ONAARDIGE CLUB MET MOOI DOEL

Het was maar een klein berichtje in de rubriek 'Perso nalia' deze week. Ingeklemd tussen de benoeming van een rechter en een hoge NAVO-functionaris stond daar de verkiezing van mevrouw T. Divendal tot voorzitter van de CPN. Haar belangrijkste taak wordt de voorbereiding van een congres, waar moet worden besloten over 'de wijze van voortbestaan' van de partij. De vraag zal wel zijn of de partij tenslotte toch moet opgaan in Groen Links of zelfstandig zal blijven. Zoals ik mevrouw Divendal uit het proefschrift van Jolande Withuis heb leren kennen, denk ik dat ze zich voor het voortbestaan van de CPN als zelfstandige partij zal inzetten. Divendal behoort tot de harde kern van de CPN en verzette zich als lid van het bestuur van de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB) in de jaren zeventig fel tegen iedere invloed van het feminisme op het communistische ideeengoed: de klassenstrijd laat geen plaats voor een strijd tussen de seksen. Vrouwen strijden samen met mannen, feministen houden vrouwen maar af van 'de strijd tegen de duurte en voor de vrede' en spelen daarmee rechts in de kaart.

MANTELORGANISATIEWas de Nederlandse Vrouwenbeweging, een naam die toch een AVRO-achtige neutraliteit suggereert, inderdaad een mantelorganisatie van de CPN, zoals toen algemeen gedacht werd? Jolande Withuis ziet de NVB meer als een suborganisatie of een variant van de CPN. De NVB was en is een openlijk communistische organisatie; alleen de naam herinnert nog aan een niet-communistische oorsprong. Toen de NVB in 1946 werd opgericht, was er wel een politieke doelstelling, beter gezegd het doel was het bereiken van de politiek, maar van binding aan welke partij dan ook was geen sprake. De NVB wilde vrouwen een duidelijker plaats in het politieke leven geven en een eind maken aan de sterke ondervertegenwoordiging van vrouwen in politieke en maatschappelijke organisaties. Vrouwen zouden in de politiek, zoals moeders in een gezin, meer een geest van harmonie en verzoening kunnen brengen en zo kunnen bijdragen tot de bevordering van de wereldvrede. Veel van de vrouwen die tot de oprichtsters van de NVB behoorden, hadden in de oorlog verzetswerk gedaan en een aantal van hen had in het kamp Ravensbruck gezeten. Daar hadden zij elkaar over alle politieke of sociale scheidslijnen heen leren kennen en waarderen. Na de oorlog ontstond bij hen dan ook het gevoel dat het op basis van die gemeenschappelijke ervaring mogelijk moest zijn als vrouwen samen te werken voor een betere wereld.

Veel van deze vrouwen hadden een communistische of feministische achtergrond, maar het was ook bij hen zeker niet op voorhand de bedoeling een communistische vrouwenorganisatie te stichten. De CPN zou daar trouwens ook niet positief tegenover hebben gestaan. Sekseverschillen waren los van klasseverschillen voor de CPN geen thema, en bovendien zou de maatschappelijke betekenis van het sekseverschil vanzelf wegvallen als de klassenstrijd eenmaal overwonnen zou zijn. Wat de vrouwen van de NVB bond, was de gemeenschappelijke oorlogservaring en het besef dat vrouwen niet alleen recht hadden op een gelijk aandeel in het politieke en maatschappelijke leven, maar dat ze er een bijzondere, eigen en op de vrede gerichte dimensie aan zouden kunnen geven.

Het lukte de NVB niet een brede beweging te worden, laat staan andere organisaties van vrouwen aan zich te binden. Het communistische element in de NVB werd steeds dominanter en daarmee kwam de NVB ook al vrij snel in een isolement te verkeren. Toen de NVB werd gesticht, was de Koude Oorlog juist begonnen en de Sovjet-Unie van een wat primitieve vriend tot een griezelige vijand geworden. De NVB was tegen de politionele acties in Nederlands-Indie, tegen de defensiesamenwerking in de NAVO, tegen de Bondsrepubliek. Anders gezegd: de NVB koos voor de Sovjet-Unie, voor Noord-Korea en voor de DDR. De NVB vond de Nederlandse regering en de Nederlandse publieke opinie steeds vaker en steeds scherper tegenover zich. Het lidmaatschap werd aan ambtenaren verboden en de jaarlijkse herdenking van de fusillering van de verzetsstrijdster Hannie Schaft (een communiste) werd onmogelijk gemaakt. Veel leden van het eerste uur traden uit; wie overbleven, waren communistes, die zich steeds meer geminacht en bedreigd voelden door een burgerlijke samenleving, waarin het gevaar van 'revanchisme' en 'fascisme' steeds op de loer lag.

