KERKEN DEDEN WEL IETS VOOR DE JODEN

Verreweg de meeste Nederlanders, ruim tachtig procent, waren ten tijde van de Duitse bezetting lid van een kerkgenootschap. Alleen al daarom is het interessant de houding van de kerken tijdens de oorlog te onderzoeken. Dominee J. M. Snoek, zelf behorend tot de Gereformeerde Kerken, publiceerde in 1969 The Grey Book over de officiele internationale protesten van niet-Rooms-Katholieke Kerken. Hierin constateerde hij dat voor de oorlog bijna geen enkel kerkgenootschap in Nederland officieel en publiekelijk heeft geprotesteerd tegen de jodenvervolging in Duitsland. Nu heeft Snoek een boek geschreven, waarin hij niet alleen beschrijft in hoeverre de Nederlandse kerken zich in de oorlogsjaren publiekelijk over de jodenvervolging uitspraken, maar ook wat, en met welke motieven, werd gedaan om de vervolgde joden de helpende hand te bieden. Het accent ligt daarbij op het kerkgenootschap waartoe hij zelf behoort.

In de zomer van 1940 vonden de kerken - behalve de Rooms-Katholieke Kerk die zich pas eind 1941 aansloot - elkaar in het Convent van Kerken, dat vanaf 1942 Interkerkelijk Overleg (I. K. O.) zou gaan heten. De eerste publieke uitspraak van het Convent dateert van 24 oktober 1940. De leden vroegen de Rijkscommissaris, A. Seyss-Inquart, de op 30 september afgekondigde maatregel, die bepaalde dat joden niet langer in overheidsdienst mochten worden benoemd of bevorderd, in te trekken omdat deze in strijd was met de christelijke barmhartigheid. Toen in de zomer van '42 de deportaties begonnen, stuurde het I. K. O. een telegram aan Seyss-Inquart. Het was de bedoeling dit in de kerken op zondag 26 juli 1942 voor te lezen. Maar de Hervormde Kerk - inmiddels waren bijna al haar voormannen gearresteerd - zwichtte voor Duitse druk en beperkte zich die bewuste zondag tot een gebed, waarin onder meer gevraagd werd ' om bewaring 'opdat wij niet alleen anderen aanklagen maar allereerst onszelf'. In reactie op deze daad van openbaar protest gaf de Rijkscommissaris opdracht alle katholieke joden nog dezelfde week te deporteren.

De gelovigen die in februari 1943 ter kerke gingen - inmiddels waren al meer dan veertigduizend joden uit Nederland weggevoerd - zouden daar te horen krijgen dat het verboden was ' medewerking te verlenen aan daden van onrecht, waardoor men zich mede aan onrecht schuldig zou maken'.

In de praktijk was ongehoorzaamheid (zoals dienstweigering) niet zonder risico's en de overgrote meerderheid heeft de oproep dan ook naast zich neergelegd.

ONDERDUIKERSDaarnaast besteedt Snoek ruim aandacht aan de motieven van hen die joden onderdak boden. Hier komen we op het terrein van de relatie tussen het jodendom en het christendom, die een lange en gecompliceerde geschiedenis heeft. De Gereformeerde Kerk deed bijvoorbeeld aan zending onder de joden. Maar in het algemeen komt Snoek in opstand tegen een voorstelling van zaken als zou bekering het voornaamste motief zijn geweest bij het opnemen van joodse onderduikers. Snoek vermoedt dat het waarschijnlijk het gemakkelijkst was voor een christelijk gezin wanneer de joodse gasten orthodox gelovig waren. De Rooms-Katholieke Kerk, die in de publieke opinie een slechte reputatie heeft als het om (verzet tegen) antisemitisme gaat, heeft in het afkondigen van de protesten geen enkele maal water in de wijn gedaan, concludeert Snoek. In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, heeft de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerk niet gezwegen. In de hulp aan de vervolgde joden springen de gereformeerden er echter uit. Zij hebben een kwart van alle joodse onderduikers gehuisvest terwijl zij slechts acht procent van de bevolking uitmaakten.

Van zelfgenoegzaamheid of verheerlijking van het kerkelijk verzet is in dit boek geen sprake. Snoek komt tot een betrokken, maar evenwichtige evaluatie van het optreden van de kerken tijdens de Duitse bezetting. Wel vindt hij dat de kerken, inclusief hijzelf, meer hadden moeten en kunnen doen: ' Als ik de oorlogstijd kon overdoen, zou ik het helpen van Joden als mijn eerste prioriteit stellen.'

    • Kok 1990
    • Connie Kristelde Nederlandse Kerken
    • de Joden 1940-1945 Door Ds. J. M. Snoek210 Blz