Clownesk cabaret op spiritueel congres

AMSTERDAM, 11 sept. De museumjaarkaarthouder die een bezoekje wil afleggen aan het Stedelijk Museum staat deze week voor een dichte deur. In verband met een verbouwing, aldus een bordje, en omdat er twee nieuwe tentoonstellingen worden ingericht. Niettemin wemelt het van de bezoekers, want in het conferentiezaaltje van het museum vindt een 'dialoog' plaats tussen 'kunst, wetenschap, spritualiteit en economie'. A raison van duizend gulden per dag, of op uitnodiging van een van de vele sponsors, kunnen managers, kunstminnaars en andere belangstellenden zich een werkweek lang laven aan 'nieuw denken' uit de sferen van kunst, wetenschap en spiritualiteit. De inzichten die dit oplevert, moeten aanknopingspunten bieden om de problemen van onze 'veranderende economie' de baas te blijven. Op de vijfde dag zal zich reeds een 'transformatie van een mechanisch, fragmentarisch wereldbeeld naar een totaliteit' beginnen af te tekenen. De voertaal van het evenement is Engels, het voorzitterschap in handen van de kwistig grappen makende Britse radio- en tv-presentator Brian Redhead.

Gisteren beten de beeldend kunstenaar Robert Rauschenberg, de fysicus David Bohm, de Russische econoom Stanislav Mensjikov en de Dalai Lama van Tibet de spits af met een discussie over het thema 'Van concurrentie naar medeleven'. Na de vertoning van videoportretten van de panelleden bij wijze van introductie en een eerste koffiepauze begon de eerste gedachtenuitwisseling, die zoals de samenstelling van het panel al deed vermoeden sterk holistisch gekleurd bleek.

Wat een dialoog had moeten worden, had echter vaak meer weg van een clownesk cabaret, met Rauschenberg in de hoofdrol. De Amerikaanse kunstenaar, die kwistig met 'spitsvondigheden' strooide, had blijkbaar een borrel te veel op. Hij beperkte zich voornamelijk tot het debiteren van one-liners en het hinderlijk onderbreken van zijn mede-discussianten. Ook de Tibetaanse spirituele leider bleek, om andere redenen, nauwelijks bereid aan een echte discussie deel te nemen. Hij had nogal problemen met de Engelse taal (ondanks bijstand van een tolkende en soms zelfs soufflerende jonge monnik), waardoor zijn bespiegelingen soms wat simplistisch overkwamen. Het meest serieus en coherent betoonden zich de econoom en de fysicus.

Het discours verliet na vondsten als 'we have to compete to be more compassionate' al snel het dagthema, om daarna op een hapsnap manier heen en weer te springen tussen de meest uiteenlopende kwesties, van de vraag of in ieder mens een kunstenaar schuilt tot de Golfcrisis.

Het publiek werd daarbij gul onthaald op diepzinnigheden, zoals de uitspraak van Rauschenberg dat 'het helemaal de verkeerde weg is om te zoeken naar coherentie' en het advies van de Dalai Lama dat het er in laatste instantie om gaat om 'gewoon een goedaardig mens te zijn'. Na de lunch bleek de Dalai Lama geruime tijd zoek, waardoor de tweede sessie twintig minuten te laat begon. De wachttijd werd gevuld door een behendig moppen tappende Redhead. Toen de geestelijk leider alsnog opdook, stond het gehoor spontaan als een man op.

Het was tijd voor de behandeling van de schriftelijk ingediende vragen en voor discussies met mensen uit het publiek. De eerste vraag, gericht aan de Dalai Lama, luidde of 'agressie en competitie niet inherent zijn aan de menselijke natuur'.

Zijne Heiligheid oordeelde van niet, althans: ze maken wel deel uit van onze geest maar 'medeleven is een nog constantere factor'. Vervolgens kwam een serie algemene vragen aan de orde die gericht hadden kunnen zijn aan het Orakel van Delphi, waarbij de voorzitter overigens werd bekritiseerd om het feit dat hij zich te veel in de discussies mengde. Een ter zake doende vraag van de Tibetaan Sogyal Rinpoche, namelijk wat Bohm van de spiriualiteit had geleerd en wat de Dalai Lama van de wetenschap, besloot de tweede sessie en opende de derde. Bohm antwoordde hem zo goed en zo kwaad als het kon en de Dalai Lama kreeg de lachers op zijn hand door zijn bekentenis dat hij tijdens een uitleg van de quantumtheorie steeds het idee had waardevolle nieuwe inzichten op te doen, om onmiddellijk daarna te moeten constateren dat hij er nog steeds weinig of niets van begrepen had.

Tijdens de afronding verklaarden de panelleden als om strijd hoe nuttig zij de discussie hadden gevonden, hoe veel zij hadden geleerd en hoe zij met de uitgewisselde ideeen verder aan de slag zouden gaan. Een puntje van zelfkritiek was wel dat de discussie wat te algemeen en 'te hoog' was geweest, met 'te weinig aanknopingspunten voor het dagelijks leven'. Na de sluiting toog een deel van de managers nog naar het Fodor Museum om de expositie aldaar te bezichtigen en een aperitiefje te nuttigen. Of ze van de 'verdomd boeiende dag' iets zullen 'meenemen', al dan niet na wat 'herkwauwen', zal blijken wanneer zij over een week hun sleutelposities weer betrekken in de 'veranderende economie'.

    • Felix Eijgenraam
    • Kees Calje