Bert en Ernie zijn overal anders; Maar Sesamstraat kan ookhier weer een educatief programma worden

In Groot-Brittanie is Sesamstraat gestopt toen grote aantallen kleuters op de vraag 'Where does the milk come from?' vol overtuiging 'America' begonnen te antwoorden. Groot-Brittanie hoort niet bij de landen die in nauwe samenwerking met het Amerikaanse Children's Television Workshop (CTW)hun eigen Sesamstraat maken. West-Duitsland, Turkije, Koeweit, Mexico, Noorwegen, Portugal, Israel, Nederland, Canada, Nieuw-Zeeland en Spanje doen dat wel. Samen met de Amerikaanse bedenkers confereerden zij vorige week in Amsterdam over het onderwijs van Pino, Bert en Ernie. Dit onderwijs, zo bleek, verschilt per land. In de Verenigde Staten is Sesame Street in 1969 begonnen als een zwaar door de overheid gesubsidieerd compensatie-programma voor kinderen die niet naar de kleuterschool gaan. Om op de basisschool geen al te grote achterstand te hebben, moesten zij van de televisie leren tellen en spellen. Onderzoek had uitgewezen dat kleuters heel geboeide kijkers zijn, met een voorkeur voor snelle, korte items. Deze formule van Sesamstraat een ongedwongen, flitsende les is door alle co-producerende landen overgenomen. Terwijl in de Verenigde Staten de subsidie inmiddels aardig is opgedroogd en 1700 verschillende produkten (boeken, platen, truien, beesten, posters en natuurlijk de verkoop van de programma's aan andere landen) voor geld zorgen, hebben andere landen Sesamstraat geadopteerd als modern onderwijs voor kleuters. In Mexico startte in 1972 Plaza Sesamo, met als voornaamste doel kinderen spellen en elementaire hygiene bij te brengen. Vaste kijkertjes blijken het op school beter te doen dan kinderen die niet kijken.

In Turkije begon vorig jaar Susam Sokagi. Volgens Aart Staartjes (Meneer Aart) is dit programma ' misschien wel moderner dan het Nederlandse Sesamstraat'.

Susam Sokagi en Plaza Sesamo zijn trouw gebleven aan het Amerikaanse uitgangspunt dat Sesamstraat in de eerste plaats is bestemd voor kinderen uit de laagste sociale groepen. De Nederlands producenten vonden dat niet zo nodig. Toen het programma in 1976 voor het eerst werd gemaakt, leefde de overtuiging dat het Nederlandse onderwijs iedereen gelijke kansen biedt nog volop. De NOS wilde met Sesamstraat vooral de emotionele ontwikkeling van kleuters stimuleren en hun van jongsaf leren dat vrouwen kunnen werken en inititatief nemen, dat er ook gehandicapte kinderen zijn en dat buitenlandse kinderen heel gewoon zijn.

Maar Staartjes en met hem eindredacteur Ben Klokman vragen zich af of sesamstraat in de jaren negentig niet moet veranderen. Staartjes: ' We filmden laatst in een kleuterklas in Rotterdam. Bijna alle kinderen waren buitenlands. Die kinderen moesten nog leren om kleuren te benoemen, dat konden ze niet. We hebben kinderen nooit willen onderschatten, maar misschien hebben we sommigen wel overschat.' Deze wat late terugkeer naar wat de Amerikanen de cognitive goals van Sesamstraat noemen dat onderwijs de sociale verschillen niet wegwerkt is al weer zo'n jaar of tien gemeengoed is ook om een andere reden het overwegen waard. Nederland is van de 84 landen waar Sesamstraat wordt uitgezonden het enige waar het programma niet langer dan een kwartier duurt. In de meeste landen is dat een half uur, in de Verenigde Staten twee keer per dag een uur. Als Sesamstraat een erkend compensatie-programma voor minder bedeelde kleuters zou worden, liggen meer zendtijd en meer geld voor de hand. ' Twee keer per dag een half uur zou ideaal zijn', zegt Klokman.

Overigens zijn alle co-producenten het erover eens dat Sesamstraat behalve onderwijs ook zicht op maatschappelijke ontwikkelingen moet bieden. Het heeft er ongetwijfeld mee te maken dat een land dat zijn eigen Sesamstraat wil gaan maken, verplicht is de doelstellingen van het Amerikaanse CTW in ieder geval in grote lijnen over te nemen. Sesamstraat moet de moderne maatschappij voor kleuters toegankelijk maken (in de Verenigde Staten worden dagelijks 'begrijpelijkheids-onderzoekjes' gehouden). De meeste landen werken dan ook met een team van onderwijskundigen, psychologen en andere experts. Zij hebben ervoor gezorgd dat in Plaza Sesamo een echtpaar figureert waarvan de vrouw werkt en de man het huishouden verzorgt. Het Duitse Sesamstrasse brengt kinderen onafhankelijkheid bij, het Spaanse Barrio Sesamo heeft veel aandacht voor ecologische kwesties en het Israelische Rechov Sumsum legt vooral nadruk op verdraagzaamheid.

Een uitzondering op deze regels, zo bleek tijdens het congres, vormt Noorwegen. Dat land heeft een Sesam-station gemaakt in een decor van negentiende eeuwse uniformen, ouderwetse telefoontoestellen en nog veel meer. Het is een sprookjesachtig geheel, ' met als gevolg dat elke neger die daar binnenwandelt een sprookjesfiguur is', meent Aart Staartjes. Dat het Amerikaanse moederbedrijf zijn kritiek deelt, bleek aan het einde van het congres. Joan Lufrano, director of international productions, nam van de vele videobanden alleen de Noorse mee naar huis: ' To get a good look at it'. De enige co-producent die tijdens het congres ontbrak, was Koeweit. Op een schrijver na zitten de makers in hun land vast. Iftah Ya Simsim is een gezamenlijk initiatief van zes arabische landen en wordt in twintig landen uitgezonden (Zoals de Portugese produktie aan een aantal Afrikaanse landen en de Mexicaanse in Zuid-Amerika wordt verkocht). De Koeweitse versie van Sesamstraat besteedt veel aandacht aan de zeden en gewoonten van de arabische wereld, met filmpjes over geografisch, historisch of cultureel belangwekkende plaatsen in het Golfgebied. Yftah Ya Simsim wordt ook in Irak elke dag uitgezonden.

    • Gretha Pama