ZUID-AFRIKA IS EEN REUSACHTIGE WACHTKAMER

Ruim vier jaar na zijn eerste bezoek reisde de socioloog en columnist van deze krant J. A. A. van Doorn opnieuw naar Zuid-Afrika. Hij trof een samenleving aan die zich in meerderheid opmaakt voor de grootste hervorming in de geschiedenis van het land, maar die tevens het gevoel heeft een riskant avontuur te zijn begonnen waarvan de afloop niet valt te voorspellen. Zijn indrukken zullen worden neergelegd in een viertal artikelen waarvan het eerste hieronder volgt.

Zuidwestelijk van Kaapstad, een kilometer of vijftien van het centrum, ligt de Houtbaai, een van de vele schitterende, door bergen ingesloten baaien waaraan de zuidkust rijk is. Tegen de heuvels bouwden kapitaalkrachtige Zuidafrikanen, zeer overwegend blanken, royale bungalows en landhuizen die een uitzicht bieden op de diepblauwe zee en de bergketen aan de overkant van de baai. De kleine nederzetting, eveneens Houtbaai geheten, kent een levendig sociaal verkeer. De zakenmensen, artsen en advocaten die er wonen, treffen elkaar in de plaatselijke zeilvereniging; er wordt veel gedaan aan sportvissen en paardrijden. Een artikel in het augustusnummer van het maandblad Leadership zegt het kort en goed: 'Hout Bay was the apotheosis of the White South African Dream'. De droom is inderdaad verleden tijd. Het artikel in Leadership, met overtuigende foto's geillustreerd, laat zien wat er is gebeurd. Het relaas, niet zonder een lichte ironie gebracht, is het verhaal van een invasie. Sedert de aanvang van dit jaar hebben meer dan 1.100 zwarte daklozen zich in de valleien van Houtbaai neergelaten. Midden tussen de fraaie huizen van de blanke upper class, met hun tuinen en zwembaden, staan nu zo'n kleine 400 shacks er is geen Nederlandse term voor opgetrokken uit hout, karton en golfplaten, en afgedekt met plastic lappen. Tussen de schots en scheef in het zand gebouwde hutten wappert wasgoed aan de lijnen en ligt afval in hopen verspreid.

Plakkerskamp

Het landgoed van een van de meest prominente bewoners van Houtbaai is zowel voor als achter ingesloten door een 'plakkerskamp', zoals de Afrikaner uitdrukking luidt. Een groot raam, bedoeld om zee en bergen panoramisch te omvatten, biedt thans een direct uitzicht op een verzameling bouwsels die nog het meest doet denken aan een negentiende-eeuws zigeunerkamp. De 'plakkers' (squatters) betrekken hun water uit de kraan in zijn tuin.

Ter verdediging van hun eigendomsrechten hebben de blanken een vereniging opgericht. Een rechterlijke uitspraak stelt hen in het gelijk, maar de politie heeft instructies het kamp niet te ontruimen. Onrust, die gemakkelijk tot politieke spanningen kan leiden, moet momenteel worden vermeden. Trouwens, het ANC heeft zich achter de invasie gesteld.

De blanken zijn buitengewoon verontwaardigd. Hun belangen zijn aangetast, maar ze vinden geen gehoor; de wet is aan hun kant maar het baat hun niets. Vanouds overwegend progressief, in Zuidafrikaanse zin, zoeken ze thans de steun van ultra-rechtse partijen. Er gaan geruchten dat zij het recht in eigen hand willen nemen.

De 'plakkers' zijn niet onder de indruk van de vijandige sfeer rond hun nederzetting. Zij verwerpen de blanke aanspraken die naar hun zeggen op apartheidswetten berusten. Zij stellen dat zij recht hebben op het land en zullen vechten als ze worden verwijderd.

Inmiddels wordt naar een vreedzame oplossing gezocht. Vertegenwoordigers van de blanke en de plakkersbevolking hebben een commissie gevormd waarin ook het plaatselijk bestuur is vertegenwoordigd. Besloten is verdere instroming te beletten wat niet helemaal blijkt te lukken. Gezocht wordt naar grond in de omgeving waar hervestiging, met wederzijdse instemming, zou kunnen geschieden door de weigerachtigheid van de grondeigenaren vooralsnog zonder succes. De spanningen blijven; de onderhandelingen gaan voort.

