OPTIEBEURS; Olie-lusten

Koninklijke Olie sloot 2 augustus, toen Irak Koeweit binnenviel, op 156,70, de hoogste koers in de laatste twaalf maanden. Sindsdien is het fonds wat teruggevallen toen de olieprijzen daalden en weer opgekrabbeld toen de prijzen aantrokken. Donderdag 13 september komt de mededeling over het interimdividend, dat vorig jaar 3,25 gulden bedroeg.

Gistermiddag schommelde het aandeel rond de 146,50. Genoeg leven in de Olie-hoek dus, vergeleken met de rest van de hoofdfondsen. De Koninklijke is de trekpleister van de Amsterdamse beurs. Dat was vroeger al zo toen ouders, die geen passend cadeau meer voor hun kinderen konden bedenken, soms wat aandelen Royal Dutch feestelijk verpakten voor de kleine lego-kapitalisten.

Beleggers die willen profiteren van de fluctuaties in de olieprijs, de dollar en het beurssentiment vinden in het aandeel Koninklijke Olie en daarvan afgeleide instrumenten als falcons en opties genoeg instrumenten om hun lusten op bot te vieren.

De falcon is in 1986 geintroduceerd op de Effectenbeurs en geeft tot 4 juni 1991 het recht om een aandeel te kopen voor 97,50. De intrinsieke waarde van een falcon, waarvan de koers in dollars luidt, is 50 gulden wanneer het aandeel 147,50 doet. Of 28,60 dollar bij een koers van 1,75. Dat is ongeveer de beurskoers van de Olie-falcon. Je betaalt voor een periode van negen maanden dus niet veel meer dan de intrinsieke waarde. Wie een belang in Koninklijke Olie wil opbouwen of uitbreiden en niet direct de volledige prijs wil betalen, koopt voor 35 procent van die prijs een falcon en heeft in feite een aandeel, omdat het recht altijd, tegen betaling, kan worden omgezet in aandelen.

De falcon geeft geen dividend, andere uitkeringen of stemrecht, maar kan wel gebruikt worden als hoeksteen van een strategie die extra rendement oplevert. Dat gaat als volgt. Schrijf met 100 falcons als dekking een kortlopende call-optie die op de derde vrijdag van januari volgend jaar afloopt.

Bijvoorbeeld de call januari met uitoefenprijs 150 gulden voor 500 gulden per optie. Dat is op een investering van 5000 gulden (100 maal 50) een (IB-vrij) rendement van 10 procent over bijna vijf maanden. Maar ook, niets voor niets, een beperkte koersstijging tot 150 gulden, de uitoefenprijs van de geschreven optie.

Een falconhouder die wat meer koersruimte naar boven wil, kan de april 160 schrijven voor 430 gulden, dat geeft een rendement van 8,5 procent over een periode van bijna 8 maanden. Dat is veel meer dan een aandeelhouder maakt. Die moet blij zijn met een dividendrendement van ongeveer 5 procent, maar heeft weer het riante uitzicht op onperkte koersstijgingen. Een falcon in combinatie met een geschreven optie is, zoals blijkt uit het voorgaande voorbeeld, een goedkoop alternatief voor een aandeel. Een vorm van krapitalisme, de bekendste en meest voorkomende variant van het kapitalisme.

Brutale beleggers die zelfs 50 gulden te veel vinden, kunnen met hun falcons als dekking een deep-in-the-money call-optie (uitoefenprijs duidelijk onder beurskoers) schrijven. Bijvoorbeeld de call januari 130 voor 1700 gulden per optiecontract. Daarmee wordt de investering verminderd tot 5000 min 1700 is 3300 gulden. Dat bedrag is bijna gelijk aan (100 maal) het verschil tussen de uitoefenprijs van de falcon (97,50) en de uitoefenprijs van de optie (130 gulden). Wordt de houder van deze combinatie gedwongen de Olies te verkopen (bijvoorbeeld net voor de ex-interim dividend datum) en de falcons uit te oefenen, dan verdient hij niets, omdat de kosten een belangrijke rol spelen.

Een andere variant is het schrijven van de april 130 voor 2000 gulden per contract. De schrijver verwacht dat het aandeel in de komende maanden ook nog flink kan dalen. Is dat zo, dan kan de geschreven call met winst worden teruggekocht en weer worden geschreven wanneer het aandeel omhoog gaat. Zo wordt de falcon gebruikt om met een betrekkelijk geringe investering te verdienen aan de beweeglijkheid.

In plaats van de falcon, kan de call oktober 1991 met uitoefenprijs 105 gulden als basis voor de verschillende varianten dienen.

    • Adriaan Hiele