De culinaire hemel van Chef Thor

Aan de poort van de hel regelt een bebaarde zwarte man het verkeer. 'Ik ben uw gastheer', roept hij opgetogen tegen een groepje wachtenden. 'Nog even geduld, jullie zijn veel te vroeg. Willen jullie zo graag naar de hemel?' Hij verontschuldigt zich, er arriveren nieuwe gasten.

Op het Amsterdamse havengebied daalt een druilerige regen neer. Hier, in een verbouwde loods, bevindt zich de hemel van Chef Thor. Daar zal zich het 'Laatste Avondmaal' afspelen, een diner anders-dan-anders, ontsproten aan het brein van kok Thorwald Voss: een diner in een 'restaurant zonder onderkomen, dat verrijst op wisselende lokaties en alle zintuigen bedient', stond er op de uitnodiging van zijn Supperclub. 'Toen ik de loods voor het eerst zag, moest ik denken aan een kerk en zo kwam ik op het Laatste Avondmaal', legt Thor uit.

Chef Thor kreeg in Engeland op school zijn eerste kooklessen, maar leerde het vak pas goed in De Kersentuin in Amsterdam. Hij werkte vervolgens in Hongkong, Indonesie, New York en Parijs. 'Ik ben een geboren kok, op mijn 7de bakte ik al taarten. Vanaf mijn 16de loop ik rond met het idee een reizend restaurant te beginnen, maar pas drie maanden geleden is het er van gekomen.'

Hij organiseerde toen een diner in de Amsterdamse discotheek Mazzo. Voortaan wil hij eens in de twee maanden een thema-diner verzorgen, omgeven door theater, muziek en schilderkunst. Klokslag negen uur gaat poort van de hel open. Want om in de hemel te komen moet je eerst door de hel, had de chef-kok al gewaarschuwd. Thors hel is bezaaid met afval dat hij heeft verzameld bij McDonalds. In het schijnsel van koplampen duikt een levensgrote rode kreeft op. De hemel bevindt zich aan het eind van een tegelpad, dat voert langs brandnetels en een sloot vol kroos, van waar honderden waxinelichtjes de weg naar de hemel verlichten.

Ook in Thors verblindend witte hemel branden uitsluitend kaarsen. Tegen de kale wanden klinkt cellomuziek. Op de hoge ramen zonder uitzicht plakken klodders verf. Een soldate van het Leger des Heils schenkt wijn en spreekt hier en daar een bemoedigend woord. 'Weet u dat hier mensen zijn met vreselijke problemen? Als je je dat allemaal zou aantrekken... '

Uit haar uniform haalt ze een boekje tevoorschijn, het Motto-album bij verjaardagen van J. E. van der Waals. Wanneer bent u jarig? En ze leest een spreuk voor. 'Hebt u ook in Vrij Nederland gelezen dat er weer veel jonge mensen trouwen tegenwoordig? Fijn hoor!' En verder gaat ze, met de fles Cotes du Vivarais blanc uit 1989, de gasten in verwarring achterlatend. Is ze echt of is ze niet echt? Terwijl het 'Eerste Maal' rivierkreeftjes en soep in een uitgeholde kokosnoot wordt opgediend, heft een engelenkoor Russische en Bulgaarse volksliederen aan. De heilsoldate kan haar ontroering nauwelijks meer de baas. 'Weet u', kraait ze door de zaal, 'ik vind het zo enig om bij u te zijn', en ze barst uit in een lied. Als een van de gasten haar bijvalt, klinkt het verrast: 'O, heb jij ook op zondagsschool gezeten?' Aan alle twijfels rond de authenticiteit van de soldate komt abrupt een eind als een van de gasten aan de 'kunstenaarstafel' met beroemdheden als choreograaf Hans van Maanen en popzanger Richenel een belastende verklaring aflegt: hij heeft de heilsoldate herkend als een leerlinge van de neef van een kennis van zijn vriendin, die les geeft aan de hoofdstedelijke toneelschool.

Na het 'Laatste Maal' creme caramel geserveerd op met chocola beschilderde borden voorzien van teksten als 'Bocuse is watching you' en een optreden van een groen geverfd heerschap, die, slechts gehuld in prei en bospeen, een ode brengt aan de bietjes en worstjes van Ria Valk, ontwikkelen zich dikke rookwolken in de keuken. Chef Thor verschijnt in eigen persoon. 'Jemig, pijn in m'n harses krijg ik ervan', verklaart hij weinig hemels. 'Het ging echt klote. Geen inspiratie vanavond. De hel ging ook al de mist in', klaagt hij, 'er hadden brandende kruisen moeten staan en Amerikaanse sleeen, maar dat ging op het laatste moment niet door. En nu stort ik langzaam in, ik sta al drie dagen in de keuken.'

'Koken doe ik echt niet voor de lol', beweert Thor. 'Het is een vorm van kunst, waarbij ik muziek, theater, schilderkunst en eten combineer. Koken wordt niet genoeg tot kunst verheven. Er zijn te weinig bezeten koks. Ze zijn er wel, in De Kersentuin zakte er wel eens een van vermoeidheid in elkaar achter het fornuis. We legden er een laken over en gingen weer verder. Ik zeg altijd: als je peterselie hakt, moet je peterselie zijn.' Voor het volgende diner denkt Thor aan een laboratorium. 'Ik zie het al voor me: door een microscoop kijken wat voor soep je eet. Later wil ik op toernee, als een reizend circus de wereld rond.' Buiten ligt de hel er donker en verlaten bij. De waxinelichtjes en rookbommen zijn gedoofd, de kreeft is nergens meer te bekennen. Gastheer Urvin doet de gasten uitgeleide. 'Ja, ik ben gastheer van beroep, nou ja, vanavond dan. Ik kan ook schoonmaken en verder heb ik twee antiekzaken. Hee, tot de volgende keer, of misschien zijn we dan wegens enorm succes wel opgeheven!' En bulderend van het lachen spoedt hij zich naar de poort van de hel, om het verkeer weer te regelen.

Foto Maurice Boyer Groen geverfd heerschap tijdens het Laatste Avondmaal van Thorwald Voss: 'Als je peterselie hakt, moet je peterselie zijn.'

    • Rob Schoof
    • Friederike de Raat