Confrontatie

Houtbaai is het hedendaagse Zuid-Afrika in het klein. Overal in het land is de zwarte massa in beweging gekomen. In de periferie van de blanke steden duiken ze op: duizenden, tienduizenden daklozen, voorheen door de politie verwijderd, thans ongemoeid gelaten. De wet die vrije vestiging verbiedt is nog van kracht, maar de handhaving wordt nagelaten, mede doordat de stroom niet meer is te keren.

Het gevolg is een onmiddelijke confrontatie van blank en zwart. Wat de zogenoemde Groepsgebiedenwet keurig gescheiden hield in afzonderlijke woongebieden, loopt nu in elkaar over: blank, bruin en zwart worden voor elkaar meer dan zichtbaar, niet in de ordelijke verhoudingen van arbeidsorganisaties waar iedereen zijn plaats kent, maar in een hoogst onordelijk patroon van spontane vestiging en woningbouw.

Men zou kunnen spreken van een dijkdoorbraak. De blanken voelen zich door de stijgende zwarte vloed ingesloten, meestal nog op afstand, soms, zoals in Houtbaai, met een pijnlijke nabijheid. En wat het ergste is: de zwarten komen met vrijmoedigheid te voorschijn. 'Plakkers' waren er al lange tijd, maar ze woonden op de achtererven in de zwarte woongebieden, in de heuvels of in ieder geval wegschuilend, ver van de steden. Nu komen zij nader. Ze tooien zich met de ANC-kleuren en beroepen zich op politieke steun. Ze gedragen zich als eisers die hun recht zoeken, niet als verschoppelingen en onmondigen.

Het kon niet uitblijven. Al jarenlang, in feite sinds ongeveer 1975, is de massale trek van zwarten naar de steden aan de gang. Telkens weer werden plakkerskampen door de politie weggebulldozerd en werd de bevolking naar de thuislanden gedeporteerd. Alles was tevergeefs. De zwarten keerden terug bij tienduizenden en, in het land als geheel, tot ettelijke miljoenen aangezwollen.

Vele, meer welvarende zwarten hebben zich inmiddels in de steden gevestigd. Hoewel het voor hen wettelijk is verboden daar te wonen, was in 1987 bijna de helft van de bevolking van downtown Johannesburg zwart. In 1989 werd openlijk toegegeven dat in elk van de 36 blanke voorsteden van deze metropool zwarten wonen.

Wat zich hier en elders heeft voltrokken, is door de directeur van een gezaghebbend onderzoekscentrum, dr. Kane-Berman, de silent revolution genoemd. De apartheid, zo luidt zijn stelling, is al verregaand ondergraven, niet echter door politieke actie of buitenlandse pressie, maar door de massale, ongeorganiseerde, burgerlijke ongehoorzaamheid van de zwarte bevolking. Het meest indrukwekkende voorbeeld is wel de massale overtreding van de passenwet die in de loop van de jaren miljoenen (!) arrestaties uitlokte, zonder dat de stroom van werkzoekenden naar de blanke steden erdoor werd ingedamd. (John Kane-Berman, South Africa's silent revolution, South African Institute of Race Relations, 1990).

Politiek

De politieke reconstructie die dit jaar is begonnen, volgt de bewegingen in de samenleving niet omgekeerd. Ze erkent het bestaan van een 'nieuw Zuid-Afrika' en tracht formules te vinden die de reeds in contouren zichtbare post-apartheidsmaatschappij politiek en wettelijk vorm kunnen geven.

Toch viel het startschot waarmee de reconstructie in gang werd gezet, volkomen onverwachts. Politieke insiders vertelden mij hoe verrast zij waren door de rede waarmee president De Klerk op 2 februari dit jaar het parlement opende. Zij legden er de nadruk op dat zelfs de Nationale Partij, sinds meer dan veertig jaar het blanke bolwerk bij uitstek, nauwelijks gekend in de hervormingsplannen die De Klerk, in naam van die partij, aankondigde. Het heeft er veel van dat Nelson Mandela, destijds nog de gevangene van Pretoria, beter op de hoogte was van wat er stond te gebeuren dan menige topfiguur in het blanke kamp.

