A. H. C. Deleye, Volvo Car; 'Iemand moet toch de knoopdoorhakken'

'Een autoriteit met autoritaire trekjes' noemt een vakbondsman Andre Deleye, president-directeur van Volvo Car BV. Zelf erkent de ondernemer er een hekel aan te hebben om op beslissingen terug te moeten komen. Binnenkort staat de 52-jarige Deleye voor een van de belangrijkste besluiten in zijn loopbaan, wanneer de onderhandelingen met de Volvo Car Corporation in Zweden over de overneming van zijn 10.000 werknemers tellende autobedrijf hun laatste fase ingaan.

Stil water, diepe grond. Nuchter en vooral efficient. Filosofisch ingesteld. Iemand met een groot doorzettingsvermogen. 'Wat je aanpakt, moet je ook afmaken', zoals hij zelf zegt. Emotioneel als er verkeerde dingen over hem worden gezegd. 'In Nederland wil men bij moeilijkheden nogal eens op de man spelen. Dan wordt bijna automatisch de hoogste in de organisatie het doelwit. Mijn directe omgeving zegt dan dat ik het niet over mijn kant moet laten gaan, maar ik ga die polemiek niet aan.' Het zijn, geeft hij ruiterlijk toe, spannende dagen voor de 52-jarige Andre H. C. Deleye, president-directeur van Volvo Car B. V en hoogste baas van 10.000 werknemers. Volvo Car Corporation in Zweden en de Nederlandse Staat onderhandelen deze weken over de overneming door de Zweden van het aandelenkapitaal van de Nederlandse personenautofabriek. Dat kapitaal is nu nog voor zeventig procent in handen van de Nederlandse Staat.

Zal de in Brugge geboren Vlaming Deleye zich laten laveren in de rol van loopjongen voor de Zweden, zoals de vakbeweging en de ondernemingsraad zich afvragen en toestaan dat de onderneming wordt 'uitgekleed' tot een assemblagebedrijf? 'Als er na eventuele overneming te veel zal worden getornd aan zaken die ik tot mijn verantwoordelijkheden ben gaan rekenen, zal ik, denk ik, moeten uitzien naar iets anders. Ik wil namelijk geen marionet zijn. Kennis en ontwikkeling zullen in elk geval in Nederland moeten blijven.'

Inmiddels blijkt uit een voorstel van afgelopen vrijdag, dat Volvo in Nederland en Volvo in Zweden samen hebben opgesteld, dat voor een aardig deel aan de wensen van Deleye tegemoet wordt gekomen.

De persoon Deleye is een bijna onbeschreven blad. Om publiciteit staat hij niet te springen. 'Waarom ik, terwijl er zoveel andere ondernemers zijn in Nederland? Ik ben inderdaad een bescheiden mens, die ook zichzelf sterk relativeert.' Zijn jongste zus, Jenny Franken-Deleye uit Brugge, zegt dat de familie bijzonder trots op hem is 'omdat hij zo'n harde werker is.'

Deleye is de jongste van drie kinderen, een nakomertje, maar 'dat wil niet zeggen dat hij ongewenst was', zo haast zij zich eraan toe te voegen.

Vader Deleye had in Brugge een borstelfabriek. In Brugge bezocht Andre Deleye de lagere en middelbare school aan het Franciscus Xaverius instituut. Hij was op het eindexamen de beste. Hij ging studeren aan de universiteit van Gent, waar hij in 1962 de bul kreeg van wat ze in Vlaanderen noemen 'burgerlijk ingenieur', in dit geval elektrotechnisch ingenieur.

Zijn studiegenoot Hugo de Boodt, nu chef van de technische dienst van het in Sluiskil gevestigde bedrijf Hydro Agri: 'We naveteerden (pendelden) elke dag met de trein uit Brugge naar Gent. Hij viel altijd op door de rust die hij uitstraalde, ook tijdens de examens. Hij doorliep zijn studie zonder problemen. Hij blies nooit hoog van de toren. In de studentenvereniging sprong hij niet in het oog. Hij dronk matig. Althans, voor ons doen.'

