Meer-partijstaat in Afrika is een te simpel wondermiddel

Onder de titel 'Ook voor Zuid-Afrika geldt de democratische maatstaf' schreef redacteur Derk-Jan Eppink vorige maand een beschouwing waarin hij stelde dat Afrika grotendeels wordt geregeerd door zakkenvullers. 'De Afrikaanse een-partijstaten zijn verloederd door het gezwel van corruptie en nepotisme.'

Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid zou ten opzichte van Afrika veel te slap zijn, minister Pronk zou bij het verdelen van ontwikkelingsgelden het criterium democratie ondubbelzinnig moeten stellen. Twee reacties. Sietse Bosgra, medewerker van het Komitee Zuidelijk Afrika: 'Een meer-partijensysteem kan alleen betere resultaten hebben dan het een-partijstelsel als het in het land zelf geworteld is.'

Max van den Berg, algemeen directeur van de NOVIB: 'Van Westerse donoren mag worden gevraagd dat ze, als er van werkelijke politieke en sociale vernieuwing sprake is, ook hun deel van de schuld aan de onderontwikkeling in Afrika voldoen.' Kan de meer-partijendemocratie Afrika redden van de ondergang? Sommige Westerse politici en journalisten denken nogal eenvoudig het wondermiddel te hebben gevonden dat de patient de genezing zal brengen. Over de daling van de grondstoffenprijzen als oorzaak van een groot deel van de misere in Afrika wordt niet meer gesproken, en daarmee is ook de noodzaak van stabiele grondstoffenprijzen uit de aandacht verdwenen.

Sommige landen in het Westen zijn zo ingenomen met het nieuwste wondermiddel dat ze het onder harde dwang aan de patient willen toedienen: slikt hij het niet, dan volgt korting op de ontwikkelingshulp. Zo lijkt het bijna een ideaal middel voor de rijke Westerse landen te worden: terwijl stabiele grondstoffenprijzen geld zouden kosten, spaart dit paardemiddel geld uit.

Toch weet iedereen dat een meer-partijensysteem niet automatisch meer rust en stabiliteit brengt, geen eind maakt aan de verstikkende bureaucratie, noch garandeert dat er verstandiger leiders naar voren komen of dat er een eind komt aan corruptie en vriendjespolitiek. We weten ook dat het opleggen van onze vorm van democratie aan een land van buiten af niet tot succes zal leiden. Een meer-partijensysteem kan alleen betere resultaten bieden dan het een-partijstelsel als het in het land zelf geworteld is, als de spelregels met al hun consequenties breed door de bevolking worden aanvaard. Hoe lang hebben we er in het Westen niet over gedaan voordat het systeem zich hier stabiliseerde? Daarom lijkt het een verstandiger aanpak om waar in Afrika initiatieven naar voren komen voor een meer-partijendemocratie deze uit het Westen aan te moedigen en te ondersteunen. In het bijzonder in het zuiden van Afrika zijn er hoopvolle ontwikkelingen die onze steun verdienen.

In Namibie is de dictatuur van Zuidafrikaanse bezetting overgegaan in een veel-partijendemocratie met in de grondwet verankerde fundamentele mensenrechten en vrijheden. De vroegere bevrijdingsbeweging SWAPO is erin geslaagd in samenwerking met andere partijen tot een grondwet te komen, die eenstemmig is aanvaard, ook door de blanken. Als bekroning op het beleid van verzoening werd SWAPO-leider Nujoma eenstemmig tot president gekozen.

Maar de jonge democratie wordt dagelijks geconfronteerd met een hoge prijs voor die verzoening. Het heeft het hele ambtenarenkorps van het apartheidssysteem met zijn tien thuisland-regeringen overgenomen, om maar een voorbeeld te noemen. Welke Westerse democratie geeft extra steun aan Namibie om het enorme gat in de begroting te dichten? En wie is bereid de opleiding van rechters te financieren, die onmisbaar zijn voor een rechtsstaat? Toch kreeg deze jongste democratie in Afrika voor haar eerste levensjaar slechts een half miljoen dollar ontwikkelingshulp van de grootste Westerse democratie. Het voornemen van de voormalige minister Bukman om de Nederlandse portemonnee voor Namibie dicht te houden, is gelukkig door zijn opvolger Pronk gecorrigeerd, hoewel vijf tot tien miljoen per jaar nog een zeer bescheiden bedrag is.