De stevige en tot nu toe stabiele populariteit van De Klerk is alleen daarom al een klein wonder. Ik kreeg inzage in nog ongepubliceerd onderzoeksmateriaal waaruit bleek dat hij sinds een jaar onafgebroken en op een hoog niveau publieke instemming vindt, en al die tijd populairder is dan zijn Nationale Partij. Mandela, hoewel door zijn volgelingen op handen gedragen, kent in datzelfde jaar een meer wisselende bijval; wat interessanter is: hij blijkt precies tegengesteld aan De Klerk bij voortduring iets minder populair dan zijn partij, het ANC. De verschillende positie van de hoofdrolspelers wordt weerspiegeld in de opstelling van hun respectieve partij. De Nationale Partij, hoewel aan de rechterzijde onmiskenbaar afkalvend, toont zich tot nog toe een bolwerk van eenheid en solidariteit. Aanvankelijk gesputter uit de hoek van politie en veiligheidsbureaus is rustig maar resoluut tot zwijgen gebracht. Politieke beslissingen vinden in de partij een bijzonder breed draagvlak. Eventuele spanningen, die zeker niet zullen ontbreken, blijven voor de buitenwacht onzichtbaar.

Het ANC daarentegen maakt een onzekere indruk. Over fundamentele kwesties als de repressie van het geweld in de zwarte gemeenschappen, de voorzetting van de gewapende strijd en de wenselijkheid van economische nationalisatie in de toekomst worden tegenstrijdige uitspraken gedaan. Eenstemmigheid ontbreekt zozeer dat reeds herhaaldelijk de indruk is gevestigd als zou het ANC dubbel spel spelen. De nauwe vervlechting met de top van de Communistische Partij versterkt het wantrouwen in het blanke kamp. Men vraagt zich af of het gezag van Mandela toereikend is om de communistische invloed in te dammen. Zelfs zijn vrouw heeft hij niet in de hand, zeggen spotters; het valt moeilijk te ontkennen.

Explosief

Het is al vaak gezegd: de beide grote opponenten van gisteren regering en ANC zijn momenteel tot elkaar veroordeeld. Met behoedzame eensgezindheid gaan ze voorwaarts over de bergkam die naar een non-raciaal Zuid-Afrika moet voeren. Rechts gaapt de afgrond waaruit het rauwe geluid opklinkt van blanken die met gewapend verzet dreigen als de zwarten deel zouden krijgen aan de macht. Links klinkt de kreet 'one settler, one bullet' waarbij settler als scheldnaam dient voor de blanken die, als 'kolonisten', in Afrika niets te zoeken zouden hebben.

Het rechtse en linkse, het blanke en zwarte racisme sluiten elkaar uit en versterken dus elkaar. Het is een levensgevaarlijk spel dat hier wordt gespeeld omdat een enkele onbeheerste gewelddaad een explosie kan veroorzaken die maanden moeizaam overleg tot nul reduceert, dan wel het hele onderhandelingsproces vernietigt. De minister van buitenlandse zaken, Roelof Botha, moet in kleine kring gezegd hebben dat in geval de boot waarin de onderhandelaars zich thans bevinden zou kapseizen, de haaien die zich thans van twee kanten verdringen geen onderscheid zullen maken tussen de blanke en de zwarte drenkelingen.

Het blanke bewind staat aanzienlijk sterker dan de zwarte oppositie. Afgezien van een grotere eenheid en vastberadenheid heeft het een goed toegerust staatsapparaat ter beschikking, inclusief een formidabele militaire macht die zo nodig kan worden gebruikt.

Paradoxaal genoeg loopt dit bewind daarom ook de grootste risico's. Hoewel verantwoordelijk voor rust en orde, kan de regering politie en leger niet inzetten zonder intern grote weerstand te wekken en internationaal de moeizaam verworven goodwill te verspelen. Anderzijds kan te veel toegeeflijkheid rechts-radicale elementen, al dan niet binnen het veiligheidsapparaat, tot sabotage en mogelijk zelfs tot gewapend verzet provoceren.

