Gevlekte bladen zijn camouflage tegen planteneters

Biologen hebben zich al lang afgevraagd hoe het komt dat er in de vrije natuur planten bestaan met bont gekleurde bladeren. Zulke bladeren bevatten kleurstoffen die niet bijdragen aan de fotosynthese. Het blad, of een gedeelte van het blad, gaat hierdoor verloren voor de fotosynthese, zodat de vraag gerechtvaardigd is waar die vlekken dan wel toe dienen.

Zulke natuurlijke gevlekte bladeren moeten niet verward worden met de vlekken op kweekplanten die vaak bij kwekerijen te koop zijn. De vlekken op deze 'bonte' cultivars zijn vaak het gevolg van een milde virusziekte, die verder weinig kwaad kan, maar die het groeivermogen van de plant wel vermindert.

Natuurlijke gevlekte planten zijn vaak schaduwplanten die dicht bij de grond groeien. Hierin zoekt Thomas Givnish van de University van Wisconsin (USA) de oplossing van het raadsel. Hij stelt (in Functinal Ecology vol. 4, p. 463) dat het vlekkenpatroon een goede camouflage biedt tegen grote herbivoren zoals herten. De meeste bladeters zijn nagenoeg kleurenblind.

Deze vorm van camouflage heeft alleen zin bij planten die vlak bij de grond groeien. Voor struiken en kleine bomen zijn bonte bladeren zinloos, omdat de bladeren zich duidelijk tegen de lucht aftekenen. In een onderzoek in het noordoosten van de VS blijkt inderdaad dat bladcamouflage alleen bij lage planten voorkomt en wel vooral op plaatsen waar men mag verwachten dat snelle groei en efficiente fotosynthese er minder op aankomen dan vraat door herbivoren. (New Scientist, 1 sept.)