Obligatiemarkt afwachtend door Golf, Duitse hereniging

UTRECHT, 8 sept. De afwachtende houding op de obligatiemarkt als gevolg van de Golfcrisis duurde deze week voort. Een lichte neiging tot rentestijging bleek echter aanwezig en was toe te schrijven aan het Duits-Duitse eenwordingsproces.

De markt wordt immers geconfronteerd met nieuwe leningen die dit kostbare proces moeten financieren. Leningen die meest alle door de Westduitse overheid worden gegarandeerd. Dat de markt zo'n garantie niet voor 100 procent waardeert, bleek deze week. De Bundesbank bood de Duitse handelsbanken voor een Duitse Eenheids Fonds-lening een rendement aan van iets beneden 9 procent, dat wil zeggen overeenkomend met dat van de recentste Bundesanleihen. De banken wilden echter iets meer dan 9 procent.

Opmerkelijk in dit verband is een 4-jarige lening met variabele rente. Deze 6 miljard D-mark grote emissie is afkomstig van de Staatsbank Berlin en wordt eveneens door de Westduitse overheid gegarandeerd. De rente ligt 5 basispunten boven zesmaands Fibor, hetgeen gisteren overigens + 8,9 procent zou hebben bedragen.

De concentratie van de markt op deze gebeurtenissen was er wellicht debet aan dat het effectief rendement op originele Duitse 10-jarige staatsobligaties deze week met ruim 5 basispunten opliep tot bijna 9 procent. Het renteverschil met Nederlandse tegenvoeters, welke zich iets beter hielden, verkleinde daardoor van iets boven naar circa 0,1 procentpunt.

De inschrijvingskoers die voor de 9 procent toonbanklening maandag op 99,40 was vastgesteld werd dinsdag reeds naar 99,25 procent verlaagd. Tot gisteren werd deze koers, een effectief rendement inhoudend van 9,12 procent, gehandhaafd. Van de recente, reeds gestorte, staatsleningen bedroeg het rendement circa 9,08 procent, hetgeen vooralsnog slechts weinig ruilingen tot gevolg had.

Ondanks financieringsnoodzaak aan Duitse zijde behield binnen het EMS de D-mark haar positie en verloren de Spaanse peseta en Italiaanse lire opnieuw iets van hun glans. De fixatie van de valutamarkt op de relatieve kracht van de yen, en daardoor op de blijvende zwakte van de dollar, zal hieraan ten grondslag hebben gelegen. De gulden wist zich tegenover de D-mark redelijk te handhaven, terwijl de interbancaire tarieven een minieme stijging vertoonden.

Eurokapitaalmarkt

De internationale kapitaalmarkten beleefden een relatief rustige week, waarbij de handel op een laag pitje stond. Amerikaanse handelaren hielden, na een vakantiedag, het vizier gericht op binnenlandse ontwikkelingen. Gisteren zouden de Amerikaanse werkgelegenheidscijfers bekend worden gemaakt, welke een eerste indicatie vormen omtrent de gevolgen van de olieprijsstijgingen op de economische positie van de Verenigde Staten.

Bij tegenvallende cijfers zal ongetwijfeld de druk op de Fed worden vergroot om door middel van een monetaire verruiming de toch al zwakke economie een ruggesteuntje te geven. Een eventuele renteverlaging zal echter van beperkte omvang zijn. Enerzijds wegens de kapitaalmarktrente in de Verenigde Staten die, zeker reeel gezien, toch al aan de lage kant is, waardoor het voor beleggers steeds minder aantrekkelijk wordt het Amerikaans begrotingstekort te financieren. Bovendien is het door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten onwaarschijnlijk dat een akkoord wordt bereikt omtrent een ingrijpende reductie van dit tekort. Anderzijds vormen de Japanse discontoverhoging van 3/4 procent alsmede de aanhoudende inflatiebeperkende factoren voor een renteverlaging. Dit beeld wordt nog versterkt door een lage dollar die geimporteerde inflatie kan induceren.

Hoe zwak de dollar tegenwoordig is, bleek afgelopen week nog eens, toen ondanks de stijging van de olieprijzen en de daling van de Japanse aandelenkoersen de dollar toch terrein moest prijsgeven ten opzichte van de yen.

De emissie-activiteiten op de eurokapitaalmarkt stonden in het teken van Japanse debiteuren, die in twee dagen tijd voor 2,8 miljard dollar aan achtergestelde leningen uitbrachten. Voor de niet-dollar segmenten richtte de aandacht zich op de binnenlandse ontwikkelingen, waar in Duitsland, Nederland en Frankrijk staatsleningen werden uitgebracht.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek