Bij het afscheid van De Tijd: de mislukking is een wees

Wij zijn hier bijeen om De Tijd ten grave te dragen. Dat is geen aangename gebeurtenis, het doet pijn, en daarbij moeten wat plechtige woorden worden gesproken. Aan mij de taak dat te doen, en ik doe het met liefde.

Maar eerst dit. Niet ik zou hier vandaag moeten staan, dat zou Corine Spoor moeten zijn, de laatste hoofdredacteur van De Tijd, zij het hoofdredacteur ad interim. Maar Corine is er niet. Zij is, vermoeid en gekwetst en ook kwaad, onmiddellijk toen het laatste nummer af was met vakantie gegaan.

Ik begrijp haar heel goed, dat stel ik voorop. Wij hebben deze week allemaal in NRC Handelsblad kunnen lezen dat zij vindt dat De Tijd in schoonheid had moeten sterven, maar zei zij zelfs dat is ons niet gegund. Corine heeft er nooit een geheim van gemaakt dat zij de fusie met de Haagse Post een onzinnig idee vindt en dat, als het dan toch niet langer kon, De Tijd gewoon had moeten verdwijnen. Sterven in schoonheid.

Dat is een opvatting die respect verdient. Ik heb er in elk geval geen kritiek op. Corine onderstreept met haar houding vooral dat het verdwijnen van De Tijd voor velen een emotionele gebeurtenis is.

Om misverstanden te voorkomen ik respecteer Corines mening, maar ik ben het niet helemaal met haar eens. Ik betreur het verdwijnen van ons blad evenzeer als zij, maar ik vind de fusie met de Haagse Post een legitieme uitgeverszaak. Er is niets tegen dat wordt geprobeerd een nieuw opinieweekblad 'in de markt te zetten', zoals dat heet, en er is niets tegen dat wordt geprobeerd, door beide titels te combineren, zoveel mogelijk lezers van beide bladen voor dat project te winnen. Of het zal lukken is een tweede uiteindelijk zullen de lezers stemmen met hun acceptgirokaart.

Nieuw concept

Maar we moeten niet doen alsof De Tijd blijft bestaan. Mijn mening is dat het nieuwe blad een fiasco wordt als de redactie probeert een soort combinatie van beide oude bladen te maken. Ik geloof dat er gaandeweg een nieuw blad zal moeten komen, gemaakt op basis van een nieuw concept, een blad dat zich een eigen publiek moet veroveren. Natuurlijk zullen er wat Tijd-elementen inzitten, en ook wat HP-elementen, al was het maar omdat er Tijd- en HP-journalisten in gaan schrijven. Het nieuwe blad zal HP/De Tijd worden genoemd, met als ondertitel Het Weekblad.

Ik vermoed dat binnen afzienbare tijd de hoofdtitel zal verdwijnen en dat alleen Het Weekblad zal overblijven. Ik gun het nieuwe blad alle mogelijke succes, want als HP/De Tijd een succes wordt, hebben ook mijn Tijd-collega's die er gaan werken succes. Nu wil ik alleen nog maar praten over De Tijd. Aan een traditie van 145 jaar komt een einde, zoals er ook een einde komt aan een titel die 145 jaar heeft bestaan. Daarom is dit een wat weemoedige en verdrietige bijeenkomst op deze historische plek, op deze plaats van het Kasteel van Aemstel waar ik dertig jaar geleden, op 1 november 1960, begon te werken op de redactie buitenland van het dagblad De Tijd.

Toen ik een paar dagen bij De Tijd werkte, werd John Kennedy gekozen tot president van de Verenigde Staten. Op 20 januari 1961 werd hij beedigd. Toen hij drie maanden president was, in april 1961, viel een door de CIA opgezette en geleide strijdmacht van Cubaanse ballingen het door Fidel Castro geregeerde eiland Cuba binnen. Dat werd een geweldig fiasco en uiteraard kreeg Kennedy dat op zijn boterham. Hij had zich een betere start van zijn presidentschap voorgesteld. Maar Kennedy had de gave om op het juiste moment de juiste woorden te zeggen. Hij moest die week een rede houden voor de Amerikaanse vereniging van dagbladuitgevers en daar zei hij: Success has many fathers but failure is an orphan. Het succes heeft vele vaders, maar de mislukking is een wees.

Aan deze typische Kennedy-uitspraak moest ik steeds denken toen ik de laatste weken in allerlei kranten en weekbladen beschouwingen las over de teloorgang van De Tijd. Iedereen weet weer precies wat de oorzaak is. De Tijd had katholiek moeten blijven of De Tijd is veel te lang katholiek gebleven. De Tijd was te degelijk of De Tijd was te luchtig. De Tijd was niet actueel genoeg of De Tijd hield zich juist te veel bezig met de waan van de dag. De Tijd had dit en De Tijd had dat, De Tijd had zus of De Tijd had zo. Iedereen weet het precies.

