Dankert: ministeries zijn laks met EG-richtlijnen

DEN HAAG, 11 sept. Staatssecretaris Dankert (EG-zaken) verwijt de departementen laksheid bij de omzetting van EG-richtlijnen in Nederlandse wetgeving. Volgens Dankert gaat de omzetting te traag. De achterstand maakt Nederland ongeloofwaardig wanneer het in de tweede helft van volgend jaar voorzitter van de EG is.

Dat zegt Dankert in het VNO-blad Onderneming dat vandaag verschijnt. Werkgeversvoorzitter Van Lede legde onlangs de zere vinger op de gebrekkige en trage toepassing van EG-richtlijnen. Dankert is in Nederland verantwoordelijk voor de afstemming van de harmonisatiewetgeving. 'Het is gewoon laksheid van departementen, een te laat inschieten op wat ons boven het hoofd hangt', zegt Dankert. 'Als een concept-richtlijn bij de Europese Commissie ligt kun je al zien welke richting hij zal gaan en weet je in welke richting je de oplossing moet zoeken.' De Nederlandse ministeries wachten volgens Dankert tot de richtlijn zwart op wit staat. Dan speelt volgens hem bovendien mee dat vooral beleidsafdelingen zich op de richtlijn storten en niet de wetgevingsjuristen en dat we onze zaken perfect willen regelen. 'De richtlijn is vaak een compromis en niet altijd naadloos passend op het Nederlandse systeem. Maar voor kaderwetgeving voelt men niets. Dat stuit op verzet van onze departementale traditie: het moet allemaal keurig geregeld zijn.' Een laatste handicap is volgens de bewindsman dat de Nederlandse overheid soms de normen, bijvoorbeeld betreffende veiligheid en milieu, wat scherper wil stellen dan in Europees verband is aanvaard.

Dankert vindt het niet terecht met een beschuldigende vinger in de richting van de politiek te wijzen: in 80 procent van de gevallen gaat het niet om wetten, maar om algemene maatregelen van bestuur, die niet hoeven worden goedgekeurd door het parlement. 'Het maakt een slordige indruk wanneer je zo achterloopt en je bent minder geloofwaardig als je aandringt op versnelling van het harmonisatieproces. Als voorvechter van een verenigd Europa zou Nederland in de kopgroep moeten zitten', meent staatssecretaris Dankert.