Italiaanse stijl in de nieuwe muziek: kriebelige nootjes

Zaterdagavond maakte de Gaudeamus Stichting in de Beurs van Berlage bekend, dat de Louis Vuitton-prijs 1990 (10.000 gulden) ex aequo is toegekend aan de Italiaan Paolo Aralla (30) voor zijn trio Deja en de Duitser Claus-Steffen Mahnkopf (20) voor zijn helaas niet uitgevoerde Interpenetrations voor kamerorkest. Een eervolle vermelding verkreeg het pianokwartet Camera Obscura van Pietro Borradori.

Mahnkopf wordt door pech achtervolgd. In Duitsland worden zijn werken in het geheel niet uitgevoerd en ook verleden jaar belandde een geselecteerde inzending bij Gaudeamus net als dit jaar op de plank. In 1989 lag dat vooral aan de geringe voorbereidingstijd en dit jaar wees dirigent Elgar Howarth Interpenetrations zes weken voor de uitvoering af, omdat hij de compositie 'ontoegankelijk' vond. Interpenetrations is de eerste compositie die Mahnkopf schreef zonder hulp van zijn leraar Brian Ferneyhough. Evenals Ferneyhough is Mahnkopf sterk geporteerd voor virtuoze en complexe simultaniteit. Zondagmorgen in de IJsbreker bij de presentatie van de Louis Vuitton-prijs de Parijse lederwarenfabrikant steunt ook hedendaagse projecten als Boulez' Respons, Stockhausens Montag en Nono's Prometeo redeneerde Mahnkopf zo: 'De wereld is complexer dan ooit en ik zelf ben een complexe persoonlijkheid, dus hoe zou ik mij anders moeten uitdrukken?' Uit Italie wisten dit jaar zeven componisten door te dringen en in zekere zin is deze Italiaanse stijl ook een loot aan de Nieuwe Complexiteit. De jury noemde deze 'kriebelig, nerveus en detaillistisch' en koos het werk dat de meeste van die kriebelige noten bevatte: Deja van Paolo Aralla. De werken van Massimo Priori en Luca Cori vond ik echter niet minder. Bovendien waren er op het orkestconcert van zaterdagavond nog twee verrassingen. De 25-jarige Giuliano Ghirardi toonde een meesterlijke greep op de materie in Quando manca il respiro, in memoriam Samuel Beckett voor vijftien musici. Deze compositie was weer uitermate virtuoos in een continue afwisseling van stotend en dromerig, van motorisch en geheimzinnig vrij, uitmondend in een vervreemdende wals-episode.

Ook de 28-jarige Stefano Gervasoni weet alles van klankkleur, zoals bleek uit een merkwaardig concertino voor contrabas met begeleiding van fluit, twee klarinetten, fagot, gitaar, cello en drie slagwerkers die de meest vreemde instrumenten moeten bedienen. Een serenade 'koel als het slijmspoor van een slak', uiterst licht in een werkelijk koorddansen op wat met luchtige ruistimbres mogelijk is. Wat een tegenstelling met het krachtige en monochrone Ave Maria van Andre Douw: een vijfdelig werk (naar de vijf regels van het gebed) voor alt- en tenorsoli, goot gemengd koor, drie hoorns, pauken en stijkorkest, Strawinskyaans-fier en markant, maar helaas aan de lange kant met name het Amen komt maar niet aan zijn end. Tenslotte werd nog een uiterst intrigerende compositie uitgevoerd van Helmut Lachenmann: Ausklang, Musik fur Klavier mit Orchester uit 1984-85. Voor Lachenmann is een klinkende toon te vergelijken met een sprong in de lucht en het uitklinken met het neerkomen. Ausklang poogt de zwaartekracht te overwinnen door het wegsterven van de klank te vertragen en op allerlei mogelijke manieren door te trekken en zelfs te doen crescenderen. Het grote orkest is daarbij behandeld als een nieuw reusachtig instrument dat de uitstervende pianoklank voortzet. Na de orientatie op de vertrouwde parameters als hoogte, duur, sterkte en kleur in de serialiteit, bespeelt Lachenmann als geen ander het begrip energie. Je kunt het werk natuurlijk lang noemen (55 minuten) en sommige procede's zoals het spel met vrije inzetten rond de cadens minder sterk, maar ik luisterde naar dit briljante klankonderzoek niet alleen uiterst geboeid, maar ook met gemengde gevoelens. Want de al dan niet bekroonde avant-garde vond in het experiment hier zijn meester bij een 55-jarige.

    • Uitgevoerd Door Radio