UREN MET CLAUDE WATHEY

'Islands are like people' en ' People are like islands', schrijft Fabian Badejo in het boek dat evenzeer het eiland tot onderwerp heeft als de man die het bestuurt; Sint Maarten kan niet beschreven worden zonder Claude Wathey, Claude Wathey niet zonder Sint Maarten. Dr. Claude Wathey is de meest succesrijke politicus van de Nederlandse Antillen. Zijn eerste verkiezingsoverwinning boekte hij in 1951 en tot nu toe is niemand er in geslaagd hem te verslaan. Bovendien veranderde Sint Maarten onder zijn leiding van een armlastig, onbeduidend (stukje) eiland in een florerend, mondain vakantie-oord. Wathey is echter een zeer omstreden man. In de Nederlandse pers wordt hij vaak beschuldigd van corruptie en machtsmisbruik; recent wordt er ook gesproken over connecties met de maffia. De positie van de maffia op Sint Maarten vormt nu zelfs onderwerp van een justitieel onderzoek. In Nederland wordt er op aangedrongen hierbij ook het lokale bestuur - lees Wathey - te betrekken. Een publikatie over deze politicus moet ons wel nieuwsgierig maken.

Badejo omschrijft zijn boek als een portret, een explorerende studie; het gaat niet om een biografie, noch om het laatste woord over 'Claude'. Zoals veel anderen is Badejo gefascineerd door Wathey en het raadsel van zijn lange reeks verkiezingsoverwinningen. Badejo, een Nigeriaan, woont sinds 1981 op Sint Maarten. Als journalist en later als redacteur van een van de lokale dagbladen, raakte hij snel ingevoerd in het politieke leven van het eiland. Er is moed nodig om een boek te schrijven over een machtig politicus van een kleine gemeenschap als men zelf deel uitmaakt van die gemeenschap. Dit geldt te meer als het gaat om een man met een zeer betwiste reputatie.

Het is overigens niet de eerste keer dat Badejo zijn gedachten over de leider van de Democratische Partij op papier zet. Eerder schreef hij een tweetal brochures: Democratic Party of Sint Maarten: 1954-1984 (1984), en Claude: a tribute by the people of St. Martin (1985). Deze geschriften werden geschreven op verzoek van de Democratische Partij van Sint Maarten, c.q. van Wathey zelf. Uit Claude, a portrait of power blijkt dat Badejo er behoefte aan had zijn gedachten over Wathey uiteen te zetten zonder zich geremd te voelen door de beperkingen die inherent zijn aan het werk in opdracht. We hebben hier bepaald niet te maken met een hagiografie. Wel weer-spiegelt het boek de ongemakkelijke positie van een 'biograaf' van een man die weliswaar wordt beschuldigd van allerlei onoirbare zaken, maar die daarvoor nooit veroordeeld is. Badejo redt zich door te werken met hoor en wederhoor en zich, in veel gevallen, te onthouden van het uitspreken van een eigen oordeel. Ik vermoed dat het tijdstip van publikatie van het boek ook iets te maken heeft met de netelige positie van de auteur. Hoewel in het werk zelf 1989 als jaar van uitgifte wordt vermeld, werd het pas op 22 juni 1990 aan het Sint Maartense publiek gepresenteerd, dat wil zeggen na de verkiezingen van 1990 en voor de verkiezingen van 1991. Dit jaar bleef Wathey nog net in het zadel, maar velen betwijfelen of dat hem volgend jaar weer zal lukken. Verder laat Badejo bepaalde zaken eenvoudig onbesproken. De maffia wordt in het boek niet genoemd. Of dit (alleen) iets met Wathey te maken heeft is de vraag. Gibson, de uitgever van de krant waarvoor Badejo werkt, wordt ook wel eens genoemd met betrekking tot de maffia op Sint Maarten.

Badejo heeft Wathey een aantal malen geinterviewd: hij wordt bedankt ' because he graciously endured several gruelling sessions of journalistic grilling'.

