Boycot Irak is voorlopig beste middel

Uit de top Bush-Gorbatsjov in Helsinki blijkt dat het economische embargo tegen Irak, althans voorlopig, het centrale strijdmiddel blijft waarmee Saddam Hussein op de knieen moet worden gedwongen.

De Amerikaanse president heeft reden genoeg om het voorlopig met boycotmaatregelen te proberen. De harmonie met Gorbatsjov blijft erdoor intact. Bovendien kreeg de president volgens Amerikaanse persberichten onlangs een rapport van het Pentagon op zijn bureau waarin wordt berekend dat twintigduizend a dertigduizend Amerikanen kunnen sneuvelen bij een poging tot herovering van Koeweit. De Franse minister van defensie houdt het zelfs op honderdduizend doden. En door voorlopig te vertrouwen op economische sancties worden niet alleen levens gespaard, maar maakt Washington ook meer kans om het wereldwijde front tegen Saddam Hussein in stand te houden.

De vraag blijft alleen of de economische sancties zullen werken. Het meest duidelijk is het effect van het embargo op Iraks export, die voor 95 procent uit olie bestaat en met succes is afgesneden. Iraks pijpleidingen via Saoedi-Arabie en Turkije zijn geblokkeerd en een internationale armada sluit de Golf nu effectief af. Deze maatregel kost Saddam Hussein per dag ruim 80 miljoen dollar aan olierevenuen, ofwel 30 miljard dollar per jaar. En dat alleen al zou Irak op termijn van een redelijk welvarend tot een arm land maken.

Wat Iraks importen betreft, die kwamen voor een derde over zee en dat deel blijft nu door dezelfde maritieme blokkade weg. De rest kwam over land. Van Iraks vijf landsgrenzen zijn die met Syrie en Iran al jarenlang gesloten en dat zal wel zo blijven. De Syrische leider Hafez al-Assad heeft letterlijk een broertje dood aan zijn Iraakse Ba'ath-broeder Saddam Hussein. In Teheran bestaat grote afkeer van de Westerse interventie in het Golfgebied. Maar de angst van Iran voor een Saddam Hussein die versterkt uit de crisis tevoorschijn zou komen en met hulp van zijn raketten- en atoomprogramma's verder zal werken aan zijn ambities tot regionale suprematie, is vrijwel zeker groter. Iraks grenzen met Turkije en Saoedi-Arabie gingen na de annexatie van Koeweit dicht.

Voedselvoorraden

Alleen die met Jordanie blijven open. Maar schepen die de enige Jordaanse haven Aqaba willen aandoen, worden al op zee gecontroleerd op de aanwezigheid van voor Irak bestemde vracht. Sindsdien liep de bedrijvigheid in Aqaba drastisch terug. Deze op papier sterke blokkade wekte bij sommige waarnemers aanvankelijk de verwachting dat het regime-Saddam spoedig zou verzinken in acute voedseltekorten. Uit latere gegevens van onder meer het Amerikaanse ministerie van landbouw blijkt echter dat Irak met oude voedselvoorraden, de huidige zomeroogsten en de nodige bezuinigingsmaatregelen nog zeker een half jaar vooruit kan.

Daar komt bij dat het embargo ter land en vooral ook in de lucht gaten vertoont. Die werden aanvankelijk als onbelangrijk voorgesteld, maar een rekensom die The Economist in zijn laatste nummer maakt, wijst in een andere richting. Sinds Irak op 1 september voedsel rantsoeneerde heeft een Irakees recht op 22 pond aan meel, rijst, suiker en olie per maand. Met andere woorden: twaalf miljoen Irakezen mogen gedurende zes maanden rekenen op 2,24 miljard pond. Als Saddam Hussein alle beschikbare 78 Iraakse en achttien geroofde Koeweitse vliegtuigen gedurende achttien uur per dag en 23 dagen per maand zou inzetten om bijvoorbeeld voedsel op te halen uit het Libische Tripoli, zou hij die benodigde 2,24 miljard pond via de lucht kunnen binnen brengen.

Dat lijkt om diverse redenen niet realistisch. De Iraakse luchtmacht geldt niet als super-efficient en vliegtuigen worden ook gebruikt voor transport van wapens et cetera. Toch zou met een beetje luchtbrug voor een maand of vier aan extra voedselvoorraden door de lucht kunnen worden binnengebracht.

Zo'n luchtbrug is slechts op aanvaardbare wijze te ontregelen door andere landen te overreden of te pressen hun vliegvelden voor Iraakse toestellen te sluiten. Vele Arabieren buiten Irak haten echter het idee dat Arabische broeders door middel van uithongering tot overgave moeten worden gedwongen. Vandaar dat de Iraakse toestellen in Libie, Soedan en Jemen welkom blijven om proviand in te slaan. En een land als Libie, dat het VN-embargo openlijk negeert voor zover het voedsel betreft, zond deze maand al een half dozijn Andonov-transportvliegtuigen naar Bagdad.

