Gemiddelde duur van gevangenisstraf hoger

DEN HAAG, 8 sept. De gemiddelde duur van de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraffen is tussen 1982 en 1989 gestegen. De gemiddelde straf voor moord en doodslag is opgelopen van 24 maanden in 1982 tot 30 maanden vorig jaar.

Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Afgelopen maandag liet premier Lubbers in een rede in Nijmegen doorschemeren dat met strengere straffen normvervaging een halt kan worden toegeroepen.

De straffen voor verkrachting zijn gestegen van 8 naar 15 maanden, voor afpersing van 9 naar 14, voor handel in hard drugs van 10 naar 14 maanden en voor handel in soft-drugs van 4 naar 9 maanden.

Het totale aantal vonnissen waarin celstraf wordt opgelegd daalde de afgelopen zeven jaar met 4 procent van 17.062 naar 16.321. Het aantal verdachten dat schuldig werd bevonden daalde met 10 procent van 81.506 naar 72.812. Het aantal gevangenen dat het afgelopen jaar wegens een verkeersmisdrijf achter de tralies verdween is gedaald met 62 procent tot 1.974 personen. Deze sterke daling is het gevolg van de ingevoerde mogelijkheid een transactie te betalen. Het aantal celstraffen voor de zwaarste vormen van criminaliteit is fors gestegen. Voor moord en doodslag van 219 naar 304, voor verkrachting van 164 naar 190 en voor handel in hard-drugs van 1.087 naar 1.630. Het aantal opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van drie jaar of meer is meer dan verdubbeld in de afgelopen zeven jaar, van 214 naar 488. Het aantal celstraffen van 8 jaar of meer steeg van 16 naar 50. Het aantal mannen dat een celstraf kreeg daalde van 16.492 naar 15.377. De populatie vrouwelijke gedetineerden steeg evenwel van 568 tot 939. Een stijging met 65 procent.