Deleye, geconfronteerd met de uitspraken van zijn studiegenoot: 'Het is maar wat hij matig noemt, maar De Boodt was dan ook een uitgesproken feestnummer.' Deleye was ruim een half jaar leraar aan het Hoger Instituut voor Nucleaire Energie in Brussel, daarna een half jaar in overheidsdienst en toen weer negen maanden leraar aan het Hoger Technisch Instituut in Gent. In 1965 deed hij zijn intrede in de autobranche bij Ford Werke A. G. in het Belgisch Limburgse Genk. In 1967 trad hij in dienst bij Volvo Europa N. V. in Gent. Guido de Vilder, woordvoerder van Volvo in Gent, maakte hem daar mee. 'Aardig is niet zijn eerste in het oog springende eigenschap, zij het dat hij buiten zijn werk bijzonder aangenaam kan zijn. Hij was een goede leider, die sterk kon delegeren. Een sterke persoonlijkheid, die precies wist wat hij wilde en zijn wil ook doordrukte. Als je met hem sprak, kon je merken dat hij meer dacht dan hij zei.'

Een ander zegt dat Deleye wel eens met horten en stoten praat, omdat wat hij zegt steeds wordt ingehaald door nieuwe gedachten, die hij soms vergeet uit te spreken. Vervolgens verbaast hij zich erover dat zijn gesprekspartner hem niet begrepen heeft. Met mensen die aan een half woord genoeg hebben, heeft hij graag van doen. 'Dat scheelt enorm in tijd en energie', zegt hij zelf.

In Gent bleef hij negen jaar in leidinggevende posities. Van 1976 tot 1979 was hij 'managing director' van de gezamenlijk door Peugeot, Renault en Volvo in het Noordfranse Douvrin gevestigde onderneming voor de fabricage van zes-cilindermotoren. In 1977 volgde hij in de Verenigde Staten het Stanford Executive Program, een cursus aan de universiteit van Stanford.

Tot hij in 1980 president-directeur werd van Volvo Car met vestigingen in Helmond, Born en het Belgische Sint-Truiden, was hij in het Zweedse Goteborg drie jaar hoofd 'manufacturing staff' van Volvo Car Corporation.

Zijn vriend Ludwig van Kauter, directeur van de Volvovestiging in Sint-Truiden, zocht hem altijd even op als hij in Goteborg was. 'Om wat te babbelen. Dan kon hij tegenover mij als Belg dingen kwijt die hij anders aan niemand kon vertellen. Hij werd in Zweden zeer goed geaccepteerd. Hij spreekt vloeiend Zweeds.' Van Kauter ontmoet Deleye nog regelmatig op Vlaamse golfbanen. 'Hij is door de golf-microbe gebeten. Als hij met het spel bezig is, is hij hevig geconcentreerd. Tijdens de apres-golf kan hij gezapig meelachen.'

Deleye heeft naast golfen lezen als hobby. 'Gedichten. Onder meer van Guido Gezelle. Daar schaam ik me niks voor. Die zouden de mensen meer moeten raadplegen.'

Hij houdt van klassieke muziek, speciaal van Vivaldi en van opera, 'maar daar heb ik helaas te weinig tijd voor.' Een andere Belgische vriend, directeur Noel Kemel van de koperdraadfabriek Lamitref in Antwerpen, die samen met Deleye in Gent studeerde, zegt: 'Hij is niet de man die een groep zal animeren of harde grappen zal vertellen. Hij is altijd de wat stille mens op de achtergrond. Maar hij is uitermate sociaal. Hij helpt collega-industrielen in moeilijkheden.'

