Filmfestival Venetie blijft zonder verrassingen

VENETIE, 10 sept. De 47ste versie van de Mostra Internazionale del Cinema van Venetie, na het Festival van Cannes het belangrijkste filmfestival ter wereld, dreigt de geschiedenis in te gaan als vriendelijk, welgemoed maar tegelijkertijd ongehoord onuitgesproken. Bijna een week duurt het Venetiaanse festival nu, en de hoogtepunten waren het werk van oude bekenden als Warren Beatty (met Dick Tracy) en Martin Scorsese (Goodfellas). Van een verrassing of weergaloze ontdekking is nog geen sprake geweest. Dus kon het gebeuren dat een film als Rosencrantz and Guildenstern are Dead werd bekeken als een evenement van de eerste orde, en niet als curieuze, maar weinig ter zake doende franje. Want meer dan dat is deze produktie, waarmee Tom Stoppard zijn eigen toneelstuk verfilmde, niet. Het stuk dateert van 1967 en werd al door verscheidene toneelregisseurs op de planken gebracht. Stoppards filminterpretatie is volledig theatraal en zijn ideeen over mise-en-sene zijn nogal gewoontjes. De tekst, prachtig voortrazende dialogen, staat voorop. De acteurs wordt geen strobreed in de weg gelegd om van seconde tot seconde alle aandacht te stelen. Dat doen ze op een manier die niets te maken heeft met een filmdoek, maar dusdoende zorgen zij, dat wil zeggen Gary Oldman, Tim Roth en Richard Dreyfuss, ervoor dat deze film het aanzien waard blijft. Als film is Rosencrantz and Guildenstern are Dead, dat middels de bijfiguren commentaar levert op Shakespeares Hamlet, bijna onbeschoft conventioneel, ondanks de woordeloze incidentjes die Stoppard er voor de gelegenheid bij bedacht.

In het door de Italiaanse filmcritici verzorgde bijprogramma ging een kleine film schuil die wellicht een origineel talent verraadt: Cold Light of Day van Fhiona Louise. Deze 23-jarige debutante verwerkte het waar gebeurde verhaal van een Londense seriemoordenaar tot een ijselijke film. Ze slaagde er wonderbaarlijk in om iedere neiging tot exploitatie en sensatie te verdringen en dat zonder haar publiek details te besparen van de moorden of van de verwerking van de lichamen. Knap is ook de manier waarop de maakster weigert een verklaring te geven voor het gedrag van de man. Hij was aardig en netjes en hij vermoordde jongens. Verder komt het politie-onderzoek niet en ook Louise laat het daarbij.

Cold Light of Day is verre van perfect. Vooral in de gewonere scenes, op het politiebureau of tijdens de jeugd van de moordenaar, lijkt het of Louise geen raad weet met haar kaders, haar spelregie of haar sfeer. Maar iemand die met een eerste film bij vlagen al zo sterk voor de dag komt, zou wel eens een bijzondere toekomst kunnen hebben. Evenmin vlekkeloos, maar toch het vermelden waard, is Robert Dornhelms Requim fur Dominic, een soort quasi-documentaire over Dornhelms eigen avonturen in Timisoara in december 1989. Dornhelm arriveert daar om zijn zieke jeugdvriend Dominic mee te nemen naar het Westen, om tot zijn afgrijzen te ontdekken dat deze Dominic, van wie hij als jongetje van dertien afscheid nam, onder mensonterende omstandigheden werd vastgehouden en dag in dag uit aan de internationale pers werd vertoond als 'de slager van Timisoara'. In Requim fur Dominic dramatiseerde Dornhelm zijn gevecht om achter de waarheid te komen: Dominic bleek een gestoorde geest te hebben. De autoriteiten gebruikten hem als menselijk monster, als handige zondebok. In de film zijn vakkundig echte, altijd gruwelijke, journaalbeelden tussen de gespeelde scenes gezet. Het sorteert een onontkoombaar effect en provoceert vervolgens verhitte discussies over ethische grenzen. Mag een cineast realiteit en spel zo vergaand vermengen? Het feit dat Dornhelms film onafgebroken de oprechte drang ademt om een onbeschrijfelijke misstand wereldkundig te maken, onttrekt hem wat mij betreft aan een negatief oordeel.

Een gemiste kans vertegenwoordigt het Chinese Kawashima Yoshiko, over een Chinese prinses die sinds 1913 werd opgevoed in Japan. De bedoeling was dat zij de in 1912 door Pu Yi verlaten troon in ere zou herstellen. De verschillende politieke partijen die zo hadden beschikt, vergaten rekening te houden met het karakter van het kind dat ze als zesjarige van haar ouders scheidden. Machtwellustig en dodelijk eenzaam onttrok ze zich steeds meer aan hun ideeen. Ze smeedde haar eigen plannen voor China en werd ten slotte in 1948 ter dood gebracht wegens collaboratie met de Japanners. Deze aanvulling op Bertolucci's The last Emperor is een stylistisch hoogstandje maar inhoudelijk ondermaats. We volgen een vrouw die wordt geslagen door het noodlot en misleid door haar eigen karakter. We worden nieuwsgierig gemaakt, maar cineast Fong Ling-Ching maakte er, met veel jaartallen en plaatsnamen, een onoverzichtelijke geschiedenisles van. Uitgebreid geillustreerd, maar onmogelijk te volgen voor wie het meeste niet al wist. En mistig voor wie zich simpelweg interesseert voor de hoofdpersoon.