Voorlopig geen gewelddadig ingrijpen; Gorbatsjov en Bush: eenfront tegen Irak

HELSINKI, 10 sept. De Amerikaanse president Bush en zijn Sovjet-collega Gorbatsjov zijn vastbesloten een einde te maken aan de Iraakse agressie. Dat hebben zij uitgesproken in een gisteren in Helsinki uitgegeven verklaring. De twee leiders zijn van oordeel dat van gebruik van geweld om een einde te maken aan de Iraakse bezetting van Koeweit vooralsnog geen sprake hoeft te zijn.

In de gezamenlijke verklaring na de zeven uur durende besprekingen in de Finse hoofdstad staat: 'Wij geven er de voorkeur aan de crisis op vreedzame wijze op te lossen en wij zullen eensgezind blijven in onze opstelling tegen de Iraakse agressie zolang de crisis voortduurt. Wij zijn echter vastbesloten dat aan de agressie een einde moet komen en als de tot dusver gezette stappen daar niet toe leiden, dan zijn wij bereid aanvullende maatregelen te overwegen in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties.' Waarnemers zien in deze formulering ruimte voor uiteindelijk gebruik van militaire middelen, maar tijdens een gezamenlijke persconferentie gingen de twee presidenten elke discussie over mogelijk gebruik van geweld tegen Irak uit de weg. President Bush verklaarde dat er niet gesproken was over een militaire optie. 'Dat zou te hypothetisch zijn. We willen dat deze boodschap overkomt bij Saddam Hussein en dat hij doet wat de Verenigde Naties willen'. Gorbatsjov zei deze mening te delen: 'We hebben de hele tijd naar politieke oplossingen gezocht. We denken daarmee te handelen in de geest van de uitspraken van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.' Gorbatsjov zei van oordeel te zijn dat de politieke mogelijkheden nog niet uitgeput zijn. Ook de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, leek in die richting te denken, toen hij bij het verlaten van de Finlandia-hal in Helsinki zei eventueel te denken aan 'aanvullende sancties' tegen Irak.

De twee leiders deden een beroep op alle landen zich te houden aan de door de VN tegen Irak en Koeweit afgekondigde sancties en beloofden zowel gezamenlijk als afzonderlijk te zullen werken aan de naleving ervan. Wel zijn Bush en Gorbatsjov van oordeel dat met het oog op 'humanitaire omstandigheden' het transport van voedsel naar Irak en Koeweit mogelijk moet blijven, op voorwaarde dat dit onder strikt toezicht van de bevoegde internationale organisaties komt te staan. De sanctie-commissie van de VN-Veiligheidsraad zal nader omschrijven wat die 'humanitaire omstandigheden' zijn. Van een koppeling tussen de Iraakse bezetting van Koeweit en de Palestijnse kwestie is voorlopig geen sprake. De gedachte aan een vredesconferentie voor het Midden-Oosten, zoals die door Sovjet-minister van buitenlandse zaken Sjevardnadze onlangs weer is geopperd, heeft Bush niet expliciet van de hand gewezen.

Maar tijdens de persconferentie verklaarde de Amerikaanse president dat het niet aangaat om niets te doen aan de Iraakse agressie tegen Koeweit omdat de Palestijnse kwestie nog niet geregeld is.

In de gezamenlijke verklaring van de twee presidenten wordt de beeindiging van de Iraakse bezetting van Koeweit duidelijk vooropgesteld: 'Zodra de doelstellingen zoals die zijn genoemd in de bovengenoemde resoluties van de VN-Veiligheidsraad zijn bereikt en we hebben laten zien dat agressie niet loont, zullen de presidenten hun ministers van buitenlandse zaken opdracht geven met de landen binnen en buiten de regio te werken aan de ontwikkeling van regionale veiligheidsstructuren en aan maatregelen ter bevordering van vrede en veiligheid.' Sovjet-leider Gorbatsjov zei dat het aantal militaire adviseurs van de Sovjet-Unie in Irak de afgelopen weken was teruggelopen van 196 naar 150. Hij wees erop dat geen van hen rechtstreeks betrokken is bij de Iraakse oorlogshandelingen. President Bush verklaarde dat die aanwezigheid geen punt van wrijving is: 'Ik wil graag dat ze allemaal vertrekken, maar ik laat dat aan de heer Gorbatsjov over', aldus de Amerikaanse president.

    • Herman Amelink