Galopperende paarden en dansende mensen in het werk van Gardella

Bewegingsanalyses van galopperende paarden, zoals ooit in lange fotoreeksen ondernomen door de Amerikaanse onderzoeker Eadweard Muybridge, blijven bronnen van inspiratie voor de 41-jarige beeldhouwer Jon Gardella, zelf ook Amerikaan maar als kunstenaar toch voornamelijk gevormd in Europa en meer in het bijzonder in Nederland, waar zijn werk vooral in de noordelijke provincies bekend en gewaardeerd is. Een selectie uit zijn oeuvre van de laatste tien jaar is nu te zien in de Haagse Galerie Smelik en Stokking. Het gaat om enkele tientallen grote en kleine bronzen alsmede series tekeningen in Siberisch krijt.

Gardella is in het bijzonder geinteresseerd in voor het menselijk oog niet meer te volgen snelle bewegingen, die pas konden worden nagegaan toen Muybridge ze fotografisch uiteengerafeld had in onderdeeltjes van tiende seconden. Pas toen kon de mensheid bijvoorbeeld zeker weten wat een dravend paard voor achtereenvolgende bewegingen maakte. Intussen bleken de analyse-foto's hun eigen schoonheid te hebben, het onzichtbaar snelle was betrapt en bevroren en dat sprak tot de verbeelding. Gardella raakt er niet op uitgekeken, dravende, springende, zich nerveus om hun as wentelende paarden zijn voor hem al jarenlang aanleiding zich steeds opnieuw te verdiepen in de vele verschijningsvormen van snelheid. Wat er in onderdelen van seconden met de lijven, benen en hoofden gebeurt, de uitdrukking van een in nauwelijks beheersbare galop voortijlend dier, de spanning van spieren en zenuwen, dat alles veroorzaakt bij Gardella een creatieve koorts die zichtbaar blijft in de geabstraheerde bronzen van de in hun snelheid uitgerekte diergestalten. Details vervagen in vloeiende lijnen, soms worden ruiters meegesleurd of probeert een man een span van twee of meer paarden te beheersen. Hij versmelt dan met de dieren tot een centaur met drie koppen, tot een bundeling van elkaar weerstrevende woedende krachten. Het is mooi bezield werk van een in het gebied tussen figuratie en abstractie opererende kunstenaar, voor wie snelheid en flitsende bewegingen geen toestanden zijn maar de schoonheid van perfecte dierlijven medebepalende eigenschappen.

Gardella kwam in de jaren zestig naar Europa om in Florence mee te doen aan het restauratie- en reddingswerk in het door overstromingen geteisterde Uffizi Museum. Hij ging beeldhouwen studeren, maar omdat het tempo aan de academie in Florence hem te laag was zocht hij andere mogelijkheden. Hij vond die aan de Rijksacademie in Amsterdam, waar onder anderen Esser en Gregoire zijn docenten waren. In Amsterdam ontmoette hij ook Eddy Roos, de beeldhouwer die nu werkt aan een project voor het park rondom de Borg Verhildersum in het Groningse Leens. Er komen twaalf levensgrote bronzen dansende ballerina's in de tuin van deze historische buitenplaats.

Via Eddy Roos, van wie bij Smelik en Stokking ook beelden te zien zijn, kwam Gardella in Groningen terecht, eerst in Winsum, nu in het dorpje Garnwerd waar een verlaten school hem tot huis en atelier dient.

Drie jaar geleden bereikte Gardella uit Boston de opdracht om voor een aldaar op te voeren voorstelling van de opera Medea de decors te ontwerpen. Ter voorbereiding verdiepte hij zich in de Griekse mythologie en de Etruskische beeldhouwkunst. Het gevolg was een uitbreiding van zijn thematiek met dansgroepen, althans met de bewegingsfiguratie die aan alleen of met elkaar dansende mensen gebonden is. Er zijn in Den Haag enkele overtuigende voorbeelden van te zien.

Ook in Gardella's tekeningen, breed opgezette beeldhouwersschetsen van paarden en naakten, is zijn niet aflatende observatie en verwerking van beweging en snelheidsfaseringen te volgen.

Samen met Gardella exposeert de dertigjarige Kim Kroes, die een serie schilderijen, gouaches en tekeningen toont rondom het carnaval zoals dat in Venetie wordt gevierd. De maskers, de costuums, de werveling, herrie en hitte van het feest leidden bij Kroes tot een beheerste chaos die in olieverf op doek, in gouache, oostindische inkt en krijt op papier gestalte kreeg.

    • Bas Roodnat