Buthelezi verbolgen na bezoek delegatie

ULUNDI, 11 sept. 'Waarom zou ik niet zelf president van Zuid-Afrika kunnen zijn?' Chief Mangosuthu G. Buthelezi, leider van de Zuidafrikaanse Zulu's, glimlacht als hij dit zegt. Enkele ministers en andere functionarissen, die naast hem aan de grote, ronde tafel zitten, schateren het uit. Dit is zijn antwoord op de vraag of ANC-leider Nelson Mandela de volgende president van het land zal zijn.

De Zulu-leider, tevens eerste minister van het autonome gebied KwaZulu in het oosten van Zuid-Afrika, is in een wat balorige bui. Zojuist heeft hij afscheid genomen van een delegatie van zeven Nederlandse parlementariers, die hem in zijn hoofdkwartier in het stadje Ulundi lastige vragen stelden over zijn betekenis in de politiek van zijn land en over het aandeel van zijn Inkatha-beweging in de golven van geweld die bijna dagelijks door de zwarte woonoorden en krottenwijken van Soweto spoelen.

En nu wil een groep Nederlandse journalisten, zojuist door zijn medewerkers op koffie en broodjes onthaald, hetzelfde weten. Natuurlijk, zegt hij, verbaasd over deze onwetendheid, is Inkatha met haar 1,8 miljoen leden een belangrijke zwarte beweging, die een grote rol speelt in de verdere ontwikkeling van Zuid-Afrika. Beschuldigingen dat Inkatha betrokken zou zijn bij het aanwakkeren van het geweld tussen Zulu's en Xosha's de stam van Mandela en dat ze daarbij onder een hoedje zou spelen met de politie noemt hij ronduit 'bullshit'. Buthelezi gebruikt krachtige taal, hij weet dat hij en zijn beweging door het ANC en door grote groepen activisten in het Westen als een soort handlangers van het blanke regime worden beschouwd. Hoe heeft hij tegenover de Tweede Kamerleden verklaard dat zijn rivalen van het African National Congress in andere Afrikaanse landen en in het Westen veel meer aandacht krijgen? Het antwoord daarop is eenvoudig te geven, aldus Buthelezi: 'Hun presentatie en contacten zijn veel beter, overal in de wereld hebben ze bureaus, meer zelfs nog dan de Zuidafrikaanse regering, en ook de erkenning door de Verenigde Naties gaf de indruk dat zij de enige vertegenwoordigers waren van de zwarte bevolking. Die tendens had hij ook waargenomen bij de Nederlandse delegatie, met wie hij een 'vrijmoedige en openhartige discussie' had gevoerd, een diplomatieke term die doorgaans wil zeggen dat er harde noten zijn gekraakt. 'In het bijzonder een vrouw in de delegatie was zeer partijdig', zegt hij dan plotseling. Hij blijkt te doelen op de PvdA'er Verspaget, die hem een reeks indringende vragen heeft gesteld. Terwijl zijn stem naar een hogere toon schiet, noemt hij haar een 'kleingeestige vrouw', die 'zeer agressief en zeer onconstructief' hem met 'halve beschuldigingen' heeft ondervraagd. 'Alle luiken van haar geest waren gesloten, ze kwam hier met vooropgezette ideeen, die een zekere school van denken in Nederland vertegenwoordigen.'

Het meest heeft hij zich gestoord aan het feit dat ze weigerde het gastenboek te tekenen dat hij haar voorlegde. 'Zo'n houding kennen we hier niet', zegt een medewerkster. 'Zo gingen de blanken hier vroeger met ons om'.

In het gastenboek ontbreken ook de namen van Van Es (Groen Links) en Van Traa (PvdA), maar dat is Buthelezi niet opgevallen. Buthelezi zegt er zeer verbaasd over te zijn dat de delegatie al aan de Zuidafrikaanse pers heeft laten weten de economische sancties tegenover Zuid-Afrika te willen handhaven. Dat vindt hij buitengewoon kortzichtig: het huidige politieke proces is onomkeerbaar, er is geen weg terug naar apartheid. 'Er bestaat absoluut geen noodzaak voor sancties'.

Delegatievoorzitter Aarts (CDA) zal naderhand verklaren dat een dergelijk bericht vanuit het ANC-kantoor in Johannesburg is verspreid en dat de delegatie in werkelijkheid nog geen standpunt over voortzetting of handhaving van sancties heeft ingenomen. Uit de woorden van Aarts en de andere Kamerleden kan men opmaken dat zij alleen het bezoek aan Ulundi niet bijzonder nuttig hebben gevonden. Niemand had zich gestoord aan de vraagstelling van Verspaget. Haar partijgenoot Van Traa beschreef het gesprek met Buthelezi, met instemming van de anderen, als 'openhartig en vrijmoedig en toch ontspannen' en Verspaget zelf sprak van 'een eigenlijk heel gewoon gesprek, zoals we met iedereen hier hebben gevoerd.'

    • Rob Meines