Definitief wegvallen order Marine verrast RDM niet

ROTTERDAM, 11 sept. Het besluit van het ministerie van defensie om twee onderzeeboten van de zogenoemde Zwaarvisklasse definitief niet te vervangen komt voor de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM) niet als verrassing. Volgens directeur ir. P. R. Eijsker houdt RDM er al geruime tijd rekening mee dat de in ontwikkeling zijnde onderzeeboot Moray niet aan de Koninklijke Marine zal worden geleverd.

De RDM-directeur zegt verheugd te zijn dat de vorig jaar gemaakte afspraken met Defensie over een rijksbijdrage van veertig miljoen gulden (exclusief 7 miljoen BTW) aan de ontwikkelingskosten van de Moray eind vorige week formeel zijn bekrachtigd. 'Dit betekent dat we door kunnen gaan met de in 1986 op gang gebrachte ontwikkeling van de Moray. Dat biedt ons de kans onze kennis vast te houden en tegelijkertijd een interessante partner te blijven voor samenwerking met buitenlandse werven', aldus Eijsker.

Het definitief afhaken van de Koninklijke Marine als potentieel afnemer van de Moray doorkruist volgens de RDM-directeur niet de strategie van de Nederlandse werf, die voor circa zeventig procent van haar omzet afhankelijk is marine-opdrachten. 'Onze strategie is er op gericht minder afhankelijk te worden van de bouw van onderzeeboten. Maar we willen wel graag onze kennis in dit specialisme zo lang mogelijk op peil houden, zodat we een Moray kunnen leveren zodra er een bestelling binnenkomt', aldus Eijsker.

De RDM is nog bezig aan de bouw van twee onderzeeboten van de Walrusklasse. Een onderzeeer van dit type (de Zeeleeuw) is al geleverd, de tweede begint deze week aan proefvaarten. De laatste twee worden de komende jaren gebouwd. De RDM mikt erop halverwege de jaren negentig nog maar voor ongeveer dertig procent afhankelijk te zijn van defensie-opdrachten. Daarvoor in de plaats richt het bedrijf zich sterker op de toepassing van kolenvergassing en warmte/krachteenheden. De bedoeling is de omschakeling door te voeren bij handhaving van de werkgelegenheid op het huidige niveau van ongeveer 1300 werknemers.

Voor de samenwerking met andere werven richt de RDM zich op de Franse staatsmarinewerf in Cherbourg, de Spaanse onderneming Bazan in Cartagena en de Zweedse onderzeebootbouwer Kockum's in Malmo. Volgens de RDM-woordvoerder lijkt de samenwerking met de Fransen 'het meeste perspectief te bieden'.