Automarkt voor Oostduitsers loopt uit op fiasco; 'We hebbeneen lesje geleerd'

Om half vijf zaterdagochtend stapte Otto Klempke, een zevenenzestigjarige 'rentner' uit Grausee zijn huis uit. In zijn armen een klein zwart koffertje, dat hij snel in zijn Trabant legde om daarna naar Berlijn te rijden. Even voor vijf uur parkeerde hij zijn auto op de grote parkeerplaats in Berlijn. Hij was er zeker van dat dit het laatste ritje in de Trabi was geweest. Een auto waarvoor hij in 1984 nog 20.000 Ostmark had betaald.'Lausige funfhundert Mark' kon hij er nu nog voor beuren. Nou, die hoefde hij ook niet. Hij zou de Trabi aan dochter Uschi schenken, zo had hij zichzelf al beloofd. Otto stapte, zijn koffertje met beide armen tegen de borst geklemd, in een van de 20 bussen die op de parkeerplaats klaar stonden. Hij betaalde de chauffeur 100 Mark en aanvaardde de reis naar het verre Holland.

Tot zover ging alles voor Otto en bedrijfsleider J. Vazquez van autobedrijf Roeloffzen in Enschede naar wens. Klempke moest namelijk een van de 1.600 Oostduitsers zijn, die zaterdag met 35 autobussen naar Enschede zouden worden vervoerd. Daar wachtte hen de grootste tweedehands-autoshow die zij ooit hadden gezien. Bijna 120 Opel-dealers uit heel Nederland hadden, in en rond het Diekmanstadion in die stad, 3.000 occasions bijeengebracht. De oostduitse tweedehands automarkt is sinds de hereniging compleet afgeroomd en Roeloffzen en Vazquez, zakenmannen pur sang, zagen een daverend gat in de markt. Ze plaatsten advertenties in enkele Oostduitse kranten en lieten nog eens 10.000 pamfletten in de grote steden op straat verspreiden. De organisatie was perfect. De Oostduitsers hoefden zich maar naar Enschede te laten vervoeren om daar, afgeschermd voor het Nederlandse publiek door hoge hekken en geadviseerd door deskundige jongens van de autovakschool uit Apeldoorn, de auto van hun keuze te kopen. Aan de grens stond een speciaal team douaniers klaar om de doorstroming vlot te laten verlopen. Roeloffzen zelf hield twee service-wagens op de Westduitse autobaan gereed om eventuele panne onderweg nog te kunnen verhelpen. Wel, die service-wagens kunnen het niet druk gehad hebben, tenzij alle 60 auto's die zaterdag in Enschede verkocht zijn van zodanig slechte kwaliteit waren dat ze het massaal hebben begeven. Otto Klemke was namelijk een van de weinige Oostduitsers die zijn zuur verdiende spaargeld de grens overbracht. Tegen vijven in de middag kon hij eindelijk de inhoud van zijn koffertje, 11.000 harde Westmarken, aan het vriendelijk glimlachende meisje bij de kassa overhandigen. Hij was zeker even opgelucht dat ze hem niet ontstolen waren als tevreden met zijn aankoop: een Opel Kadett uit 1986, waarmee hij even later tevreden de thuisreis aanvaardde.

Vazquez en Roeloffzen waren toen al de wanhoop nabij. Slechts drie bussen waren vol teruggekomen uit Berlijn, Potsdam en Magdenburg. Er waren in en rond het Diekmanstadion meer journalisten en nieuwsgierige vakbroeders dan Oostduitsers. En onder hen gingen geruchten. Westduitse autohandelaren, die zich de afgelopen dagen al verbolgen over deze broodroof hadden getoond, zouden de grens geblokkeerd hebben. Maar een inderhaast geformeerde ploeg die poolshoogte nam, kon nog geen spandoek ontwaren. Potentiele autokopers zouden bedreigd zijn, wist een ander. Maar door wie? Otto Friedrich was niet gehinderd, vertelde hij. En ook geen van de andere wel gearriveerden, met hun koffertjes en aktentassen vol geld stevig tegen de borst geklemd, kon dat bevestigen. Ook Stefan Heinrich niet, de 22-jarige student uit Magdeburg, die 4.200 mark betaalde voor zijn autootje uit '83. ('Reizen met de trein is binnenkort duurder dan autorijden', zei hij, zijn aankoop verklarend.) De 46-jarige vrachtwagenbestuurder niet, die verguld 11.300 mark neerlegde voor zijn Nissan Sunny. ('Ik heb jarenlang gespaard', verklaarde hij. En voor de Wartburg die hij thuis had staan had hij ook ooit 23.000 Mark betaald.) Dus dat Oost-duitsers geen geld meer hebben, moesten we vooral niet denken. 'Dat is het ook niet', wist een van de dikbuikige, werkeloos buitenstaande Westduitse bankbeambtes, die eigenlijk druk doende had moeten zijn met het verstrekken van 'Kredietfinanzierung' aan nieuwe landgenoten. 'Jullie hebben de Duitse mentaliteit verkeerd ingeschat. Oostduitsers hebben genoeg geld. Ze hebben momenteel alleen angst om het uit te geven. Niemand 'von druben' geeft nu nog zomaar 15.000 mark uit voor een auto, terwijl hij niet weet wat hem morgen boven het hoofd hangt.'

'Vijf maanden geleden', viel zijn collega hem bij, 'zou zo'n actie groot succes hebben gehad. Ze hebben bij ons ook alles leeggekocht. Maar toen was er nog optimisme.'

In huize Vazques is men zondagavond de schrik nog steeds niet te boven en wil zo lijkt het, de harde waarheid nog niet doordringen: 'We moeten uitzoeken waarom het zo gegaan is.' Autobedrijf Roeloffzen zelf is overigens een van de weinige autodealers die er niet bij ingeschoten is. Men heeft van alle collega's een inschrijfgeld van 100 gulden per auto verlangd. 'Ach', vertelde de wel gedupeerde handelaar J. Veenhouwer uit Heerenveen, die 24 auto's mee terug kon nemen naar het noorden, 'We hebben een lesje geleerd. En leren kost nu eenmaal geld.'

    • Frank Poorthuis