Turkije: geen dag zonder aanslagen

ISTANBUL, 8 sept. Bij de nadering van de tiende verjaardag van de Turkse staatsgreep op 12 september gaat er bijna geen dag voorbij zonder spectaculaire, politiek gemotiveerde gewapende roofoverval of ideologische moord. Op laatstgenoemd terrein spelen voornamelijk twee motieven: religieus fanatisme tegen personen die warm lopen voor de seculiere uitgangspunten van de Turkse republiek en wraak van linkse militanten tegen militairen of politiemannen, al of niet gepensioneerd, die zich aan foltering zouden hebben schuldig gemaakt.

Dinsdag werd, niet ver van zijn woning bij Istanbul, de journalist Turhan Dursun doodgeschoten, die enkele dagen tevoren zijn laatste dreigbrief had gekregen. De verantwoordelijkheid voor de moord is intussen opgeeist door de beweging 'Voorvechters voor de Islam'. Dursun had een rubriek in het linkse weekblad 'Eeuw' en maakte geen geheim van zijn atheisme, nadat hij jarenlang was opgetreden als imam (gebedsleider) en mufti. Turkse kranten melden dat Radio Teheran zijn nieuwsberichten die dag opende met dit 'goede nieuws' onder de samenvatting: de Rushdie van Turkije gedood. Gisteren is hij in Ankara, volgens de wens van de familie, begraven zonder religieus ceremonieel, iets dat zeer uitzonderlijk is in Turkije.

Met zeer veel religieus vertoon daarentegen worden de vermoorde leden van het veiligsheidsapparaat begraven. Precies een etmaal na Dursun werd, eveneens in de buurt van Istanbul, de oud-politiecommissaris Ibrahim Caglar doodgeschoten, die onder anderen had gewerkt voor de 'politieke politie' in de voorstad Bakirkoy. De daders, die ook ditmaal ontsnapten, lieten een boodschap achter: 'Wij hebben de moordenaar van onze vriend Mustafa Isik gestraft'.

De ondertekening luidde: 'Gewapende Revolutie-eenheden van de Dev Sol'.

Dev Sol (revolutionair links) was een van de grootste illegale linkse organisaties uit de jaren voor tachtig, die zich nu duidelijk aan het hergroeperen is en ook verantwoording opeist voor bankovervallen.

Menigeen trekt parallellen met de situatie voor de twaalfde september 1980, toen er in Turkije gemiddeld vijf doden per dag vielen door politiek gemotiveerd geweld (de propaganda van het generaalsregime maakte daar twintig van). De verschillen met die periode zijn echter vooralsnog groter dan de overeenkomsten, niet alleen kwantitatief. De doden waren toen overwegend onbekende lieden, bijvoorbeeld kleine middenstanders en winkeliers, die weigerden hun 'beschermingsgeld' te betalen aan een van de terroristische organisaties van links of rechts. Dit leidde onder andere tot een bijna totale verlamming van het openbare leven na acht uur 's avonds, waar nu geen sprake van is. Anno 1990 is het geweld 'selectiever' het lijkt wederzijds uit gevoelens van echte woede voort te komen, waarbij van rechts het religieuze aspect lijkt te zijn toegenomen.