De angst voor een McCarthy-achtige heksenjacht op alles wat communistisch was, beheerste de NVB al net zo als de CPN. De NVB ging ondergronds en werd een beweging met een naamloos bestuur, een onzichtbare ledenadministratie en een anonieme redactie van het verenigingsblad Vrouwen voor Vrede en Opbouw. De angst bereikte een hoogtepunt toen in 1953 in de Verenigde Staten het communistische echtpaar Julius en Ethel Rosenberg op onduidelijke politieke gronden tot de elektrische stoel werd veroordeeld, en opnieuw in 1956, toen CPN en NVB ten tijde van de Hongaarse opstand onvoorwaardelijk de zijde van de Sovjet-Unie kozen. De NVB raakte door dit alles niet alleen in een steeds geisoleerdere positie, maar werd ook zelf steeds fanatieker als politieke strijdorganisatie: de Sovjet-Unie werd het grote voorbeeld voor alles, Stalin werd als persoon verheerlijkt en de eigen politieke keuze veranderde in een diepe overtuiging van gelijk. De zuiveringen, die tot de partijcultuur van de CPN waren gaan behoren, werkten rechtstreeks door in de NVB en zo vervreemdden ook vrouwen van elkaar die door de jaren in het verzet, in het concentratiekamp en in de NVB voor het leven met elkaar verbonden leken.

In de aanpassing bij de CPN verloor het sekse-aspect iedere betekenis anders dan als organisatiegrondslag. CPN-vrouwen werden nu ook min of meer verplicht lid van de NVB, gewoon omdat ze vrouw waren. Politiek zeer bewuste communistische vrouwen hebben het daar soms erg moeilijk mee gehad omdat zij er juist aan hechtten in hun politieke werk niet op hun sekse te worden aangesproken. Het ging om de strijd - een typisch CPN-woord - samen met de mannen.

FEMINISMEDe spanning tussen sekse en klasse heeft de hele geschiedenis van de NVB begeleid. Net toen het klassethema definitief de overhand leek te hebben gekregen, werd de NVB, gelijk met de CPN, plotseling geconfronteerd met een eigen variant van de tweede feministische golf: nieuwe leden, die een verbinding tussen marxisme en feminisme wilden leggen en de strijd tussen de seksen minstens even belangrijk vonden als de strijd tussen de klassen. De reactie van de NVB was aanvankelijk zeer afwijzend. Nieuwe leden werd er met nadruk op gewezen dat de NVB een organisatie was van arbeidersvrouwen (bedoeld werd: echtgenotes van arbeiders) en dat dit gegeven nu juist de kracht van de NVB uitmaakte. Wie ongehuwd of hooggeschoold toch lid wilde worden, kon rekenen op een scholingsprogramma onder de kop: ' Hoe bestrijden we feministische opvattingen?' De NVB maakte zich druk over goedkoper aardgas en het behoud van de kinderbijslag, niet over ongelijke machtsverhoudingen en achterhaalde rolverdelingen tussen man en vrouw.

Toch heeft ook binnen de NVB, net als binnen de CPN, het feminisme de overwinning behaald. Na 1980 werden de statuten in feministische zin herzien, veel van de oude communistische kaderleden traden vervolgens uit, maar van de nieuwe feministische leden ontwikkelden zich weinigen tot een nieuw kader. Net als de CPN is de NVB, toch al nooit een grote organisatie, inmiddels teruggezakt tot een marginaal bestaan. De ouden zijn weg en de jongen ook. Er zijn nu misschien nog enkele honderden leden, in de beste jaren waren dat er toch meer dan vijfduizend.

De maatschappelijke en politieke invloed van de NVB kan niet anders dan heel klein geweest zijn, maar de inzet van de 'harde kern' is tientallen jaren lang onwaarschijnlijk groot gebleven. Avonden en weekeinden stonden in het teken van het partijwerk, vriendschappelijke omgang was er vooral met partijleden en dan meestal in het kader van de partij, de vrije tijd die restte, werd in partijverband doorgebracht of gevuld met het lezen van De Waarheid of boeken uit het Pegasusfonds. Zelfs in de keuze van muziek en kleding was de invloed van de partij bespeurbaar. De 'ultieme werking van het levenbeschouwelijk regime' (Withuis) van CPN en NVB blijkt nergens indringender als in de NVB-campagne voor het absoluut pijnloze bevallen. De pijnloze bevalling werd niet gepropageerd als een prettigere methode van bevallen, maar als een kwestie van de juiste mentale instelling, van een oefening van de wil met behulp van goede instructie. De pijnloze bevalling was een vrucht van 'strijd', daar is dat sacrale begrip weer - en was alleen bereikbaar voor 'bewuste' vrouwen. Uiteraard was de pijnloze bevalling een Russische uitvinding en niet te vergelijken met moderne Westerse baringstechnieken, ook niet wanneer die een minder pijnlijke bevalling beloofden. Het ging immers niet om het wegnemen of verminderen van de pijn op zich, maar om het zelf wegwerken van de pijn. Hoe ideologisch geladen de pijnloze bevalling was, blijkt wel uit het feit dat een op dit gebied prominente arts die uit de partij gegooid werd, haar instructiemateriaal moest inleveren en geen cursussen pijnloos bevallen meer mocht geven.

