Gierzwaluwkuiken helpt jonger broertje of zusjeuitbroeden

Nieuwzeelandse biologen zijn een in de vogelwereld unieke vorm van kinderarbeid op het spoor gekomen. In de tamelijk onherbergzame Chilagoe Savanne in Australie blijken gierzwaluwen hun oudste nestkuiken in te schakelen om een volgend, drie tot vier weken later gelegd ei te helpen uitbroeden. Pas als het oudste jong, na zo'n zeven weken in het nest gevoerd te zijn, uitvliegt, komt het tweede kuiken uit het ei. Zo'n broedstrategie was tot nog toe onbekend.

Verrassenderwijs blijkt dezelfde zwaluwsoort, Aerodramus spodiopygius, op de Fiji eilanden waar een rijker voedselaanbod is, wel een 'normaal' gezinsleven te leiden, waarbij twee kuikens samen worden grootgebracht. Volgens de onderzoekers, Michael Tarburton en Edward Minot van de Massey Universiteit van Nieuw-Zeeland, gaat het om ecologische aanpassingen. In de savanne is het insektenaanbod te schraal en te wisselvallig om twee nestjongen tegelijk te kunnen onderhouden. Bovendien duurt het insektenseizoen, dat gebonden is aan de regentijd, maar drie maanden, te kort om een tweede legsel groot te brengen. Vergeleken met zangvogels van dezelfde grootte maakt de gierzwaluw een vrij trage ontwikkeling door. De broedtijd duurt 27 dagen, de jongen worden gemiddeld zeven weken op het nest gevoerd. Maar als het oudste jong meehelpt met broeden lukt het nog net om toch een tweede jong groot te brengen. De vogels nestelen in holten waarin een constante temperatuur heerst van zo'n 23 graden. Het kost het oudste kuiken dan ook niet overmatig veel lichaamsenergie om een ongeboren broer of zusje warm te houden, terwijl het zijn ouders daarmee veel werk uit handen neemt. (Eos, september 1990)