Italiaanse clubs vrezen geen voetbalmoeheid bij publiek

ROME, 8 sept. Gianluca Vialli en Giuseppe Giannini zijn onherkenbaar. Giannini heeft zijn lange lokken weggedaan en loopt nu met een gemillimeterd hoofd over het veld. Ook de krullen van Vialli zijn rigoureus met de schaar en de tondeuze bewerkt. Kennelijk wilden deze twee voetbalsterren met een schone lei beginnen: het wereldkampioenschap is voorbij, de teleurstelling moet zo snel mogelijk worden vergeten. Maar een kater raak je niet kwijt met de tondeuze.

Morgenmiddag om vier uur begint de Italiaanse competitie, de mooiste voetbalcompetitie ter wereld. En bij de oefenwedstrijden is gebleken dat veel spelers die aan het WK hebben meegedaan hun lichamelijke en geestelijke vermoeidheid nog niet kwijt zijn. Zoals op veel plaatsen in Rome nog de borden en wegwijzers van Italia 90 staan, omdat niemand eraan heeft gedacht die op te ruimen, zo zullen de naweeen van het WK waarschijnlijk ook op het veld nog lang zichtbaar blijven. De Serie A bestaat uit achttien teams en hierin zijn 56 spelers actief die het WK hebben meegemaakt. Bij veel van hen is dat goed te merken. Marco van Basten is nog steeds op zoek. Rijkaard kreeg gisteren een paar weken rust voorgeschreven, omdat zijn rechterknie blijft opspelen. Gullit is nog steeds aan het terugkomen. Schillaci heeft last van zijn lies. De Tsjechoslowaak Thomas Skuhravy, aangekocht door Genoa, loopt tegen zichzelf te voetballen. En de supporters van Fiorentina zien verbijsterd hoe vrijwel iedere actie van de Roemeense ster Marius Lacatus smoort in het heimwee.

Inter, met vijf Italiaanse internationals en drie Westduitse, lijkt het meeste last te hebben van het WK-virus. 'De spelers die hebben deelgenomen aan de strijd om de wereldbeker waren er vaak mentaal niet goed bij, ' zei Inter-trainer Giovanni Trapattoni na een aantal tegenvallende oefenwedstrijden. 'Maar ik denk dat we alleen de tol betalen voor de WK in de zin dat degenen die tot 7 of 8 juli hebben gespeeld later dan de anderen zijn begonnen met trainen.'

Outsiders

Tijd om uit te rusten krijgen veel spelers niet. Na de successen van vorig jaar doet een record-aantal van acht Italiaanse clubs mee aan de drie Europese bekertoernooien. Daarbij komen dan de 34 wedstrijden in wat niet alleen de mooiste, maar ook de zwaarste voetbalcompetitie ter wereld is. Zeker vier clubs hebben serieuze titelaanspraken: Inter, Juventus, Milan en Napoli. En Roma en Sampdoria zijn gevaarlijke outsiders.

Juventus werd vorige week met 5-1 verpletterd door Napoli, onder leiding van Maradona die wraak lijkt te willen nemen voor de fluitconcerten tegen hem op het WK. Algemeen wordt verwacht dat Juventus een van de belangrijkste smaakmakers zal zijn deze competitie. Met de winsten van Fiat is een koningskoppel gevormd van Toto Schillaci (een van de weinige Italiaanse spelers die na de WK geen behoefte had zich te verbergen achter een zonnebril) en Roberto Baggio, de duurste speler aller tijden. Luca de Montezemolo, de WK-manager die heeft laten zien dat sommige Italianen uitstekend kunnen organiseren, is deze week tot vice-president benoemd met vergaande bevoegdheden. Hij moet het produkt-Juventus gaan verkopen.

De clubs lijken niet bang te zijn dat het publiek voetbalmoe is geworden na de WK. Sommige trainers hebben geroepen dat de Italiaanse clubs na vier weken treurig WK-voetbal zullen laten zien hoe het spel gespeeld moet worden en mogelijk zijn de clubsbestuurders daardoor aangespoord om de prijzen van de kaartjes fors te verhogen. De tribuneplaatsen zijn 28 procent duurder geworden. Een jaarabonnement kost gemiddeld 1,7 miljoen lire, bijna 2700 gulden, met een uitschieter naar 2,25 miljoen voor de nieuwkomer Parma. De plaatsen achter het doel zijn met zeventien procent gestegen, naar een gemiddelde van 210.500 lire, ongeveer 330 gulden. Misschien dat Inter en Milan deze hogere opbrengst kunnen gebruiken om eens wat aan hun grasmat te doen. Vorig jaar klaagde Milan-trainer Arrigo Sacchi dat zijn ploeg thuis vaak in het nadeel was tegen technisch minder begaafde tegenstanders, omdat het veld in de loop van het jaar steeds meer op een zandbak begon te lijken. En ook dit jaar belooft weinig goeds. Voor het WK was er een nieuwe mat gelegd in het San Siro-stadion die vrij snel na het toernooi en na een popconcert opnieuw is vervangen. Het nieuwe gras heeft kennelijk nog geen wortel geschoten, want bij de bekerwedstrijd die Milan woensdag in het stadion speelde, vlogen de plaggen in het rond en haalde een sliding soms een stuk van een paar meter open. Donderdag is een groep grasexperts komen kijken en die hebben gezegd dat het veld meer lucht moet krijgen. De komende weken zullen daarom alle poorten van het stadion open blijven.

Televisie

Een ander teken dat het Italiaanse publiek nog niet voetbalmoe is, blijkt uit de uitbreiding van de hoeveelheid sport op zondagavond. Komend seizoen is er een wedstrijd die iedere week opnieuw wordt gespeeld, 34 zondagen lang: het gevecht om de kijkcijfers tussen de staats-tv Rai en Italia 1, een van de drie commerciele zenders van Berlusconi. De drie zenders van de RAI brengen vanaf zes uur 's avonds samen vijf sportprogramma's, bijna uitsluitend over voetbal. En om half negen begint Italia 1 met een nieuw sportprogramma, het eerste in prime time. Teveel sport? Tot nog toe heeft niemand geprotesteerd. Want het WK heeft laten zien dat er steeds meer tv-kijkers afkomen op het voetbal. Een paar jaar terug werd de concurrentiestrijd op de tv uitgevochten met showprogramma's, nu is voetbal het wapen geworden.

    • Marc Leijendekker