Democraten Z-Afrika kunnen niet kiezen

JOHANNESBURG, 11 sept. Nu de apartheid afbrokkelt en de politieke verhoudingen in Zuid-Afrika veranderen lijkt geen groep meer verdeeld te zijn dan die van de blanke liberalen. De ironie wil dat de Nationale Partij van

sident De Klerk op de brokstukken van haar mislukte ideologie een nieuw fundament van flexibiliteit en initiatief legt ter voorbereiding op het algemene kiesrecht, terwijl de Liberale Partij verdeeld is over haar toekomstige rol nu haar ideeen hebben gezegevierd.

De Nationale Partij heeft onlangs de deur opengezet voor zwarten en kleurlingen. De partijtop heeft aangekondigd zich voor te bereiden op een coalitie met zwarte partijen om straks aan de macht te kunnen blijven. De Democratische Partij daarentegen, die dit weekeinde haar congres hield in Johannesburg, is verdeeld over de vraag of er aansluiting moet worden gezocht bij de Nationale Partij of bij het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) dan wel dat de partij zelfstandig moet blijven. Besloten is slechts alle drie de opties te onderzoeken.

De verdeeldheid in de partij is groot. Zij loopt dwars door oude vriendschappen en heeft geleid tot verhitte debatten op het congres. Velen vrezen een scheuring in de partij.

Paradoxaal genoeg bestaat de conservatieve vleugel uit wat men 'de echte oud-liberalen' noemt, de kleine groep idealisten die in 1959 met de beroemde Helen Suzman uit de Verenigde Partij stapte en waaruit na een opeenvolging van fusies de Democratische Partij ontstond die nu 27 parlementsleden heeft in een parlement van 177. Suzman heeft zich teruggetrokken en zij was niet op het congres, maar de opvolger in haar kiesdistrict, Tony Leon, bleek conservatief.

Onder de nieuwe 'progressieven' bevindt zich daarentegen een groot aantal Afrikaners, bekeerlingen uit de Nationale Partij, die minder problemen hebben met het idee dat een zwarte meerderheidsregering misschien geen schoolvoorbeeld is van Westers liberalisme.

De verschillen bleken in een discussie over twee resoluties, een die erop aandrong dat de partij met het ANC zou onderhandelen over een verbond, de ander om met De Klerk te onderhandelen over gezamenlijke doelstellingen.

De fractievoorzitter van de partij, David Dalling, die voor een verbond met het ANC was, zei dat het een logische voortzetting is van de lange campagne van de Democratische Partij tegen de apartheid om 'zich te identificeren met degenen die hebben geleden onder de apartheid in plaats van met degenen die de apartheid hebben ingevoerd'. Het was nu tijd voor nationale verzoening, zei Dalling, en het zou betreurenswaardig zijn als de Democratische Partij de zijde van de Nationalisten zou kiezen en als tegenpartij van het ANC aan de onderhandelingstafel zou komen te zitten. 'Een dergelijke zwart-wit-opstelling zou de verkeerde manier zijn om een begin te maken met de opbouw van een non-raciale democratie', zei hij.

Het voorstel stuitte op vurige tegenstand. 'Een verbond met het ANC zal een Warschaupact zijn', brieste Harry Schwartz, ook een parlementarier en al jarenlang een trouwe fractiegenoot van Dalling, in een duidelijke verwijzing naar het bondgenootschap van het ANC met de Zuidafrikaanse Communistische Partij (SACP). 'Ik wil niet samengaan met een partij die steun krijgt van Yasser Arafat, Gaddafi en Fidel Castro', voegde Schwartz eraan toe, verwijzend naar de dank die Nelson Mandela aan deze leiders heeft uitgesproken voor hun steun in de tijd dat het ANC was verboden en verbannen.

Naarmate de verdeeldheid vastere vorm aannam, werden er twee dingen duidelijk. Voor de 'liberalen' was de belangrijkste zorg dat het nieuwe Zuid-Afrika wordt geregeerd volgens de 'Westerse democratische waarden'. De sprekers beriepen zich op John Locke en John Stuart Mill en uitten hun twijfels of deze waarden veilig zouden zijn bij het ANC. De 'progressieven' kozen een pragmatisch standpunt. Zij wezen erop dat straks het electoraat bestaat uit 35 miljoen kiezers en niet langer uit vijf miljoen. 'Ik vind het vreemd', zei Peter Gastrow, een progressieve parlementarier uit Natal 'dat deze partij die jaren heeft gevochten voor een non-raciale democratie in plaats van zich aan te sluiten en te helpen deze democratie vorm te geven nu de tijd daar is, zich zou terugtrekken en zich prettiger zou voelen bij F. W. de Klerk.

Grote afstand

Maar dit standpunt ging tegen de hoofdstroom in. De partijleden zijn veelal rijke blanken uit de middenklasse, die in de voorsteden wonen. Mensen met een hogere opleiding en zakenmensen met een comfortabele levenswijze die zich op grote afstand bevinden van de ellende en het tumult in de zwarte woonoorden.

Als potentiele kiezers bevinden zij zich op een even grote afstand. Terwijl zij vroeger met afschuw werden vervuld door de onrechtvaardigheden van de apartheid, schrikken zij nu terug voor de socialistische tendensen van het ANC, de soms felle toon, het bondgenootschap met de Communistische Partij en de zinspelingen van Nelson Mandela op mogelijke nationalisatie en de noodzaak van een herverdeling van de rijkdom.

De verschillen werden op het congres verdoezeld door amendementen, maar kwamen weer naar boven bij de verkiezing van een partijleider. De meeste stemmen kreeg Zach de Beer (63), een gepensioneerde topman van de gigant Anglo American Corporation, het grootste bedrijf van Zuid-Afrika. Hij is een van de eerste 'echte oud-liberalen' die in 1959 uit de Verenigde Partij stapte.

Tian van der Merwe (42) was de verliezer. Hij was voorstander van een meer doortastende aanpak, voor samenwerking met het ANC. De problemen kwamen ook weer naar voren toen het congres een voorstel verwierp om een dubbel lidmaatschap met andere organisaties toe te staan. Leon zei hierover: 'Dit is geheimtaal voor degenen die zich willen aansluiten bij de Democratische Partij en het ANC'.

Langs die lijn zou de splitsing in de partij kunnen ontstaan: veel leden worden gedwongen te kiezen tussen de twee organisaties.

    • Allister Sparks