'Laten we nu beginnen, anders lukt het nooit'

DEN HAAG, 8 sept. De stichting Natuur en Milieu was deze week hard in haar oordeel. Het milieubeleid van dit kabinet en dus van minister Alders van milieu is 'kiezersbedrog'. In de tien maanden dat Alders nu verantwoordelijk is voor het milieubeleid krijgt hij het af en toe zwaar te verduren. Hij wordt gemangeld tussen de kritiek van de milieubeweging dat er niks gebeurt en de klacht van het bedrijfsleven dat hij veel te hard van stapel loopt.

Aan de vooravond van het debat in de Tweede Kamer over het Nationaal Milieubeleidsplan zegt de minister in een vraaggesprek dat het tempo waarin de resultaten van zijn beleid zichtbaar worden ook voor hem een groot probleem is. Na de algemene euforie over het Nationaal Milieubeleidsplan dat hij als een groot succes voor het ministerie en het milieudenken beschouwt, stond het departement 'weer gewoon met de voeten op straat'.

De nieuwe milieuminister kwam voor hele concrete afwegingen te staan: is het melkpak nou beter dan de melkfles? 'Dan moet je jezelf vragen gaan stellen om tot een goede beoordeling te kunnen komen. Wat gebeurt er bij het produceren? Hoeveel energie is er nodig om de melk te vervoeren? Hoe is het schoonmaakproces? Je wilt het tempo erin houden, maar ook geen fouten maken. Daar begint het te wringen. Dan kom je jezelf tegen, want je hebt ook zelf de drang om haast te maken.'

Alders zucht diep: 'Ja, dan ontdek je dat je bij het tempo dat je wilt maken een beetje vastloopt.' Het onbehaaglijke gevoel dat er niks zou gebeuren, herkent Alders dus wel. Waar hij zich aan ergert is de steeds weer terugkerende discussie over de vraag of dit kabinet met dit milieubeleidsplan wel ver genoeg gaat. 'Dan zeggen ze: dit kabinet helpt het milieu naar de knoppen. Dat is toch belachelijk. Alsof er een minister zou zijn, een kabinet of een heel apparaat dat maar een doel heeft: te ontkennen wat er met het milieu dreigt te gebeuren. Laten we nou een ding eens helder hebben. De doelstellingen staan vast. Waar we nog over praten is: welke belemmeringen komen we tegen om nu stappen te zetten. Laten we niet weer opnieuw gaan discussieren over de doelstellingen.' Even later zakt zijn ergernis. 'Natuurlijk kun je discussieren over de vraag of je niet nog een stap verder moet.'

Alders vreest echter dat het telkens opnieuw opwerpen van de vraag of lucht dan wel water niet nog sneller nog schoner moet, de uitvoering van het beleidsplan zal vertragen. 'Ik heb altijd gezegd: een ding is zeker, dit moet in ieder geval gebeuren. Laten we beginnen, anders gebeurt het nooit. Dat we er dan nog lang niet zijn, daarvan ben ik overtuigd.' De Utrechtse hoogleraar geschiedenis Righart noemde Alders onlangs in het weekblad De Tijd een minister van oorlog die klem zit tussen de belangen van het bedrijfsleven, de landbouw, de autolobby, zijn eigen electoraat en de coalitiepartner. 'Righart vindt dat ik oorlogsplannen moet hebben en dus ook vergaande bevoegdheden. Dat suggereert dat het niet mogelijk is om in een parlementaire democratie besluiten te nemen waarvan nog hele grote groepen zeggen: te vroeg, dit kan niet, daar zijn we het niet mee eens. Naar mijn beste wijze van zien, gebeurt dat regelmatig.'

