Geurige bloemen in vunzige stegen

Onder het kopje ' De minvermogende heeft ook een hart voor bloemen' brengt de Zwolse bloemist R. Wind in 1871 in het landelijke tuinbouwweekblad Sempervirens verslag uit van een bijzondere tentoonstelling, waartoe hij zelf het initiatief genomen had: ' In 1871 kwam mij in de gedachte om aan minvermogenden in de onaanzienlijke wijken der stad Zwolle, alwaar de mensch ten eenenmale van de natuur verstoken is, wat bloemen te verschaffen, om zoodoende het leven en de bezigheid van deze minbedeelden wat op te wekken...'

Een commissie van vijf leden had aan enkele honderden inwoners uit de lagere bevolkingsgroepen in het voorjaar niet minder dan dertienhonderd pakjes met bloemzaden uitgedeeld. Zij waren ter beschikking gesteld door de douariere Backer. Bij de afgifte legde de commissie uit hoe de zaadjes in de grond gestopt moesten worden en om het opkweken aan te moedigen zou aan het eind van de zomer een tentoonstelling worden gehouden, met geldprijzen varierend van rijksdaalder tot vijftig cent voor de bezitters van de mooiste exemplaren. De commissie had overwogen publiek bij de tentoonstelling uit te nodigen, maar omdat men niet veel vertrouwen had in de kwaliteit van het gebodene, leek het beter dat uit te stellen tot een volgende keer. Toch stemden de resultaten niet ontevreden. ' Van sommigen was het aardig om te zien, daar waren erbij die er wezenlijk goede planten van gekweekt hadden.'

In de daaropvolgende jaren werden de tentoonstellingen herhaald en in 1876 kwam uit de commissie een vereniging voort, die men Flora noemde, waarschijnlijk naar de villa van de douariere Backer. Doel van de vereniging was het ' aankweeken van smaak voor bloemen bij den werkenden stand.' Ongeveer tezelfdertijd nam in Amsterdam de Vereeniging tot veredeling van het Volksvermaak in samenwerking met de Tuinbouwmaatschappij Linnaeus een vergelijkbaar initiatief. In het voorjaar van 1873 werden jonge plantjes aan de 'arbeidende stand' aangeboden voor 4 cent per stuk slechts een derde van de kostprijs, maar voor een arbeider in die dagen toch al gauw een uurloon. 325 van de 370 mensen die een of meer plantjes hadden gekocht, leverden volgroeide planten in op de tentoonstelling. Enkele inzenders spraken een dankwoord uit, waaruit de commissie afleidde hoe goed zij, ' door de geheele wijze van tentoonstelling en bekrooning, in het hart der mindere klasse had gegrepen'.

De initiatieven in Zwolle en Amsterdam vonden navolging. In het laatste kwartaal van de vorige eeuw werden in tientallen dorpen en steden in ons land Floraliaverenigingen opgericht.

Bloei en betrekkelijk snelle teloorgang van deze verenigingen nog voor de eeuwwisseling waren de meeste weer verdwenen of leidden een zieltogend bestaan worden liefdevol beschreven in een zojuist verschenen boekje van het P. J. Meertens Instituut. Met fijnzinnig gevoel voor humor ontleedt de schrijver, John Helsloot, de motieven van de hogere standen. Zij trachtten ' menschen en bloemen tot elkander te brengen en de eersten te leeren de laatsten lief te hebben en de heilzame vruchten van die liefde te plukken'.

Het kweken van planten werd beschouwd als middel om te komen tot een hoger doel, zoals blijkt uit de naamgeving van de Amsterdamse vereniging: 'Volksontwikkeling door het kweeken van planten'. Men streefde ernaar, het karakter van de werkman te verbeteren, hem aan zijn huis te binden en hem af te houden van minder juist geachte vormen van vermaak. Men was zich wel bewust van het weinig tastbare dat Floralia in feite kon bieden. In Rotterdam wilde Floralia ' bloemen brengen in de bedompte vertrekken der armen, de frissche geuren der lieve natuur overbrengen in de nauwe, vunzige stegen der dichtbevolkte wijken.' De Amsterdamse dominee Perk verwoordde zijn diepste motieven in 1878 aldus: ' Degenen die zich inzetten voor het volksvermaak, trachten het uiteenvallen van de maatschappij te voorkomen.'

Door de arbeiders te wijzen op hun werkelijke behoeften - ontspanning en ontwikkeling hoopten zij het socialisme de wind uit de zeilen te nemen. Met Fuchsia's als bondgenoten.

    • Postbus 19888
    • John Helsloot. 86 Pag