Uit het boek blijkt dat 'Senator Wathey' als overwinnaar uit deze sessies te voorschijn is gekomen: geen enkele uitspraak wekt de indruk van vertrouwelijkheid, of zelfs maar van een iets verminderde waakzaamheid. Kennelijk kon in deze vraaggesprekken ook niet elk onderwerp te berde worden gebracht, want in het boek speculeert de auteur vaak over Watheys mening ten aanzien van bepaalde kwesties. Misschien heeft Badejo de intimiteit ook niet gezocht. De Wathey die we leren kennen, is de publieke Wathey. Dat portret wordt bekwaam getekend.

OP DE STOEPWathey is een man van tegenstrijdigheden. Enerzijds is er de man van het volk, op elk uur van de dag beschikbaar voor zijn Sint Maartenaren. De toonzetting is informeel: men kan hem aanspreken op straat, of naast hem gaan zitten op de stoep van de bank bij de pier, of een borrel met hem drinken in zijn stamcafe. Wathey, of beter 'Claude', is altijd beschikbaar, probeert altijd te helpen. Maar er is ook een andere Wathey, afstandelijk, introvert en ontoegankelijk; een man ook die volstrekte gehoorzaamheid eist. Ontbreekt het aan dat laatste, dan laat de straf niet lang op zich wachten, zoals menige politieke luitenant tot zijn schade ondervond. Wathey voelt zich op zijn gemak in een menigte, met kiezers, met clienten, maar niet met mensen die hem te na kunnen komen. Toegankelijkheid is er alleen als er ook afstand is. Deze eigenschappen kwamen hem zeer te stade in de politiek. Persoonlijke, onmiddellijke hulp is datgene wat vrijwel elke kiezer op Sint Maarten verwacht van een politiek leider. Watheys patronage, in combinatie met zijn gewoonheid, zijn kleine au-tootje, zijn shorts en slippers, vormen de kern van zijn aantrekkingskracht. Door afstand te bewaren ten opzichte van zijn naaste politieke medewerkers kan hij hen gemakkelijk aan de kant schuiven als dat zo uitkomt, of de vijanden van gisteren maken tot de vrienden van vandaag. Een dergelijke instelling staat garant voor een uiterste wendbaarheid. In de woorden van Badejo: ' There are no permanent friends nor permanent enemies, only permanent interests.' Maar het zijn niet alleen deze eigenschappen die Watheys succes gestalte hebben gegeven. Wathey heeft zich ook een bekwaam manager van Sint Maarten betoond. De ontplooiing van het eiland op de toeristenmarkt is grotendeels zijn werk geweest. Daarmee heeft hij niet alleen een belangrijke bijdrage geleverd aan de materiele lotsverbetering van de Sint Maartenaren, maar ook, en dat is zeker zo belangrijk, aan hun gevoel van eigenwaarde. Mede door Wathey is het besef van onbeduidendheid en nietigheid verdwenen en zijn waardigheid en trots ervoor in de plaats gekomen. Dat de ontwikkeling gepaard ging met allerlei minder aangename zaken, hebben de Sint Maartenaren tot nu toe op de koop toe genomen.

Het mag duidelijk zijn dat Badejo Watheys stembussuccessen niet verklaart door te wijzen op omkoping en intimidatie, al krijgen deze aspecten van het Sint Maartense politieke bedrijf ruimschoots aandacht. Badejo legt uit dat het ondoenlijk is op Sint Maarten een stembuszege te kopen. Het is eenvoudig niet te betalen, want de tegenpartij 'helpt' immers ook. Wathey moet het hebben van zijn populariteit: ' If Claude is a s.o.b., he is our s.o.b.' Badejo meent dat de oppositie weinig succes heeft gehad omdat zij te zeer een middenklasse imago heeft om voor de meerderheid van de Sint Maartenaren aantrekkelijk te zijn. Bovendien viel zij vaak in rivaliserende facties uiteen. In de periode die Badejo beschrijft, van het begin van Watheys politieke loopbaan in 1950 tot ongeveer 1988, was de oppositie slechts een enkele keer gevaarlijk. Ander gevaar ontstond soms in Watheys eigen partij; sommige gedeputeerden gingen zich te onafhankelijk gedragen. Zulke rebellen werden zonder pardon terzijde geschoven; vaak meldden ze zich na enige tijd weer nederig bij de leider aan.

