Henry Faas; 566

'BINNENHOF, Samstag Eigentlich wurde es so langsamerhand wohl eins Zeit dasz wir uns in dem politischen Commentare was an die neue Situation gehen anpassen. Dass fallt aber nicht mit. Sicher nicht fur mich, want in der Zeit dasz ich noch nach dem Schule gange, war es nicht best um gut zu sein in Deutsch. Starker noch: wann ich darfte mit ein Rapport nach Hause zu kommen worauf ich fur Deutsch ein hoger Zeifer dann 3 hatte, kriegte ich furchtbar auf dem Sodemieszer von dem Vater. Da kommt noch bei dasz ich mein deutsches Worterbuch hab ausgelehnt an dem plaatslichen Oranien-Kommittee. So wann ich etwas aufsuchen woll, kann dasz noch nicht eins.'

Dit is de eerste alinea van Ein rare Woche, de rubriek Parlementaria in de Volkskrant van 26 juni 1965. Als er een prijs zou bestaan voor het Beste Stuk in de Naoorlogse Nederlandse Journalistiek - het hindert niet wat, commentaar, beschouwing, column, reportage - dan zou ik geen seconde aarzelen: Ein rare Woche. Het is geschreven door Henry Faas, die toen zijn wekelijkse parlementaire kolom ondertekende met WANDELGANGER, maar er voor die gelegenheid SPAZIERGANGER onder had gezet. Henry Faas is deze week plotseling gestorven. U zult misschien denken dat het beter was geweest als ik wat eerder met mijn lof was gekomen, maar gelukkig heb ik het hem meer dan eens gezegd.' Het was een hele rare week, deze week in het vorstendommetje dat zich Nederland noemt', schrijft hij na nog een alinea Flauskesseldeutsch, en dan volgt de kundige, vlijmscherpe, licht sarrende analyse van een Hollands drama. Drie bijvoeglijke naamwoorden, het moet maar eens: ze overlappen elkaar niet.

Wat was er gebeurd? Die week had een 'aanhoudende stroom van geruchten' geresulteerd in de algemene overtuiging dat prinses Beatrix zich zou gaan verloven met een voormalige Duitse soldaat. Iedereen wist het, de buitenlandse pers had al de fotografische bewijzen gepubliceerd waaraan de onze zich nog niet had gewaagd, alle Nederlanders waren bezig zich een mening te vormen of waren daarmee klaar, Loe de Jong was op spoedonderzoek naar het buitenland gezonden, maar de regering zweeg. Zoals Henry Faas schreef: ' Er heerste de Grote Stilte. Dat was kennelijk het resultaat van het gesprek dat de kroonprinses kortgeleden heeft gevoerd met drie journalisten, alle drie expert in het niet-publiceren. Het gesprek ging over het voorbereiden van het volk op de nieuwe situatie.' Ja kinderen, zo ging dat toen. Alleen de NRC had iets laten doorschemeren. Henry Faas schrijft: ' Reeds jongstleden woensdag meldde dit blad, ook nog in het Nederlands verschijnend: Uit de besprekingen is zoveel wel duidelijk geworden dat de huwelijkscandidaat inderdaad de heer Claus von Amsberg is.'

Verder wist men dat de vermoedelijke aanstaande lid van de Evangelische Kerk was en ook dat viel in goede aarde. Maar bij de liberalen hoorde men nog andere geluiden. Men betreurt het in die kring wel, aldus de NRC, dat aan het hof zo weinig jonge representanten van de Engelse adel werden gezien.' Inderdaad een zeer goede opmerking', constateert Henry Faas. ' Alleen komt zij, zoals wel meer liberale opmerkingen, een tikkeltje aan de late kant.'

De chroniqueur ziet veel voordelen in de Duitse candidaat: ' Er kan nu eens een einde komen aan het vervelende debat, aan de gang gebracht door beschuldigende jongeren, over de vraag of Nederland zich in de Tweede Wereldoorlog voldoende tegen de Duitse bezetter heeft verzet. Het antwoord kan nu eenvoudig worden: Nee. Hoezo? Had dat dan gemoeten?' Verreweg het beste zou het zijn, Ein rare Woche nog eens af te drukken en dit om een aantal redenen. Wie wil weten wat vijfentwintig jaar geleden de toon en teneur van het Nederlandse gesprek van de dag waren, raakt met deze kolom een heel eind op weg. Als men wil leren hoe men over politiek kan schrijven zonder vervelend te worden, zou men nog meer Parlementaria van Henry Faas moeten lezen. De beste reden vind ik de derde. In de hier geciteerde kroniek, zoals in alle andere, is de schrijver niet in het geringst geimponeerd door wat toen controversiele kwestie heette. Moeilijkheden aan het hof, diep bezorgd kijkende bewindslieden, fronsend zwijgende woordvoerders, dat waren zelfs in het midden van de jaren zestig voor een journalist aanwijzingen om zijn pen dicht te schroeven. Er waren wel een paar uitzonderingen maar die konden niet zo schrijven als Henry Faas. Voor een journalist is het niet voldoende, op de hoogte te zijn en de zaak te doorzien. Hij moet niet bang zijn voor een boosaardig grapje; hij moet er een stukje van maken dat je uitleest en dat je aan het denken zet.

Daarom was het voor het land niet goed toen WANDELGANGER in 1970 met zijn Parlementaria ophield. Het viel wel te begrijpen. Twintig jaar op het Binnenhof, in Nieuwspoort, het Kamerrestaurant, de wandelgangen en wat je er verder hebt: moordend. Daarna is Henry Faas voor de Nederlandse politieke beschaving niet verloren gegaan. Dat heeft men in andere in memoriams uitvoerig kunnen lezen. Mijn stukje is er een voetnoot bij. Terwijl ik het opschreef, ben ik bij het citeren weer een paar keer in de lach geschoten - zoals, hoop ik, mensen lachen als ze wat belangrijke paljasserij ontmaskerd zien.

Henry Faas, wat heeft het me altijd een plezier gedaan, je tegen te komen!

    • S. Montag