Onenigheid in EG over hulp aan Golf

ROME, 10 sept. Onder de ministers van financien van de Europese Gemeenschap is onenigheid ontstaan over de vraag hoe de verdeling moet zijn van de bijdrage die de lidstaten van de EG moeten leveren voor de financiele hulp aan Jordanie, Egypte en Turkije, de landen die het meest te lijden hebben onder de boycot van Irak.

Vorige week vrijdag namen de Europese ministers van buitenlandse zaken het principebesluit om die landen voor 2 miljard dollar te steunen. Naar verwacht wordt zal de helft van dat bedrag uit de EG-begroting komen, de andere helft moet door de lidstaten zelf worden opgebracht. Een woordvoerder van de Europese Commissie sloot vanmorgen echter de mogelijkheid niet uit dat aan die verdeling nog wordt gesleuteld. Op 19 september moet de Europese Commissie een besluit nemen over de herziening van de begroting, in de eerste plaats in het licht van de aansluiting van de DDR bij de Gemeenschap, maar 'zo nodig ook' met betrekking tot de financiele gevolgen van de Golfcrisis.

Vooral de Belgische minister van financien, Philippe Maystadt, pleitte er zaterdag voor dat EG-lidstaten die een militaire bijdrage aan de operatie in het Golfgebied leveren minder worden aangeslagen dan lidstaten die dat niet doen, zoals de Bondsrepubliek en Luxemburg. Ook Groot-Brittannie en Frankrijk zijn van mening dat de militaire inspanning moet meewegen en dat daarom de gebruikelijke verdeelsleutel niet van toepassing is.

Minister Kok sprak zich daar zaterdag niet direct over uit, maar zei dat er meer analyse nodig is van de behoeften van de drie landen en dat bekeken moet worden hoe die hulp zich verhoudt tot 'het grote geheel'.

Volgens Kok moet er meer samenhang gebracht worden in de voorstellen die er zijn ook die met betrekking tot Oosteuropese landen en de Sovjet-Unie en over de vorm van steunverlening. 'We liggen niet dwars', zo zei de Nederlandse minister, 'maar we willen dat de uitstraling van die hulp op haar merites wordt bekeken.'