ANCGestimuleerd door het voorbeeld van SWAPO heeft het ANC in Zuid-Afrika ondubbelzinnig afgewezen dat daar de dictatuur van de minderheid wordt vervangen door een een-partijstaat naar Afrikaanse snit. Het ANC kiest uitdrukkelijk voor een meer-partijensysteem met een vrije pers en alle andere verworvenheden van de Westerse democratie. De betekenis van deze keuze is verstrekkend, omdat het ANC de motor is achter de veranderingen in Zuid-Afrika, en het nieuwe Zuid-Afrika een belangrijke motorfunctie zal hebben in de opbouw van de hele regio.

Het ANC wil ook de andere bewegingen bij de onderhandelingen betrekken, zoals Inkatha. De grondwet van het nieuwe Zuid-Afrika zal moeten worden opgesteld door een assemblee, die is samengesteld via vrije verkiezingen. De gang naar de stembus zou tevens een eind moeten maken aan de huidige gewelddadige krachtmeting tussen de verschillende organisaties.

Ook dit ANC heeft dringend behoefte aan Westerse steun. De beweging opereert nu in Zuid-Afrika in een soort vacuum, omdat zij na de vele jaren ballingschap niet over enige structuur in het land beschikt. En juist die structuur met afdelingen in het hele land moet ervoor zorgen dat de leiders van het ANC zelf op democratische wijze gekozen kunnen worden en dat ze een mandaat van de bevolking krijgen voor de onderhandelingen.

Die structuren moeten er ook voor zorgen dat de achterban realistische verwachtingen krijgt over de uitkomst van onderhandelingen en de noodzaak tot compromissen aanvaardt. Nu nog moest het ANC het beeindigen van de gewapende strijd aan de bevolking uitleggen via advertenties in de dagbladen. Tenslotte is de landelijke structuur nodig om via gedisciplineerde acties druk op het apartheidsregime uit te oefenen, en om een einde te maken aan het al te enthousiaste en soms gewelddadige optreden van delen van de achterban.

Dat het ANC de zware taak waarvoor het staat alleen kan vervullen met steun van het Westen, werd erkend door de regeringen van Canada en Australie, die de beweging grote bedragen hebben geschonken. In dit opzicht loopt West-Europa achter; alleen premier Thatcher gaf Mandela symbolisch tienduizend pond.

De laatste weken hebben de regeringen van Angola aen Mozambique principieel gekozen voor een meer-partijenstelsel. Alleen in Zimbabwe heerst onenigheid over de vraag of de meer-partijendemocratie moet worden gehandhaafd, maar ook daar is sprake van een positieve ontwikkeling: de steun voor dit model neemt snel toe.

In 1980, na de onafhankelijkheid, waren de beide grote partijen, ZAPU en ZANU voorstander van een overgang naar een een-partijstaat. Deze partijen fuseerden onlangs na langdurige onderhandelingen tot een nieuwe partij, die bij de verkiezingen in maart bijna alle zetels in het parlement veroverde. In een klap kwam een eind aan de spanningen in het land, die vele mensen het leven hadden gekost. Formeel is de nieuwe partij nog steeds voorstander van de overgang naar een een-partijstaat. Maar onder invloed van de ontwikkelingen in Namibie, in Zuid-Afrika en Oost-Europa, groeit de tegenstand. Tekenend is dat president Mugabe onlangs voor zijn streven naar de een-partijstaat in het bestuur van zijn eigen partij slechts de steun van vier van de 26 leden kreeg.

Strafkorting

In een artikel in NRC Handelsblad bejubelde redacteur Eppink onlangs het meer-partijensysteem als de remedie voor de kwalen van Afrika. Daarbij kritiseerde hij zowel het 'gesubsidieerde actiewezen' in Nederland als de NCO, die van de jaarlijks te besteden veertien miljoen gulden overheidssubsidie zo'n twee procent aan de Zuidelijk-Afrikagroepen geeft. Eppink wil de 'fellow-travellers' van de actiegroepen een strafkorting geven omdat zij niet protesteren tegen Mugabes voorkeur voor een een-partijdemocratie. Maar is er reden tot protestacties tegen een land, zolang er nog vrijelijk in de pers, in bijeenkomsten, in het democratisch gekozen meer-partijenparlement en in de politieke partijen wordt gediscussieerd over de meest gewenste staatsvorm? Eppink kan weten dat de NCO-subsidie aan deze actiegroepen betrekking heeft op Zuid-Afrika en Namibie, en helemaal niet op Zimbabwe. Als we zijn redenering volgen dat steun voor democratisering een criterium moet zijn voor de hoogte van de NCO-subsidie, dan zou hij juist moeten pleiten voor verhoging van de subsidie aan groepen als Komitee Zuidelijk Afrika en Kairos. Zij steunen immers ANC en SWAPO bij hun streven naar een meer-partijendemocratie in Zuidelijk Afrika.

    • Sietse Bosgra