Omstandigheden

Daar komt natuurlijk bij dat ook de Verenigde Naties erkennen dat transporten van voedsel en medicamenten in 'humanitaire omstandigheden' buiten het embargo vallen. Wanneer is er van dergelijke 'omstandigheden' sprake? Het embargo vertoont verder gaten ter land. Geen wonder. Heel wat Levantijnse handelaren kunnen hun geluk niet op nu zich vele mogelijkheden voordoen om snel en veel te verdienen. Aan geheime smokkelroutes en valse papieren is nooit gebrek. Het persbureau Reuter traceerde vorige week de smokkelroute Oost-Beiroet-Damascus-Jordanie-Irak. The Economist ontwaarde de route Turkije, Noord-Iran en via de Zagros-bergen naar Noord-Irak. 'Desnoods eten wij modder', blufte een Iraakse functionaris onlangs naar aanleiding van het embargo.

Waarschijnlijk blijft zo'n lot de Irakezen het komende jaar bespaard. Wel zullen zij minder moeten eten. Overleven is echter niet Saddam Husseins grote ambitie. Zijn droom is van Irak een industriele macht te maken die zijn grote militaire macht kan ondersteunen. En die droom zal nu vele jaren langer dan voorgenomen een droom blijven, alle gaten in het VN-embargo ten spijt. Zoals gezegd zijn vrijwel de hele Iraakse export en het gros van zijn importen vervallen.

Daarnaast zijn vele buitenlandse ingenieurs en andere deskundigen, die aan mega-projecten ter waarde van zeker 15 miljard dollar werkten, gevlucht of overgebracht als Saddams 'gasten' op militair kwetsbare posities. Ook is vrijwel alle buitenlandse financiering opgedroogd. Dammen, energiecentrales, petrochemische projecten en andere bouwwerken, die essentieel waren voor de transformatie van Irak van olieproducent tot moderne industriele staat, gaan nu in de mottenballen of zullen 'witte olifanten' in de woestijn worden. Andere projecten en bedrijven zullen binnenkort stagneren. 'Over vier of vijf weken komt alles tot stilstand door gebrek aan grondstoffen en onderdelen', aldus een Westerse ingenieur die nog in een chemiefabriek nabij Bagdad werkt.

Olie-industrie

De nationale olie-industrie wordt evenzeer bedreigd. De produktie zakte al terug van de gebruikelijke 3,5 miljoen vaten per dag tot naar schatting 0,6 miljoen nu. Velden en installaties kunnen door zo'n lage produktie en door gebrekkig onderhoud gemakkelijk schade oplopen. Bovendien had Bagdad op het moment van de invasie van Koeweit bijna de contracten rond voor vijf nieuwe olie-ontwikkelingsprojecten en voor een verladingsinstallatie van ruim een half miljard dollar. Dit alles is in nevelen verdwenen.

Hetzelfde geldt voor 's lands grootste irrigatieproject in het noordelijke Bakhma (2,5 miljard dollar). Of voor de Centrale Raffinaderij (een miljard), die de grondstoffen had moeten leveren voor het op 2,5 miljard dollar begrote 'Petroleum complex 2'. De Amerikaanse ingenieurs van de uitvoerder Bechtel zijn verdwenen. Japanse en Zuidkoreaanse ingenieurs lieten eveneens voor enkele miljarden aan onvoltooide projecten in de Iraakse negorij achter. En naar verwachting zullen Westerse bedrijven en regeringen in de toekomst lang en goed nadenken alvorens weer mensen en geld naar Irak te sturen. 'De Irakezen kunnen voor de volgende tien jaar hun toekomstperspectieven vaarwel zeggen', meent een Westerse diplomaat in Bagdad.

De Iraakse vice-premier toonde zich op 1 juli voor de televisie in Bagdad veel optimistischer. Hij vertelde zijn landgenoten dat de terugkeer van de provincie Koeweit in de Iraakse familie betekent dat het land bij een prijs van 30 dollar per vat olie niet minder dan 36 miljard dollar gaat verdienen.

Quarantaine

Voor de buitenwereld is dat een reden temeer om Iraks economische quarantaine zonodig voor lange tijd te handhaven. Niet alleen tot Iraks annexatie van Koeweit ongedaan is gemaakt. Maar ook tot de omvang van de Iraakse strijdkrachten meer op de maat is gesneden van 's lands legitieme veiligheidsbehoefte, dan op die van Saddam Husseins agressieve pan-Arabische ambities.