En het is natuurlijk vooral de identiteit van De Tijd die nu weer overal ter discussie wordt gesteld. De Tijd heeft zich, vooral de laatste jaren, ontkoppeld van zijn verleden, en dat is wat De Tijd fataal is geworden. Zegt men. Iedereen probeert nu zijn gelijk binnen te halen. Iedereen heeft gelijk en iedereen heeft ongelijk. Maar ik heb het grootste gelijk van allemaal als ik vandaag zeg: deze discussie laat ik met liefde rusten, ik doe er niet aan mee. Het succes heeft vele vaders maar de mislukking is een wees. Ik begrijp dat niemand de verantwoordelijkheid voor de mislukking op zich wenst te nemen. Dat doe ik zelf ook niet, hoewel ik toch veertien jaar hoofdredacteur en mede-hoofdredacteur ben geweest. Maar ik verzet mij tegen de pogingen die nu allerwege worden aangewend om de mislukking alsnog een vader en een moeder te bezorgen.

Slechts een citaat wil ik u geven. Het is geen toeval dat wat ik nu citeer is geschreven door de man die ik persoonlijk beschouw als een van de beste journalisten van Nederland. Ik bedoel Henk Hofland. Hij schreef in het laatste nummer van de Haagse Post: 'Natuurlijk ondervinden de weekbladen kwantitatieve concurrentie van de dikke dagbladen, maar het meest worden ze benadeeld, niet door de bijvoegsels met hun vrijdagse en zaterdagse vloed van leesvoer, maar door de opiniepagina's van de dagkranten. Daar wordt op het ogenblik meer gedurfd, verkend en geprikkeld dan in de weekbladen die zich op het kaalgegraasde terrein blijven afsloven. (...) Daar wordt het debat gevoerd, zonder noemenswaardige bijdrage van de opiniebladen die deze naam dan ook niet meer verdienen'. En uit het hart gegrepen is mij ook Hoflands laatste opmerking: 'Ik denk dat de opiniebladen, al fuserend, nieuwe formaten en opmaak kiezend, de strijd zullen verliezen als ze blijven geloven dat je, naarmate je ouder wordt, sterker op je make-up bent aangewezen'. Ik geloof dat Hofland gelijk heeft. Ik geloof dat deze opmerkingen meer terzake zijn dan alle beschouwingen over de identiteit van De Tijd.

Natuurlijk, wij hebben het probleem van die identiteit nooit kunnen oplossen. Ik heb dat, toen ik nog hoofdredacteur was, nooit gekund, dat geef ik eerlijk toe. Mijn opvolger Tony van der Meulen kon het ook niet, ook hij geeft dat toe.

Maar het wezenlijk probleem lag elders en moet worden gezocht in de opmerkingen van Henk Hofland. Zoals ik zelf zei in een recent interview met Ischa Meijer in Nieuwe Revu: 'Ik voel mij als maniakale krantenlezer meer gedesorienteerd wanneer ik een avond NRC Handelsblad niet heb gelezen dan wanneer ik een week de weekbladen niet heb gezien'. Een paar jaar geleden zei ik dat al eens op een redactievergadering van De Tijd als we weer eens een van die lange en vermoeiende discussies hadden over hoe het verder moest. Ik zei toen: 'De grote nationale discussies spelen zich tegenwoordig af op de opiniepagina's van NRC Handelsblad en de Volkskrant en niet in de kolommen van de opinieweekbladen. Kijk maar naar Vrij Nederland. Vroeger rukte je dat blad elke week uit het bandje, of je rende naar de kiosk, om te kijken wat ze nu weer hadden. Tegenwoordig blader je het door en je denkt: Zal ik het lezen of zal ik het niet lezen, en dikwijls lees je het niet, want dan valt er alweer een dikke krant in de bus waarvan de inhoud niet mag worden gemist. En een mens wil ook nog wel eens een boek lezen of naar de televisie kijken!Ook geloof ik dat Hofland gelijk heeft als hij schrijft dat de weekbladen te veel hun heil hebben gezocht in de make-up. Anders gezegd en toegepast op ons eigen blad dat wij vandaag ten grave dragen: de exploitatie van De Tijd was veel te duur met al dat mooie papier en al die prachtige kleurendia's. Ik denk dat het beter was geweest als De Tijd een low-budgetblad was gebleven, zoals De Groene Amsterdammer en Hervormd Nederland low-budgetbladen zijn, dan hadden we het nog lang kunnen volhouden.

Leuk blad

Al met al hebben we het niet eens zo slecht gedaan. In zes, zeven jaar is het aantal mensen in Nederland dat een opinieweekblad koopt, of er een abonnement op heeft, gehalveerd van ruim een half miljoen tot minder dan een kwart miljoen. Maar de oplage van De Tijd bleef redelijk stabiel, rond de 35.000. Ons marktaandeel werd dus in feite steeds groter, maar dat hielp ons niet, en bovendien lieten de adverteerders ons in de steek.

Het probleem van de opinieweekbladen is structureel, dat is evident en wordt afdoende bewezen door de halvering van hun gezamenlijke oplage. Geen van de bladen heeft het juiste antwoord gevonden, wij ook niet. We maakten een leuk blad voor de verkeerde markt, zoiets. We moesten roeien tegen de stroom in en het is ons niet gelukt.

    • Medewerkers U