Bevrijdingstheoloog op congres Leuven; Brieven Vaticaan deren Boff niet

LEUVEN, 11 sept. Breed lachend springt hij op van zijn stoel: Leonardo Boff, de Braziliaanse bevrijdingstheoloog die sinds de jaren '70 jaarlijks een brief krijgt van het Vaticaan waarin opheldering wordt gevraagd over zijn standpunten. 'Zo'n brief krijg je nooit direct. Die gaat eerst naar de generaal-overste van de Franciscaner orde in Rome, die stuurt hem door naar de overste in Brazilie en daarna krijg ik hem. Dan vertel ik mijn hond en mijn kat wat erin staat, maar die weten het zo langzamerhand wel.'

Boff neemt deel aan het congres in Leuven ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het internationaal theologisch tijdschrift Concilium. Hij noemt dat symposium 'een daad van verzet tegen de behoudende manier waarop de hoogste gezagsdragers en bisschoppen binnen de rooms-katholieke kerk zich gedragen'. Boff heeft zich andermaal de woede van het Vaticaan op de hals gehaald, ditmaal met zijn kritiek op de benoeming van conservatieve bisschoppen. Het hoofd van de Congregatie voor de Geloofsleer, kardinaal J. Ratzinger, heeft de Braziliaanse bisschoppenconferentie verzocht de artikelen waarin Boff stelling neemt tegen het benoemingenbeleid van Paus Johannes Paulus de Tweede te bestuderen en eventueel maatregelen tegen hem te nemen.

Boff: 'Je went eraan, maar tot nu toe weet ik mij verzekerd van de steun van de bisschoppen en zolang zij mij verdedigen houd ik mijn leerstoel. Natuurlijk besef ik dat Ratzinger erop speculeert dat ik op een dag zal zeggen: ik stop ermee, ik zeg mijn ambt vaarwel. Maar die vreugde schenk ik hem niet.' Vorig jaar nog zegde Boff onder druk van het Vaticaan al zijn spreekbeurten in het buitenland af, in ruil waarvoor hij docent mocht blijven aan de theologische hogeschool in Petropolis. Vijf jaar geleden kreeg hij van het Vaticaan een spreek- en schrijfverbod opgelegd: zijn boek 'Kerk, charisma en macht' zou een gevaar voor de rooms-katholieke leer zijn. In dit boek stelt hij onder meer de centralistische manier waarop binnen zijn kerk beslissingen worden genomen, aan de kaak. Boff: 'Drie jaar geleden was kardinaal Simonis hier. Hij kreeg tranen in zijn ogen toen hij zag hoe sterk hier de band is tussen de gelovigen en de vertegenwoordigers van de kerk. Ik zei: dat kun jij in Nederland toch ook proberen te bereiken. Toen antwoordde hij: 'Nee, want ze accepteren me niet.'

Instructie

Zwijgend roert de Nijmeegse priester-hoogleraar pastoraal theologie, professor J. van de Ven, in zijn koffie. De vraag was waarom hij binnen de kerk blijft nu het hoogste gezag in de recente 'Instructie over de kerkelijke roeping van een theoloog' geen ruimte laat voor vrije wetenschapsbeoefening. 'Er is geen alternatief. Ik beschouw de kerk als instrument, niet als doel en ik heb geen ander instrument om de religie levend te houden. Ik denk wel dat het Vaticaan met deze Instructie een weg is ingeslagen die op de lange termijn desastreus zal zijn voor de theologie. Wat mijzelf betreft: ach, je schrijftalent en je creativiteit worden hevig aangesproken. De menselijke pen weet wel manieren te vinden waardoor ingewijden begrijpen wat er werkelijk staat.' Hij beseft dat door het ontbreken van een zinnige communicatie tussen progressieve Nederlandse theologen en de bisschoppen vervreemding in de hand wordt gewerkt die haar weerslag heeft op 'het gewone kerkvolk'. Op het strijdtoneel bevinden zich volgens Van de Ven de hoogste gezagdragers die menen dat het voortbestaan van het christendom is gebaat bij strakke handhaving van eeuwenoude normen en waarden. Daar tegenover staan zij die juist door het opnieuw interpreteren van deze waarden en normen aansluiting van de religie en de moderne tijd nastreven. De derde groep wordt gevormd door mensen voor wie religie puur een ethische aangelegenheid is geworden, ontdaan van het godsbesef. De deelnemers aan het congres, overwegend theologen, bleken zich gisteren andermaal niets aan te trekken van de 'Instructie', die niet alleen het hebben maar ook het openbaar maken van afwijkende opvattingen verbiedt. De theologe Elizabeth Schussler hield een gloedvol betoog over het belang van feministische theologiebeoefening. De Zwitserse theoloog Hans Kung noemde het congres een bewijs dat de 'Instructie' niet werkt.