ECONOMIE DER LAGE LANDEN; Een 'alfa en gamma volk'

Met de beleidsnota 'Economie met open grenzen' die minister Andriessen van economische zaken deze week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, voldoet hij aan een van de doelstellingen van het regeerakkoord. PvdA en CDA kwamen vorig jaar overeen dat er 'ter versterking van de basis van samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven een sterkte-zwakte analyse van de Nederlandse economie dient te worden gemaakt.' Met zijn 'sterkte-zwakte nota' bouwt Andriessen voort op een industriele traditie die teruggaat tot 1949. Het scheppen van een gunstig industrieel klimaat werd het credo van de toenmalige minister van economische zaken J. R. M. van den Brink. Behalve minder overheidsregels en een overheid die samenwerkt met het bedrijfsleven moest de bevolking 'industrierijp' worden gemaakt.

Bijna vijftig jaar later gaat het erom veel meer mensen voor de technologie te interesseren. 'We zijn een beetje een alfa en gamma volk' in de woorden van Andriessen. De rapporten 'Plaats en toekomst van de Nederlandse industrie' van de WRR en 'Een nieuw industrieel elan' van de commissie-Wagner hamerden een decennium geleden al op het belang van technologie, maar het technologiebeleid kwam moeizaam van de grond. In 1987 kwam een commissie onder leiding van Wisse Dekker tot de conclusie dat het bij de grote en multinationale ondernemingen wel goed zit met het speur- en ontwikkelingswerk, maar het midden- en kleine bedrijfsleven lopen achter ten opzichte van het buitenland.

De aanbevelingen van Dekker werden niet in de wind geslagen. Het stimuleringsbeleid van Economische Zaken richtte zich meer op deze bedrijven. Met succes, want in 1987 ging nog slechts 29 procent van het technologiegeld naar middelgrote en kleine bedrijven en vorig jaar was dit percentage gestegen tot 55. In zijn beleidsnota trekt Andriessen tot 1995 bijna een miljard gulden extra uit voor technologie. Geen garantie voor succes, want het gaat om de mate waarin kennis in rendabele produkten kan worden omgezet. Andriessen heeft weerstand kunnen bieden aan de vele lobby-brieven en -rapporten die hij ontving. Alleen voor veelbelovende innovatieve projecten kunnen ondernemers bij hem aankloppen.

Zijn persoonlijk stempel heeft ex-ondernemer Andriessen vooral gedrukt op de beschouwingen over het ondernemersklimaat. Hij houdt een fel pleidooi, a la Van den Brink, voor het verbeteren van dat klimaat. Naast de bekende boodschap (lage belastingen, lage lonen, rust aan het arbeidsfront en een goede infrastructuur) moet de overheid een discussiepartner van niveau zijn voor het bedrijfsleven.

De beleidsnota geeft een heldere analyse van de Nederlandse economie anno 1990, met een inventarisering van kansen en bedreigingen. Maar het rapport beantwoordt niet aan de hooggespannen verwachtingen van een nieuw 'industrie-, diensten-, en technologiebeleid'.

Een sterkte-zwakte analyse biedt een handvat om de zwakke kant van de Nederlandse economie te versterken; om de sterke kant verder uit te bouwen, of een combinatie. Andriessen maakt geen duidelijke keuze; zijn 'nieuw' beleid bestaat uit een verhoging van het technologiebudget met 250 miljoen gulden per jaar en extra aandacht voor de functie van Economische Zaken als 'sparring partner' voor het bedrijfsleven. In de kleine economie met open grenzen ontbreken politieke wil en financiele middelen om een eigen industriebeleid te voeren.

    • Cees Banning