Het pijnloos bevallen is een extreem voorbeeld van de wijze waarop CPN en NVB het persoonlijke politiek maakten en ook het politieke persoonlijk. Daarbij paste een levenshouding waarin het echt persoonlijke, het gevoelsmatige en het emotionele, volstrekt ondergeschikt werd gemaakt aan de hogere belangen van de partij. Het eigen belang en dus ook het eigen bestaan moest daaraan worden opgeofferd, terwijl de tegenstand die men van duistere, reactio-naire krachten meende te ondervinden, juist weer moest motiveren tot nog meer volharding, nog meer optimisme en nog meer zelfvertrouwen. Men steunde elkaar daarin, maar men controleerde elkaar ook scherp. Afwijkingen van de partijlijn van dat moment werden zwaar aangerekend en Jolande Withuis geeft heel wat treurige voorbeelden van mensen die zich door een verkeerde keuze of een verkeerde uitspraak plotseling van al hun functies - en daarmee ook van al hun vrienden - beroofd zagen. In veel gevallen werden de formele uitsluiting ook nog begeleid door de ketelmuziek van verdachtmaking en regelrechte laster.

Bij alle respect die je kunt hebben voor de grote inzet en ook de persoonlijke kracht van de vrouwen die de NVB hebben gedragen, is het toch moeilijk veel sympathie te voelen voor de NVB na 1950. Het zou niet eerlijk zijn de NVB-vrouwen te verwijten dat hun ideeen zo mager, hun teksten zo knullig en hun voorkeuren zo banaal zijn. De meeste leden van de NVB waren eenvoudige, nauwelijks geschoolde vrouwen, voor wie 'de duurte' inderdaad een probleem en 'de kinderbijslag' een levensnoodzaak was. Het is achteraf ook wel erg gemakkelijk je te verbazen over de vanzelfsprekendheid waarmee ook deze politiek bewuste vrouwen, deze strijders samen met de mannen, zich zonder probleem voegden in het klassieke keurslijf van de moeder- en huisvrouwenrol en het volstrekt normaal vonden om huishouden, partijwerk en gewoon werk te combineren, zelfs in die gevallen waarin de man werkloos was. In de jaren vijftig en zestig waren in Nederland gezin en huishouden nu eenmaal een vrouwenzaak.

HYPOCRISIEWat de sympathie ondermijnt, is de onderlinge hardheid, de minachting voor iedere andersdenkende, de steeds toenemende hypocrisie en het steeds zichtbaarder wordende gebrek aan kwaliteit en stijl. Je voelt je bij de NVB niet in prettig gezelschap en naarmate de tijd vordert, wordt het gezelschap zelfs steeds onaangenamer. Hoe dat komt, weet ik niet zeker, maar ik vermoed dat een levensbeschouwelijk regime dat niet - zoals een godsdienstig regime - een vorm van persoonlijke beloning kent voor wie zich nu zo vreselijk inzet voor het heil van de mensheid, een intern soort ressentiment kweekt. Opoffering en heroiek zijn mooie woorden voor altijd aan het kortste eind te moeten trekken en altijd de kastanjes uit het vuur te moeten halen. Daar word je niet gelukkig en dus ook niet aardig van, als daar niet de belofte van een uiteindelijk persoonlijk geluk in opgesloten ligt.

Er is in de loop van hun geschiedenis iets raars gebeurd met de NVB en de CPN. In de Nederlandse verhoudingen is het eigenlijk gewoon dat sekten zich geleidelijk aanpassen bij de sociale en culturele omgeving en zelfs tot zekere hoogte maatschappelijk integreren. Bij de communisten lijkt vooral in de jaren vijftig en zestig het omgekeerde te gebeuren: het sektarische karakter wordt juist sterker en dat proces gaat nog door als het maatschappelijk isolement eigenlijk al weer is opgeheven. Men mist de flexibiliteit om zich te voegen naar de veranderde omstandigheden, maar vooral ook ieder vermogen om ruimte te geven aan het persoonlijke en het gevoelsmatige. Want dat was natuurlijk de echte contrabande die de feministen het rationalistische en scientistische Siberie van de NVB en de CPN binnensmokkelden.

Jolande Withuis kijkt naar de NVB op een manier, die voor iedere echte NVB-vrouw ondenkbaar en onaanvaardbaar moet zijn. Hoe leefden en beleefden NVB-leden hun bestaan als vrouw? Wat waren hun ervaringen en gevoelens? Hoe zagen ze zichzelf en hoe zagen anderen hen? Vragen die gesteld worden door iemand die het zelf belangrijk vindt te weten wat haar gevoelens zijn en er impliciet van uitgaat dat ook anderen dat vinden ten aanzien van hun eigen gevoelens. Inmiddels lijken de meeste (ex)NVB-vrouwen - Withuis behoorde er overigens ooit ook zelf toe en alleen dat maakte haar onderzoek in deze besloten gemeenschap mogelijk - dat ook wel te vinden, maar de NVB zal dat inzicht wel niet overleven. Hopelijk is er in de NVB nog net genoeg opoffering en heroiek aanwezig om er vrede mee te kunnen hebben dat haar te lange geschiedenis intellectueel, emotioneel en esthetisch nooit iets mooiers heeft opgeleverd dan dit boek.