Alders vindt dat hij, gemangeld tussen de verschillende belangen, binnen het systeem van de parlementaire democratie wel beleid kan maken. 'Ik moet wel, want ik heb geen andere keus.' Binnen oppositiepartij Groen Links woedt de discussie over 'minima versus milieu' ofwel wat prevaleert: het inkomen of het milieu. Ook binnen de milieubeweging en onder wetenschappers wordt de vraag opgeworpen of we wel door kunnen gaan met almaar meer consumeren. Volgens Alders is Nederland 'nog onvoldoende' toe aan een fundamentele discussie over 'de wet van het genoeg'. 'Maar ik heb van begin af aan gezegd dat die wet aan de orde zal komen. Ook ik vraag me af of het Brundtland-rapport niet te optimistisch is, omdat het ervan uitgaat dat wereldwijde economische groei en duurzame ontwikkeling zondermeer te combineren zijn.' Volgens Alders moet niet worden vergeten dat de 'wet van het genoeg' vraagt om, wat hij noemt, een 'tegendraadse beweging'. 'Ik zal een voorbeeld geven. Jarenlang is door bijna alle politieke partijen, ook door de mijne, een beleid gevoerd van maatschappelijke individualisering. Waar heeft dat toe geleid? Dat nu vaak beide partners in een gezin een baan hebben. Maar niet altijd in dezelfde plaats. Dus is er vervoer nodig. Daar hebben we de ruimtelijke ordening op toe gesneden. We beginnen nu heel langzamerhand een poging te wagen om ons bij de ruimtelijke ordening af te vragen of we dat wel verstandig hebben gedaan, of we met de gevolgen van de individualisering niet anders om moeten gaan. Maar daarmee zijn culturele processen nog niet veranderd. Ik zal niet nalaten om overal waar ik ben te zeggen: ook die keerzijde is aan de orde. Niet als excuus om zaken af te remmen.' Alders vindt dat hij als milieuminister de taak heeft de maatschappelijk discussie over de fundamentele vragen aan te zwengelen. 'Men moet zich alleen goed realiseren dat een minister daar een belangrijke rol in kan spelen, maar dat hij de ommekeer die dat mogelijk in ons cultuurpatroon te weeg zal brengen niet bij wet kan regelen.'

Hij ziet zichzelf overigens niet als enige die de 'wet van het genoeg' aan de orde moet stellen. Ook politieke partijen en maatschappelijke organisaties zouden daarbij volgens hem een belangrijke rol moeten spelen. Daarvan ziet of hoort hij echter te weinig. 'Ik vind dat niemand die discussie voldoende voert, ook mijn eigen partij niet.' CDA-fractieleider Brinkman brak aan het begin van de zomer een lans voor verdergaande decentralisatie. De praktijk had volgens hem uitgewezen dat vele zaken niet vanuit Den Haag zijn te regelen. Zo kon volgens hem de wethouder in Beusichem veel beter bepalen hoe het mestbeleid in zijn gemeente moet worden gevoerd. Alders vindt het 'een soort falsificatie van de discussie om te denken dat we in dit land geen kader nodig zouden hebben waar de wethouders zich aan kunnen en moeten houden. Uiteindelijk is dit een heel klein landje. Ik zal niet zeggen dat Hulst hetzelfde is als Groningen, maar als we een discussie zouden krijgen over een bepaalde stof die in ene plaats wel en in de andere plaats niet acceptabel is, dan zijn we weg.'

Alders zegt niet te weten of het verschil in opvatting over een sterke overheid dan wel een terugtredende overheid tot grote politieke meningsverschillen zal gaan leiden in de coalitie tussen zijn Partij van de Arbeid en het CDA. 'De spanning over wat je moet regelen op nationaal of gemeentelijk niveau zit er altijd in. Zo moet ik me verzetten tegen de neiging om de zaken centralistisch te gaan regelen als er een verschil is tussen gemeente A en gemeente B.'

Volgens de minister kun je niet in zijn algemeenheid zeggen: ik ben voor decentralisatie' of juist 'ik ben daartegen'. 'De discussie over decentralisatie is geen eenduidige. Het was bijvoorbeeld van de gekke om te bepalen, en die tijd hebben we ook gehad, dat elk school in Nederland aan dezelfde normen moest voldoen. Dat we ons nu afvragen of dat wel juist is, is volstrekt legitiem. Maar nogmaals, de hele discussie over centralisatie of decentralisatie is een discussie die naar de inhoud moet worden gevoerd. Per keer, en niet door daar algemene lijnen over uit te zetten.' Alders denkt dat CDA en PvdA elkaar in de loop van deze regeerperiode 'meer en meer de nieren zullen proeven', omdat ecologische randvoorwaarden een zwaardere rol gaan spelen in de besluitvorming. 'Onlangs kwam bijvoorbeeld in de Kamer de vraag aan de orde waar het milieubeleid ophoudt. Aan de fabriekspoort, omdat de overheid daarachter niks te zoeken heeft? Ik heb toen gezegd: hoe kan dat nou als je feitelijk aan mij vraagt om een produktenbeleid te voeren. Dan moet ik in kunnen grijpen in de grondstoffen die worden gebruikt, want daar gaat het al mis.'

'De vraag is hoever je als overheid durft te gaan om een milieubeleid te voeren. Je weet dat er een moment komt dat je tegen bepaalde sectoren moet zeggen: dat kan op die manier niet meer. Dat kan leiden tot pijnlijke beslissingen zoals bijvoorbeeld bedrijfssluitingen. Natuurlijk krijgen we daar politieke discussies over.'

    • Aukje van Roessel