Dialoog

DE IN HET Midden-Oosten acterende mogendheden zijn bezig met een martelende herwaardering. Jarenlange vriendschappen worden verbroken, de herinnering aan bloedige vetes wordt onderdrukt. Het grotere kwaad wist het kleinere uit. De Syrische leider Assad is verzocht de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Baker te ontvangen. De visite zal bevestigen wat aangaande Damascus al langer zichtbaar was: in de snel wisselende verhoudingen in de regio kan de Amerikaanse diplomatie niet al te kieskeurig zijn. Acht jaar vernietigende oorlogsvoering, inbegrepen de terreurbombardementen op elkaars steden, weerhouden de internationale paria's Irak en Iran niet van een onderlinge handreiking. Hanteren de Amerikanen het aloude 'de vijand van mijn vijand is mijn vriend', de Europeanen trachten met hun voorstel tot voortzetting van de Europees-Arabische dialoog een dergelijke zwart-witverdeling juist te vermijden. De Twaalf van de Europese Gemeenschap hebben de Arabische Liga uitgenodigd voor overleg, maar daarbij hebben zij zich niet geheel en al willen onttrekken aan de feiten van de dag. Irak zou van de conferentie moeten worden uitgesloten. Daarmee is dan toch de twistappel in het gezelschap geworpen.

OPVALLEND IS dat de Twaalf een diplomatieke preutsheid tentoonspreiden die op de top van Helsinki volledig afwezig was. Gorbatsjovs voornemen om de contacten met Bagdad voort te zetten en daartoe zelfs zijn minister van buitenlandse zaken naar Irak te sturen, stuitte bij de Amerikaanse president niet op verzet. De Sovjet-Unie is evenals Groot-Brittannie en Frankrijk permanent lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en steunt als zodanig mede de vijf resoluties die Saddam Hussein moeten dwingen zijn verovering van Koeweit op te geven. Wat zou er tegen die achtergrond op tegen zijn geweest om aan de Arabische Liga zelf over te laten wie er voor de dialoog met Europa aan de Arabische kant van de tafel zouden verschijnen? Omdat het onduidelijk is in welke samenstelling de Liga uiteindelijk zal aantreden, blijft het raden naar de uitkomst van de dialoog. Een kleine meerderheid van de Liga heeft zich onder leiding van Egypte en Saoedi-Arabie tegenover Irak geplaatst, daartoe gestimuleerd door de snelle besluitvorming in de Verenigde Naties en de Amerikaanse bereidheid Iraks militaire macht te neutraliseren. Wat deze groep van landen betreft kunnen de Twaalf niet diep genoeg in hun buidel tasten om het gezamenlijke offensief tegen Irak tot een succes te maken.

Daartegenover staan de bondgenoten van Irak en de weifelaars. Voorzover zij op de Europese invitatie zouden willen ingaan, mag van hen een oproep tot terughoudendheid worden verwacht, of sterker van afzijdigheid. Van die kant vooral zal worden onderstreept dat het accent van eventuele bemoeienis met het Midden-Oosten behoort te worden geplaatst op de onwil van Israel tot een regeling van de Palestijnse kwestie. De Twaalf zullen daar te horen krijgen dat zij steun moeten verlenen aan een algemene vredesconferentie waar de kwestie-Koeweit slechts een agendapunt zal zijn en niet het belangrijkste.

DE EUROPEANEN zullen al hun politiek vernuft moeten aanwenden om niet geschonden en verdeeld uit deze confrontatie tevoorschijn te komen. Naarmate de formuleringen in de communiques zich moeten toespitsen, wordt het immers moeilijker de schijn van eenheid te bewaren. Vorige week in Rome zijn de Twaalf erin geslaagd met behulp van enig sleutelen een betrekkelijk waterdichte tekst tot stand te brengen. Maar hoe dat kan worden volgehouden tegenover een verdeeld Arabisch publiek moet worden afgewacht. Een dialoog veronderstelt maximaal twee standpunten. Maar in en met betrekking tot het Midden-Oosten is daarvan vandaag een veelvoud te horen.