OPBOUW

Feitelijke onjuistheden zijn er in het boek maar weinig. Zo is de vroegere grootgrondbezitter Van Romondt wel degelijk vernoemd op Sint Maarten, al gaat het maar om een steegje, en was het niet koningin Wilhelmina, maar haar dochter die in 1954 het Statuut ondertekende. Wel is het jammer dat Claude hier en daar de indruk wekt voor een publiek van insiders te zijn geschreven, die weten wie 'Jo' en 'Rene' zijn en de problemen rond ene Len Stein kennen. Meer moeite heb ik met de opbouw van het boek. Alleen het eerste hoofdstuk over Watheys jeugd, huwelijk en gezin heeft een chronologische opzet; zijn politieke carriere wordt te hooi en te gras in andere delen behandeld. In hoofdstuk VI staat een aantal grafieken die de door Wathey vergaarde stemmen weergeven, echter zonder gegevens over de opkomst van de kiezers. Een opkomstpercentage wordt in een terzijde in de conclusie genoemd. Waarom een apart hoofdstuk over Watheys ideeen over de onafhankelijkheid en in andere hoofdstukken ook uitvoerige uiteenzettingen over deze kwestie? Daarnaast overtuigen sommige argumenten mij niet.

Of Wathey kan worden gekenschetst als een charismatisch leider, zoals Badejo doet, is misschien een kwestie van definitie. Wathey is geen groot redenaar, hetgeen ook door Badejo wordt geconstateerd. Wathey maakt eerder de indruk van een goede onderwijzer, die de zaken op eenvoudige en ordelijke wijze onder woorden brengt. Ook het motto van de Democratische Partij, ' Give light, and people will move on', reflecteert deze instelling. Verder denk ik niet, zoals Badejo suggereert, dat actieve betrokkenheid bij een kerk op Sint Maarten een hinderpaal vormt voor een politieke carriere. Dat de huidige oppositieleider Vance James, die als lekeprediker optreedt in de Methodistenkerk, nog op weinig electorale successen kan bogen, heeft met zijn religieuze betrokkenheid waarschijnlijk weinig van doen. Op het zeer gelovige Sint Maarten lijkt mij eerder Watheys slechts nominale godsdienstigheid juist een handicap.

Al met al kunnen we ons gelukkig prijzen dat Badejo zijn kennis van en zijn ideeen over Wathey en Sint Maarten in dit mooi vormgegeven boek heeft uiteengezet. Deskundige verhandelingen over het moderne Sint Maarten zijn een schaars goed en alleen al daarom is deze publikatie een aanwinst. Bovendien, zoals Badejo zelf ook opmerkt, memoires, biografieen, autobiografieen en andere studies van grote figuren uit de politiek van de Nederlandse Antillen en Aruba zijn vrijwel niet voorhanden, en het is ook daarom belangrijk dat een van hen nu de aandacht krijgt die hij verdient. Dat Badejo zich heeft beperkt tot de gewiekste politicus en andere minder publieke en mogelijk duistere aspecten van de persoon onbesproken laat, is, hoewel begrijpelijk, ook jammer. Of Wathey slechts een uiterst getalenteerde politieke koorddanser is of misschien ook een schurk, blijft voor ons een vraag.

    • A Portrait Of Powerdoor Fabian Badejo185 Blz
    • International Publishing House 1990
    • Ank Klompclaude