Men doet over dergelijke onderwerpen niet geheimzinnig. In Nederlandse oren klinkt het bijna bizar deskundigen te horen debatteren over de mogelijkheid van een militaire coup, maar Zuid-Afrika kent een lange geschiedenis van geweld en rebellie en niemand kan uitsluiten dat die geschiedenis zich in de toekomst zal herhalen. In Pretoria was ik deelnemer aan een politiek-wetenschappelijke conferentie, met een zaal vol militaire en politie-functionarissen, waar een hoogleraar strategische studien openlijk de kans op een staatsgreep besprak. Hij achtte de kans niet groot, maar sloot niets geheel uit. Het oordeel lijkt mij juist. Het Zuidafrikaanse leger, voortgekomen uit de sfeer van Brits professionalisme, is traditioneel politiek terughoudend. Dat de minister van defensie, Magnus Malan, met de huidige ontwikkelingen niet gelukkig is, is algemeen bekend, maar lijkt geen groot risico. Hij zal morrend volgen, en met hem het officierscorps.

Gevaren zitten veeleer in de hoek van voormalige dienstplichtigen, vaak veteranen uit de nog maar kortelings beeindigde oorlog in Namibie en Angola. Het is daar dat men heftige ressentimenten kan aantreffen, compleet met een embryonale dolkstootlegende, die explosief kunnen worden indien bepaalde militaire eenheden, zoals de Special Forces, zich tot verzet tegen politieke beslissingen zouden laten verleiden.

Opluchting

Niettemin: in brede kringen in Zuid-Afrika bespeurde ik opluchting over het politieke proces dat thans in gang is gezet. 'Er moest iets gebeuren' dat is wat men steeds sterker was gaan voelen, zeker toen de aarzelende stappen van de voorgaande president, P. W. Botha, niet werden gevolgd door de verwachte sprong voorwaarts. De media blijven opvallend positief in hun beoordeling van de gang van zaken. Ook de vanouds conservatief gezinde Afrikaner pers volgt, op enige afstand, de voortgaande liberalisatie op ieder terrein. Het ontwikkelde publiek toont opvallend veel belangstelling voor kritische publikaties over het apartheidsverleden. Op de bestsellerlijsten staan ze niet zelden bovenaan: Rian Malan, My traitor's heart; Ted Botha, Apartheid in my rucksack; Allister Sparks, The mind of South Africa. The Daily Mail, onlangs herrezen uit de as van de ooit verboden Rand Daily Mail, is al na enkele maanden de beste krant waarover Zuid-Afrika beschikt: professioneel gemaakt, evenwichtig in oordeel, een produkt van blanke en zwarte journalistiek, kortom, zoals de kop met trots verkondigt: The paper for a changing South Africa.

Wat verder opvalt, is dat links-liberale en onafhankelijke commentatoren in het algemeen met interesse worden aangehoord en geciteerd. Sociale onderzoekers die objectieve informatie geven over politieke en maatschappelijke kwesties, halen de voorpagina van overigens niet-progressieve kranten. Ze beschikken ook over eigen organen die overal te koop zijn zoals de maandbladen Cross Times en Die Suid-Afrikaan.

Men vergisse zich overigens niet. Veel van deze initiatieven bereiken slechts een relatief klein publiek; het zijn niet zelden kasplantjes die mede door middel van grote advertenties uit de hoek van het bedrijfsleven (Shell helpt!) in leven worden gehouden. Het bewijs wordt prompt geleverd: vorige week kwam het bericht binnen dat The Daily Mail ter ziele is.

Interregnum

De opluchting waarmee de hervormingskoers van De Klerk wordt begroet, is meer een psychologische dan een politieke reactie. Ze doet enigszins denken aan de bevrijdende werking die uitgaat van een oorlogsverklaring welke volgt op een lange en martelende periode van wachten in onzekerheid.

Het is waar: men weet nu op weg te zijn naar 'een nieuw Zuid-Afrika', maar niemand kan zeggen hoe dat nieuwe Zuid-Afrika er uit zal zien. Daardoor lijkt ondanks alle snelle veranderingen de toekomst verder weg dan zij in feite is. Men leeft nog in een interregnum, met het bedrieglijke gevoel dat vooralsnog de zaken op de oude voet kunnen worden voortgezet.

Op een bezoeker van buiten maakt Zuid-Afrika de indruk van een reusachtige wachtkamer, gevuld met een redelijk optimistisch gestemd maar niettemin ongerust en alert publiek. Pas indien de vage toekomstconcepties die momenteel circuleren in politieke voorstellen worden geconcretiseerd, zal dit publiek in beweging komen. De werkelijke strijd om de macht in het 'nieuwe Zuid-Afrika' moet nog beginnen.

    • J. A. A. van Doorn