Deleye zelf: 'Ik sta te gemakkelijk open voor problemen van andere mensen en daardoor neem ik wel eens wat te veel hooi op mijn vork. Ik geef mensen ook te snel mijn vertrouwen, wat me later wel eens opbreekt.' Kemel en Deleye ontmoeten elkaar geregeld in een op Rotary of Lions gelijkende societeit in Antwerpen, de Gezellen. Daarvan was Deleye enige tijd voorzitter, maar wegens drukke werkzaamheden trad hij terug. 'Waar hij in Nederland niet aan kan wennen', zegt Van Kauter, 'is dat men er nogal eens op eenmaal genomen beslissingen wil terugkomen. Hij legt ook wel eens de hoekige kantjes van Nederland bloot. Zo vindt hij dat Nederlandse kinderen anders dan Belgische eigenlijk geen kind kunnen zijn.' Deleye, die zelf geen kinderen heeft: 'Het kind in Nederland poogt men veel te vlug volwassen te maken en het daardoor een verantwoordelijkheid op te leggen die het niet kan dragen.'

Het echtpaar Deleye woont in Eindhoven, maar heeft ook een huis in het Belgische Destelbergen bij Gent. Deleye is belijdend roomskatholiek. 'In de eerste plaats ben ik Europeaan, dan Belg en dan Vlaming en daar ben ik erg trots op.' Als president-directeur van Volvo Car ontpopte Deleye zich als de man die de onderneming uit een diep dal wist te halen. Daar zijn vriend en vijand het over eens. Ook was hij de initiator van de nieuwe opvatting van werken, die bekendheid kreeg onder de naam 'Volvo Car Nieuwe Stijl', later 'MENS', dat wil zeggen 'Meer Elan Nieuwe Stijl'. Van Kauter:'De mens in het produktieproces acht hij zeer belangrijk. Bij de nieuwe aanpak ging hij ervan uit dat de mens een denkend wezen is en geen robot. Hij wilde dat de betrokkenheid bij het werk groter werd. Het was hem daarbij in de eerste plaats te doen om verbetering van de kwaliteit.'

Deleye bevestigt dat. 'Ik ben geen sociale instelling die als enige doel heeft dat de mens zich als mens goed moet kunnen ontwikkelen. Mij gaat het om zijn welzijn binnen de onderneming.' Bestuurder H. van Rees van de Industriebond FNV, die sinds 1980 met Deleye te maken heeft, noemt hem 'zeer gedecideerd'. 'Je merkt bij hem geen aarzelingen. Hij is de onbetwiste leider van het directieteam. Als hij eenmaal de knoop heeft doorgehakt, kan de rest van het team het wel schudden. Hij is een autoriteit met wat autoritaire trekjes. In andere organisaties kom ik leiders tegen die democratischer zijn. In zijn pakket zit de eindverantwoordelijkheid voor het sociale beleid. Die heeft hij, totdat in Born begin dit jaar de bom barstte, eigenlijk onvoldoende waargemaakt. Maar sindsdien is er verbetering in gekomen.'

'Als mens kun je best met hem praten', zegt voorzitter Gerard Kortenoeven van de centrale ondernemingsraad van Volvo Car B. V, 'maar hij is als directeur van de onderneming moeilijk van zijn visie af te brengen. Ondergeschikten, zo is mijn indruk, vertellen hem wat ze denken dat hij graag wil horen. Iedereen die het leven lief heeft, zal zich wel wachten om tegen hem in te gaan.' Hierop springt Deleye, doorgaans gemoedereerd aan zijn sigaartje trekkend, vrij heftig in. 'Dat is een bewijs dat de man me onvoldoende kent. Die tref ik trouwens ook maar een paar keer per jaar. Voordat ik beslissingen neem, leg ik wel terdege mijn oor te luisteren bij wat mijn medewerkers te zeggen hebben en dat laat ik ook meewegen. Maar er is in de onderneming nu eenmaal altijd iemand die de finale beslissing moet nemen. Ik erken dat ik er een hekel aan heb dat men op beslissingen terugkomt als die eenmaal zijn genomen. Dat zit een beetje gebakken in de zware Nederlandse overlegstructuur, die dit land met Japan gemeen heeft. In nog maar weer eens overleggen gaat onnoemelijk veel verloren tijd zitten. Eens moet de knoop worden doorgehakt. En dan voorgoed.'

    • Max Paumen