Uitstel besluit over Europese monetaire unie

ROME, 10 sept. De Europese ministers van financien zijn het zaterdag nog niet eens geworden over het tempo waarin de Economische en Monetaire Unie (EMU) kan worden ingevoerd.

Tijdens de informele bijeenkomst van de ministers in Rome bleken er nog zoveel geschilpunten te bestaan dat op voorstel van de Nederlandse minister Kok besloten is om in november nog eens een vergadering over de EMU te beleggen voordat op 13 december de intergouvernementele conferentie (IGC) over de EMU zal beginnen. Dat betekent dat aan de regeringsleiders van de EG, die eind oktober een extra raad in Rome houden, nog een aantal politieke beslissingen wordt overgelaten.

Daarbij gaat het vooral om de vraag op welk moment de tweede fase van de EMU kan ingaan. De Europese Commissie, daarin gesteund door Italie, Frankrijk en Belgie en Denemarken, wil dat dit gebeurt op 1 januari 1993, het begin van de interne markt. De Spaanse minister van financien, Carlos Solchaga, legde zaterdag een plan op tafel waarin hij bepleit die datum een jaar te verschuiven omdat de lidstaten dan wat meer ervaring kunnen opdoen met het functioneren van de interne markt.

Andere lidstaten, waaronder Nederland en Duitsland, zijn van mening dat het beter is dat er eerst aan een aantal voorwaarden wordt voldaan op het gebied van economische convergentie voordat de tweede fase begint. Die convergentie houdt in dat de financieringstekorten, inflatiecijfers en rentepercentages van de lidstaten dichter bij elkaar zijn gekomen dan nu het geval is. 'Nederland', zo zei minister Kok, 'hecht eraan dat eerst aan die inhoudelijke voorwaarden is voldaan. Het gaat om de kwaliteit van de EMU, avonturen kunnen we ons niet veroorloven.' De Britse minister van financien, John Major, voerde aan dat de zwakkere economieen onder grote druk zouden komen te staan bij het invoeren van de EMU zonder dat aan die voorwaarden zou zijn voldaan. In dat verband heeft de ervaring met de monetaire unie in Duitsland voldoende aanleiding tot voorzichtigheid gegeven, zoals de president van de Bundesbank, Karl-Otto Pohl, vorige week ook al heeft betoogd. 'We willen een EMU om de unie hechter te maken', zo zei Major, 'en niet om nog meer discrepantie te creeren.'

Pas als de convergentie is bereikt, zo meende de Britse minister, kan er over een datum worden gesproken.

In het plan van minister Solchaga zijn ook elementen overgenomen uit het plan-Major voor de 'harde ECU' als tijdelijke dertiende munt naast de bestaande twaalf Europese munten. Pas in de derde fase, die volgens het Spaanse plan tegen het jaar 2000 zou moeten beginnen, zou de ECU de enige munt in de EG worden.

Minister Kok betoogde dat er in dat plan een aantal elementen zitten die 'serieuze overweging' verdienen, ook al beantwoordt Majors aanpak niet aan alle uitgangspunten van de EMU. 'We zien', zo zei Kok, 'dat de Britten behoorlijk in beweging zijn, dat ze het eens zijn met de noodzaak voor verdragswijziging en dat ze zelfs de soevereiniteit ter discussie stellen. Dat is vanuit het Britse standpunt toch een klein doorbraakje.' Waarnemers in de EG zien de zaterdag gerezen meningsverschillen als een uiting van de tegenstelling tussen econometristen en monetairisten: de eersten geloven dat het maken van afspraken en het scheppen van nieuwe instellingen, zoals de nieuwe Eurofed, de centrale bank, vanzelf leiden tot grotere economische en monetaire convergentie, de laatsten menen dat er meer nodig is voordat je zomaar 'een datum kan prikken', zoals minister Kok het uitdrukte.

Op een zeer korte persconferentie toonde een duidelijk teleurgestelde Commissievoorzitter Delors zich niettemin optimistisch: 'We hebben de beweging erin gehouden.'