Korfbal heeft zijn rellenvak

De vreedzame en gemengde familiesport korfbal heeft zijn eigen rellenvak: het middenvak. Al jarenlang woedt een discussie of korfbal op het veld niet net als in de zaal met slechts twee in plaats van drie vakken moet worden gespeeld. En de jongens en meisjes zouden er in de groep nog jaren besluiteloos over gedebatteerd hebben, als het enige land waar die sport verder nog serieus wordt beoefend niet zo doortastend was geweest. Belgie schrapte in april van dit jaar het middenvak, het doelloze niemandsland tussen aanval en verdediging. Het besluit kwam als een schok, want daarmee behoorde ook de veldinterland Holland-Belgie tot het verleden.

Nederland piekerde er immers niet over de bijna honderd jaar oude traditie over boord te zetten. Zeventig procent van de Nederlandse korfballers sprak zich twee jaar geleden nog uit voor behoud van het systeem dat de onderwijzers Vrij, Uhlehake (1901) en Broekhuizen (1902) uit het Zweedse 'handboll' destilleerden. Het hoofdbestuur van de korfbalbond, dat in 1988 nog plechtig beloofde voorlopig geen twistgesprekken meer over het middenvak te willen voeren, haakte in op de 'internationale ontwikkelingen' en kondigde aan op het grote beraad van december een voorstel in te dienen dat tot afschaffing van het middenvak moet leiden. De tegenstanders van dat verlichte denken kwamen in opstand. 'De doodsteek voor het veldkorfbal. Zeker zestig procent zal met korfbal stoppen', voorspelde de voorzitter van landskampioen Rohda. Wellicht herinnert hij zich hoe een andere sport, ontstaan uit het Deense 'haandbold', als veldsport een zachte dood is gestorven toen de afmetingen van het veld werden aangepast aan de zaalvariant. Veldhandbal (met elf spelers op een voetbalveld) werd in 1974 voor het laatst gespeeld en de omschakeling naar zevenhandbal op het veld bleek geen levensreddende ingreep. De conservatieve korfballers vrezen dezelfde rampzalige gevolgen. Door de 'buiten-traditie' staan bij hun velden de clubhuizen. Teloorgang van het veldkorfbal betekent ook het einde van het clubleven en de sport, klinken hun onheilstijdingen. De bondscoach beschouwt het voorstel van het hoofdbestuur echter als de laatste kans om scholen, publiciteit en sponsors ook voor veldkorfbal te winnen. En de enige mogelijkheid om nog tegen Belgie te kunnen spelen. In zijn vak het sportieve hoogtepunt.

    • Peter de Jonge