Centraal computerbestand Nederlandse sportwereld

HAARLEM, 11 sept. De Nederlandse sportbonden moeten binnen drie jaar kunnen beschikken over een centraal computerbestand, waarin de administraties van alle sportbonden zijn ondergebracht. Dat is de opzet van het bedrijf IQU Sportinformatica, een samenwerkingsverband tussen de Nederlandse Sportfederatie (NSF) en het softwarebureau IQU Informatica Groep.

In het centrale computersysteem kunnen sportbonden en verenigingen uiteenlopende gegevens opslaan, van ranglijsten tot trainingsmethodes en van achterstallige contributies tot de klimatologische omstandigheden voor wielrenners in Japan in december. Maar ook fysiologische gegevens, trainingstijden, records, toeschouwersaantallen, blessurebehandelingen en een toernooikalender. 'In principe kun je alles verwerken, als het maar wordt ingevoerd', zei directeur F. Groeneveld van IQU Sportinformatica gisteren bij de presentatie van de plannen in Haarlem. Hij omschreef de diensten die zijn bedrijf sportbonden en verenigingen kan bieden als een 'totaalpakket', waarmee de administratieve problemen van bonden tegen betaling van een abonnementstarief kunnen worden opgelost. Dat bedraagt een gulden vijftig per lid met een minimum van 7500 gulden en een maximum van 75.000 gulden. Het aantal leden van een bond bepaalt de prijs die moet worden betaald. Hoe meer sportorganisaties zijn aangesloten, des te lager wordt de prijs.

IQU levert in ruil voor die 'aantrekkelijke prijs' onder meer computerapparatuur, software en de telefoonlijnen die nodig zijn voor de uitwisseling van informatie. Als alles is aangesloten kan elke sporter, trainer, coach of bestuurslid van een bond alle gewenste informatie krijgen, mits de aanvrager in het bezit is van een personal computer.

Het doel van de automatisering van de sportwereld is volgens NSF-directeur B. Bode de sportbonden te ontlasten. 'Alle sportorganisaties in Nederland hebben dezelfde problemen met automatisering', aldus Bode. De NSF, die zichzelf bij haar automatisering liet adviseren door IQU, hoopt nu dat die problemen met het gebruik van een uniform systeem worden opgelost.

Verwachtingen

Inmiddels hebben zich bij IQU Sportinformatica vier van de 92 bij de NSF aangesloten bonden aangemeld: de Schaatsbond (KNSB), het Korfbalverbond (KNKV), het Handbalverbond (NHV) en het Christelijk Gymnastiekverbond (KNCGV). Volgens Groeneveld is de IQU momenteel in onderhandeling met 25 andere bonden, waaronder ook de KNVB. 'We willen snel met de grote bonden in zee. Ik denk aan de tennisbond en de voetbalbond.'

Mocht dat in het eerste jaar lukken dan overtreft IQU in een klap de verwachtingen die gisteren in Haarlem werden uitgesproken: minimaal 600.000 aangesloten leden voor het einde van het volgend jaar. Groeneveld acht de kans vrij groot dat op den duur alle sportbonden, en daarmee ook alle clubs uiteindelijk met IQU zullen samenwerken. 'Als 82 clubs met het systeem werken, dan zullen die laatste tien ook wel volgen. Het is in ieders belang dat dit initiatief slaagt'. Het datanetwerk van sportbonden moet binnen een jaar over drie grote centrale computers lopen. De eerste, ondergebracht bij het kantoor van de NSF op Papendal bij Arnhem, is al operationeel. Op die computer worden de 19 bonden in het oosten van het land aangesloten. In april volgend jaar wordt de tweede in gebruik genomen in Zeist (37 bonden), in september de derde in Haarlem (36). Vanuit die plaatsen kunnen volgens IQU en NSF alle in Nederland actieve sportbonden met elkaar worden verbonden.

De adviseurs die de bonden moeten ondersteunen bij de invoering van het nieuwe systeem moeten zoveel mogelijk uit de sportwereld afkomstig zijn, zo zijn NSF en IQU overeengekomen. IQU leidt daartoe (ex-)topsporters op. In totaal zullen tien nieuwe programmeurs en andere computerdeskundigen uit de sportwereld worden opgeleid om de clubs en bonden hulp te bieden.

    • Rob Schoof