Pakistan stuurt voedsel voor zijn burgers in Irak

NICOSIA, 10 sept. Op verzoek van Irak zal Pakistan deze week 30 ton levensmiddelen sturen naar de circa 130.000 Pakistanen die in Irak en Koeweit zijn gestrand. Irak heeft ontkend voedsel te eisen in ruil voor toestemming om gestrande buitenlanders te evacueren.

Volgens Pakistaanse berichten werden de ambassadeurs van Pakistan, India, Sri Lanka en Bangladesh donderdag ontboden op het ministerie van buitenlandse zaken in Bagdad, waar ze te horen kregen dat Irak hun burgers niet meer kon voeden. De ambassadeurs kregen het verzoek voedsel en andere voorraden naar hun landgenoten te sturen. Het Pakistaanse ministerie van buitenlandse zaken meldde dat de levensmiddelen deze week via Jordanie naar Irak worden gestuurd. Wat betreft verdere leveranties heeft Islamabad contact opgenomen met de Verenigde Staten en andere landen, om te kijken of die geen schending vormen van het handelsembargo van de Verenigde Naties. Een ander probleem vormt het toezicht op de distributie. Uit berichten uit Koeweit blijkt dat het voorradige voedsel voornamelijk naar de Iraakse troepen daar gaat, en dat buitenlanders en Koeweiti's gezamenlijk lijden onder het embargo. De sanctiecommissie van de VN buigt zich vanavond over de kwestie van voedsel- en medicijnenleveranties aan Irak en bezet Koeweit, die in principe van het embargo zijn uitgezonderd.

De Indiase minister van buitenlandse zaken Inder Kumar Gujral riep vrijdag al op tot een internationale hulpactie ten gunste van de 182.000 Indiers en de anderen die in het gebied zijn gestrand. Hij voegde er in het parlement in New Delhi aan toe dat Irak had meegedeeld dat India geen toestemming kreeg zijn staatsburgers per schip of per vliegtuig te evacueren tenzij met die vliegtuigen en schepen voedsel werd aangeleverd.

Een Iraakse regeringswoordvoerder ontkende dat zaterdag echter. De Indiers mochten vertrekken, zei hij. Hij voegde er echter aan toe dat India en andere landen via het Internationale Rode Kruis te verstaan was gegeven dat Irak, gezien het embargo, niet verantwoordelijk kon zijn voor het voeden van grote aantallen buitenlandse arbeiders.

Irak heeft een voorstel van het Internationale Rode Kruis voor voedselleveranties in ruil voor toegang tot gestrande en gegijzelde buitenlanders afgewezen. Het Rode Kruis baseerde zich bij dat laatste op de Geneefse conventies die het in staat stellen burgers te beschermen in tijd van oorlog. Irak echter betoogt niet in oorlog te zijn met de betrokken landen. (Rueter, AP, UPI,)