mensen. Dat ze proberen winst te maken is al erg genoeg, maar wat nog veel erger is, zij zijn onafhankelijk. En veertig jaar lang zijn onafhankelijke mensen in feite verschoppelingen geweest. 'Zij willen allemaal het kapitalisme', zei een Belgische industrieel die net terug was van een lange reis door Hongarije en Oost-Duitsland. 'Maar zij willen geen kapitalisten, zij willen functionarissen.' Wat is een markteconomie? Er is tenslotte nog een probleem met betrekking tot de managementcultuur dat zelfs nog groter is dan de tot dusver besproken problemen: het ontbreken van enig begrip voor de gang van zaken in de vrije onderneming en de markteconomie.

Een Amerikaanse marketingexpert bezocht het afgelopen voorjaar het kleine Tsjechische provinciestadje waar zij was geboren en getogen en dat zij 22 jaar geleden, net van de universiteit, verliet toen de Russische tanks de 'Praagse lente' verpletterden in 1968. 'Men vroeg mij onmiddellijk een seminar over marketing te houden voor de topmensen van de vijf grootste fabrieken van de stad', vertelde ze. 'Ik begon met hun te vertellen hoe ons bedrijf in de Verenigde Staten opereert. Wij hebben 2500 werknemers en zijn nummer drie op een kleine maar zeer concurrerende, snel fluctuerende markt. Ik besefte al gauw dat mijn gehoor er niets van begreep.

Dus stopte ik en zei: 'Ik heb het gevoel dat u een concurrerende markt definieert als een markt waar de prijzen hoog genoeg worden gehouden zodat iedere concurrent een goede winst kan maken.' ' 'Ja precies', zeiden ze allemaal. 'Tenslotte moet een bedrijf winst maken in een markteconomie.'

'Nee', zei ik, 'in een markteconomie moet een bedrijf winst verdienen.' Ze keken allemaal zeer verbijsterd.' Heel weinig mensen in Midden-Europa, als ze er al zijn, geloven nog in het communisme als een politiek, sociaal, economisch of ideologisch systeem. Zij willen politieke vrijheid. Zij willen de inkomens en de goederen die, zoals zij weten, alleen een markteconomie kan verschaffen. Maar weten zij ook en hoe zouden zij in staat zijn om dit te weten dat er in een markteconomie geen 'winst', maar alleen 'winst en verlies' is; geen beloning, maar alleen 'risico en beloning; en dat vrijheid niet alleen de afwezigheid is van belemmering, maar ook zelfdiscipline en verantwoordelijkheid.

Peter F. Drucker is professor in de sociale wetenschappen aan de Claremont Graduate School in Californie.

Vertaling Loes Vonk

    • Peter F. Drucker
    • de Wereld Volgens Drucker