Hedendaagse keramisten uit Denemarken exposeren dozen, pottenen vazen; Diep respect voor traditionele vormen

Het Deense pottenbakkersbedrijf steunt op een lange traditie. Alleen al het eiland Bornholm telt ruim honderd ateliers, voornamelijk van lokaal belang. Dat lokale achterland is kennelijk vruchtbaar voor een vrij brede toplaag van Deense keramisten; de faam van de exposanten in Nederland reikt ver en de Deens-Turkse Alev Siesbye-Ebuzziya behoort zelfs tot de zeer groten in haar vak. Een blik op haar grote schalen overtuigt; met hun gloeiende paarse en blauwe kleuren en een randversiering die uit niet meer dan een enkel lijntje bestaat, beheersen ze met gemak elke ruimte en verlenen er iets plechtigs aan.

Deze maand is op drie verschillende plaatsen werk te zien van in totaal zeventien keramisten uit Denemarken. Twee kunstenaressen zijn in Deventer vertegenwoordigd, de resterende vijftien keramisten stuurden werk naar Laren en Oosterbeek.

Publiek dat zich nog de grote tentoonstelling 'Hedendaagse Nederlandse Keramiek' van vorig jaar herinnert, valt direct het grote verschil op tussen de Deense en Nederlandse kunstenaars. Hun invloeden en werkwijze en dat wat je hun 'keramische ambitie' zou kunnen noemen zijn niet gelijk. Experimenteerlust en een soms geforceerd aandoende expressiviteit brachten de afgelopen jaren de Nederlandse keramisten tot eigenzinnige objecten, meestal met de hand opgebouwd, gecombineerd met glas, hout of metaal. Dat 'vrije' werk leunde gretig aan tegen sculptuur. Het begrip 'functioneel' legde het af tegen modieuze noties als autonoom en grensverleggend.

Op al deze punten maken de Denen een terughoudender indruk. Bij het merendeel van hen valt het accent (nog?) op dozen, potten en vazen, zo mogelijk op de draaischijf gevormd. Uitgezonderd een enkele zilveren draad die Hans Munck Andersen insluit in de wand van zijn kommen, is het materiaal klei, en niets anders. Formaten zijn hanteerbaar en een van de weinige grote vormen, een schitterend exemplaar van Bente Hansen met een aan vlechtwerk refererend patroon in fraaie herfstkleuren, blijft in de eerste plaats een bruikbare vaas, ondanks de monumentale proporties..De meer of minder duidelijke gebruiksfunctie heeft waarschijnlijk te maken met de veelvuldige contacten die de Deense porseleinfabrieken Bing en Gr(o/)ndahl en de Koninklijke Porseleinfabriek sinds jaar en dag met keramisten onderhouden. Bijna alle exposanten hebben enige tijd als 'artist in residence' voor een van deze ondernemingen gewerkt en van allerlei technische faciliteiten geprofiteerd.

Dat een diepgeworteld respect voor traditionele vormen niet hoeft te leiden tot saaie, monotone 'kunstnijverheid', bewijzen de twee Deventer kunstenaressen, Gunhild Aaberg en Beate Andersen, al vijfentwintig jaar hetzelfde atelier delend. Andersen maakt elegante vazen met sierlijke zwarte Jugendstil-achtige motieven. Aabergs schalen en dozen zijn ernstiger, op het ontoegankelijke af. De keramische huid is ruw, de kleuren zijn verbleekt, bijna vaal alsof deze voorwerpen zijn opgegraven uit het veen van Jutland waarin de beroemde Tollund-man tweeduizend jaar geleden werd geworpen.

Het is jammer dat twee of drie van de keramisten onder de maat blijven. Vooral de uitnodiging voor deze expositie aan Lene Regius berust op een vergissing. Het Singer Museum toont een stuk of acht platte of cilindrische vazen van haar. Op een wit of blauw porseleinen fond zijn porseleinen mozaiekstukjes ingewerkt die pastelkleurige huizen, bomen en torens van een mediterrane stad weergeven. Die frisgewassen Nijldorpen getuigen van een onberispelijke techniek, maar hun emotionele waarde is die van een kitscherige reisfolder. De voorstellingen laten niets te raden over.

Eenzelfde misverstand kenmerkt de inzending van Bo Kristiansen, die al eerder in Nederland exposeerde. Tot voor kort maakte hij bolvormen, sober van kleur en over het hele oppervlak 'beschreven' met hoofdletters in een volstrekt willekeurige volgorde. Bij het recente werk nog steeds die intrigerende letters maken de tekens zich los, ze worden driedimensionaal en tippelen over de bolvorm. De letters worden woorden en je begint te lezen wat er staat: black. Of blue. De magie is verdwenen.

De tentoonstellingen in Laren en Oosterbeek kwamen tot stand op initiatief van de Nederlandse keramist Leen Quist, die zijn opleiding in Denemarken kreeg. Van Quist zijn porseleinen schalen te zien waarop meestal diep-blauwe geometrische versieringen zijn aangebracht. De voorwerpen stralen een wat hooghartige, koele perfectie uit. Een van Quists schalen heeft als titel 'Hommage a Danemark'. Met een kleine reserve voor een paar van de Deense keramisten kan men het met dit compliment eens zijn.

Tentoonstellingen: Deense keramisten en Leen Quist. In het Singer Museum, Oude Drift 1, Laren. T/m 23/9. Geopend: di. t/m za. 11-17, zo. 12-17 uur. En in Galerie Amphora, Van Oudenallenstraat 3, Oosterbeek. T/m 30/9. Geopend: do. t/m zo. 14-17 uur. Catalogus bij deze twee exposities fl.15, -. Keramiek uit Kopenhagen: Galerie Kunst en Keramiek, Korte Assenstraat 15, Deventer. T/m 30/9. Geopend: wo. t/m vr. 12-17.30, za. 11-17, zo. 14-17 uur.