Stichting boekte succesje in strijd om stortplaats

LEIDERDORP, 10 sept. In de striemende regen knijpt mevrouw H. J. (Riet) Dekkers-Van Stijn de ogen dicht. We staan op een wijdse puinvlakte ten noorden van Leiden, tussen de plezierboten in het riviertje de Does en het voortrazende verkeer op de Rijksweg A4. Waar een paar jaar geleden nog koeien graasden, moet nu een stortplaats voor bouw-, sloop- en bedrijfsafval komen. Het puin dient als ondergrond. Maar na een gevecht van vier jaar kon mevrouw Dekkers die plannen dwarsbomen, dankzij een uitspraak van de Raad van State op dinsdag 28 augustus. 'Ik ben uitgeput, maar de strijd gaat door, ' zegt ze vastbesloten.

De uitspraak van de Raad van State kwam voor alle betrokkenen als een grote verrassing. De Raad besliste op formele gronden. Gedeputeerde Staten hadden, toen ze in 1988 in het kader van de Afvalstoffenwet de vergunning voor de stortplaats verstrekten, verzuimd een advertentie in de Staatscourant te plaatsen. Evenmin had het provinciaal bestuur de aangrenzende gemeente Woubrugge ingelicht. Dat was al lang bekend maar komt de provincie nu alsnog duur te staan.

Leefbaar Leiderdorp, de stichting van mevrouw Dekkers, kaartte de zaak samen met de gemeente Woubrugge, de Zuidhollandse Milieufederatie en het Sint-Elisabethziekenhuis bij de Raad van State aan. Burgemeester Brouwer de Koning van het ruim vijfduizend inwoners tellende Woubrugge noemt het Doesgebied 'zeer kwetsbaar'.

Brouwer de Koning: 'Het vervuilde grondwater kan op den duur in de Does terechtkomen, en bovendien heb je het gevaar van vliegas.' Volgens Dekkers ging de gemeente Leiderdorp akkoord met de vuilstort in ruil voor een vergunning om zand te winnen. Dekkers: 'In het oorspronkelijke afvalplan was een puinstortplaats in de Kagerzoom bij Warmond voorzien. Maar ja, de adviseur van de Gevulei (de organistie die is opgericht voor de vuilverwerking in Leiden en omstreken, KC) heeft daar een golfterrein. Dus dat kon niet.' Tegenover de stortplaats, aan de andere kant van de snelweg, ligt het Sint Elisabethziekenhuis dat, na aandringen van patienten en personeel, een van de donoren werd van de stichting Leefbaar Leiderdorp. Volgens algemeen-directeur Rombout brengt de stortplaats het gevaar van bacteriologische verontreiniging met zich mee, terwijl ook de overlast van stank, stof en geluid een rol speelt. En de verwachte overlast van duizenden meeuwen.

Een andere donor van de stichting was het AC-restaurant dat eveneens tegenover de geplande vuilstortplaats ligt. Maar op last van 'hogerhand' moest die steun worden gestopt. Manager A. J. J. van der Horst: 'Wat je je als prive-persoon best kunt veroorloven, is in het zakenleven nu eenmaal niet altijd mogelijk.' Van de bevolking van Leiderdorp heeft Dekkers nooit veel steun gehad. 'Dit is een slaapgemeente van ambtenaren', zegt ze ter verklaring. Bovendien was er het verhullend woordgebruik. Dekkers: 'Men sprak in het begin over een 'puinstortplaats'. Maar daar zijn wij niet ingetuind.' Al in 1987 stapte ze naar de gemeentesecretaris en vroeg om inzage van de stukken. Dat werd haar eerst geweigerd, maar toen ze aantoonde dat het om openbare stukken ging mocht het alsnog.

Nadat Dekkers keer op keer nul op rekest kreeg brak op 28 augustus de victorie aan. Maar wat nu? De provincie laat het er niet bij zitten. Mr. T. A. Hofman, hoofd van het bureau vergunningen van de afdeling bodem- en afvalstoffen van de provincie, rekent erop dat als de provincie de oude vergunningaanvraag opnieuw in behandeling neemt en de zaak weer bij de Raad van State terecht komt de Raad reeds in maart of april een uitspraak kan doen. Zonder de formele fouten zou alles snel kunnen verlopen.

Een andere zaak is het bestemmingsplan. Hofman: 'De Raad van State heeft de Kroon geadviseerd het bestemmingsplan van Gedeputeerde Staten af te keuren. Wij proberen nu de minister te overtuigen dat advies desnoods naast zich neer te leggen.' Volgens Dekkers vergt een nieuwe procedure voor een vergunning in het kader van de Afvalstoffenwet niet maanden, maar jaren. Daar zal ze desnoods persoonlijk voor zorgen. Ze sluit zelfs niet uit dat de puinvlakte weer in een weiland verandert.

Door de zaak om het Doesgebied dreigt het afvaloverschot van de provincie Zuid-Holland nog verder te stijgen. Rekende de provincie toch al op een overschot van niet-verbrandbaar bouw-, sloop- en bedrijfsafval van achthonderdduizend ton in 1991, nu komt daar nog eens 135.000 ton bij. Dat betekent dat voor bijna de helft van de jaarlijkse produktie van dit niet-verbrandbaar afval geen stortplaats te vinden is. Daarnaast kampt Zuid-Holland ook nog met een overschot van verbrandbaar huisvuil, ter grootte van 250.000 ton. Dus deed Zuid-Holland bij monde van milieugedeputeerde J. van der Vlist een beroep op Utrecht en Noord-Holland om hulp. Noord-Holland lijkt daartoe wel bereid. 'De drie provincies hebben met elkaar afgesproken elkaar bij afvalproblemen bij te staan, op basis van: samen uit, samen thuis', zegt H. D. van Roon, hoofd van de afdeling bodem en afvalstoffen van Noord-Holland. Maar Noord-Holland wil dan in de toekomst wel gebruik kunnen maken van de nieuwe stortplaats Hogenes in het Zuidhollandse Zwijndrecht.

Utrecht is een stuk minder toeschietelijk. De provincie is bang capaciteit kwijt te raken. Onlangs werd het voortbestaan van de stortplaats Smink in Hoogland onzeker toen de Raad van State een door Gedeputeerde Staten verleende vergunning vernietigde. Utrecht levert overigens jaarlijks meer dan driehonderdduizend ton brandbaar afval aan de Afvalverwerking Rijmond (AVR). Mevrouw R. Dekkers-Van Stijn bij afval dat illegaal in het Doesgebied werd gestort. Met haar stichting Leefbaar Leiderdorp vocht Dekkers de komst van de vuilstortplaats aan, voorlopig met succes. (Foto NRC Handelsblad/ Maurice Boyer)

    • Kees Calje