Tekst van de verklaring

Met betrekking tot de invasie en voortdurende militaire bezetting van Koeweit door Irak, verklaren president Bush en president Gorbatsjov het volgende: We zijn eensgezind de overtuiging toegedaan dat de Iraakse agressie niet getolereerd kan worden. Er is geen vreedzame internationale orde mogelijk als grotere staten hun kleinere buren kunnen verslinden.

We bevestigen opnieuw de gezamenlijke verklaring van onze ministers van buitenlandse zaken van 3 augustus 1990 en onze steun voor de resoluties van de VN-Veiligheidsraad 660, 661, 662, 664 en 665. We doen vandaag nog een keer een beroep op de regering van Irak zich onvoorwaardelijk uit Koeweit terug te trekken, het herstel van de legitieme regering van Koeweit toe te laten en alle gijzelaars vrij te laten die nu in Irak en Koeweit worden vastgehouden.

Niets minder dan de complete uitvoering van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad is aanvaardbaar.

Niets minder dan een terugkeer naar de status die Koeweit voor 2 augustus had kan een einde maken aan de isolering van Irak.

We doen een beroep op de hele wereldgemeenschap zich te houden aan de sancties die zijn uitgevaardigd door de Verenigde Naties en we beloven, afzonderlijk en gezamenlijk, te werken aan een volledige naleving van de sancties. Tegelijkertijd erkennen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie dat de resolutie 661 van de VN-Veiligheidsraad het mogelijk maakt, als humanitaire omstandigheden dat noodzakelijk maken, voedsel in Irak en Koeweit in te voeren. De commissie voor sancties zal de Veiligheidsraad aanbevelingen doen over de vraag wanneer van humanitaire omstandigheden sprake is. De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie zijn het er verder over eens dat al dergelijke importen onder strikt toezicht moeten staan van de bevoegde internationale instanties om er zeker van te zijn dat het voedsel alleen degenen bereikt voor wie het is bedoeld, waarbij speciale prioriteit moet worden gegeven aan de noden van kinderen.

Wij geven er de voorkeur aan de crisis op vreedzame wijze op te lossen en we zullen eensgezind blijven in onze opstelling tegen de Iraakse agressie zolang de crisis voortduurt. Wij zijn echter vastbesloten dat aan deze agressie een einde moet komen en als de tot dusver gezette stappen daar niet toe leiden, zijn we bereid aanvullende maatregelen te overwegen in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties. We moeten er geen enkele twijfel over laten bestaan dat agressie niet kan en zal lonen.

Zodra de doelstellingen zoals die zijn genoemd in de bovengenoemde resoluties van de VN-Veiligheidsraad zijn bereikt en we hebben laten zien dat agressie niet loont, zullen de presidenten hun ministers van buitenlandse zaken opdracht geven met de landen binnen en buiten de regio te werken aan de ontwikkeling van regionale veiligheidsstructuren en aan maatregelen ter bevordering van vrede en veiligheid. Het is van wezenlijk belang actief te werken aan een oplossing van alle overige conflicten in het Midden-Oosten en de Perzische Golf. Beide zijden zullen elkaar blijven consulteren en maatregelen voorbereiden om deze bredere doelstellingen te gelegenertijd na te streven.