De lange, onzekere lijdensweg van judoka Angelique Seriese

HOOGVLIET, 8 sept. Vorig weekeinde betrad Angelique Seriese na een gedwongen afwezigheid van ruim een jaar weer de wedstrijdmat. Tijdens een internationaal toernooi in Gits, Belgie, veegde ze met vier tegenstandsters genadeloos de vloer aan. Zoals vroeger, voordat de voorste kruisband van haar linker knie scheurde als gevolg waarvan ze viermaal moest worden geopereerd.

Veel waarde hecht ze niet aan haar succesvolle rentree. Want zo sterk was de tegenstand nu ook weer niet, beseft ze. De eerste serieuze test wacht morgen in Leonding, Oostenrijk, waar zonder twijfel de hele Europese judotop aanwezig zal zijn. 'Pas dan kan ik zien hoe ik ervoor sta', weet de 22-jarige judoka, tweevoudig Europees kampioen in 1989 en winnares van de gouden medaille tijdens het demonstratietoernooi van de Olympische Spelen in 1988. Aan Leonding bewaart ze nare herinneringen. Want uitgerekend in dat Oostenrijkse plaatsje begaf op 2 juli 1989 haar linker knie het. Haar tegenstandster heette Stesjenko, een Russin van 120 kilo, 25 kilo zwaarder dan zij. 'We gingen met z'n tweeen naar de grond', staat in haar geheugen gegrift, 'maar mijn onderbeen bleef staan, waardoor mijn knie verdraaide. Ik bleef liggen. Er kwam snel een Oostenrijkse arts, maar ja die mogen volgens de reglementen niets doen op de mat. Dus kon hij alleen maar vragen of ik wilde doorgaan. Natuurlijk wilde ik dat. Maar toen ik weer stond, merkte ik dat mijn been onstabiel was. Ik kwam dan ook snel in een houdgreep terecht. Met een been heb ik me er nog uit kunnen redden. Maar ik wist dat ik moest stoppen. Bondscoach Gietelink wilde meteen met me naar het ziekenhuis, maar de Oostenrijkse arts vond het niet nodig.' Het was het begin van een lange, onzekere lijdensweg. Angelique Seriese is geen type dat medelijden wil opwekken: een kampioene moet immers hard voor zichzelf zijn. Broodnuchter zet ze de feiten in de afgelopen periode op een rijtje. Thuis uit Leonding had haar huisarts niets kwaadaardigs kunnen opsporen. Daarom meende ze rustig naar een trainingsstage in Frankrijk te kunnen, als voorbereiding op de wereldkampioenschappen in Belgrado waar ze favoriet voor minimaal een titel was. Haar clubcoach Chris de Korte had nog wel bedenkingen gehad, maar ze beloofde voorzichtig te zullen zijn. In een eerste onschuldig judopartijtje, tegen haar broer en trainer, sloeg het noodlot echter toe: een kleine balansverstoring was voldoende om de kruisband definitief te scheuren.

Keuze

Aan de ernstige aard van de knieblessure viel ditmaal niet te ontkomen, zo leek het. Toch wist haar huisarts noch de arts van de Nederlandse Sport Federatie, Peter Vergouwen, een juiste diagnose te stellen. Pas na een arttroscopie (kijkoperatie) werd de ware aard van het letsel vastgesteld. Seriese werd voor de keus gesteld: stoppen met judo, de kniespieren zodanig zien te versterken dat deze de functie van de voorste kruisband vervangen waardoor ze alsnog aan de WK kon meedoen, of een operatie van de kruisband. Ze koos voor het laatste, hoewel ze besefte dat herstel ten minste een jaar zou vergen. 'Maar ik was jong en ik had nog een hele carriere voor me. Dan is het beter te opereren. Ik had eigenlijk geen keus.' Precies een jaar geleden werd Seriese door orthopedisch chirurg Lim in het St. Jozefziekenhuis te Eindhoven geopereerd. Zeven weken mocht ze haar been niet belasten. Vervolgens meldde ze zich op Papendal, waar ze wekenlang onder leiding van Vergouwen en twee fysiotherapeuten een aangepast krachttrainingsprogramma afwerkte om vooral het zwakke been in beweging te houden. In december bleek het strekken van het been toch te grote problemen op te leveren als gevolg van het ontstaan van te veel bindweefsel. De chirurg moest er opnieuw aan te pas komen. Een ingreep bleek niet voldoende. 'De fysiotherapeut zei dat hij nog niet had meegemaakt dat er zoveel bindweefsel was ontstaan. Dus moest ik half januari weer worden geopereerd. Een tegenvaller? Heb ik nooit aan gedacht. Ik moest wel. Dan ga ik niet zitten kniezen.'

Spalk

Twee maanden verbleef ze na de operatie op Papendal. Overdag moest ze oefeningen doen, 's nachts lag het been in een slee die het been automatisch buigt een strekt. 'Na twee weken hoefde ik 's nachts niet meer in die slee. Ze zagen dat ik vermoeid raakte omdat ik niet kon slapen. Als ik op een fiets oefeningen moest doen was ik door de vermoeidheid snel uitgeput. Ze hebben m'n been toen 's nachts in een nul graden spalk gelegd, waardoor hij constant gestrekt was en er geen vergroeiingen konden ontstaan.' Het moet een enorme lijdensweg zijn geweest voor de judoka uit Zevenbergen, die over twee jaar een gouden medaille op de Olympische Spelen kan behalen in de zwaargewichtklasse. Topsport is niet hard, topsporters willen gewoon hard voor zichzelf zijn. Angelique Seriese wekt indruk en verbazing als ze met een mengeling van trots en schuldbesef lachend vertelt dat ze na verloop van tijd in de weekeinden met haar zwakke knie 'gewoon' in haar auto van Papendal op en neer naar huis reed. 'Het was wel even wennen omdat ik met mijn linker been het koppelingspedaal moest indrukken als ik moest schakelen. Maar toen ik even thuis in de polder had geoefend wist ik dat het zou gaan. Ik kon ook de auto van mijn vader nemen, die een automaat heeft, maar ik wilde hem niet lastig vallen.' Medio maart besloot ze haar kantoorbaantje-voor-halve-dagen weer op te pakken. 'Het is toch zittend werk.'

Bijna een maand reed ze elke middag van west Noord-Brabant naar de Veluwezoom om onder toezicht van Vergouwen en de fysiotherapeuten haar revalidatieprogramma af te werken. Dank zij haar indrukwekkende wilskracht stond ze in juni weer op de mat trainingspartijtjes te draaien met haar broer Harrie en clubtrainer De Korte. Ten minste een half jaar eerder dan verwacht.

Het moet Serieses mentale kracht zijn, haar positieve instelling. Toch: 'Ik heb er nooit gedacht dat het niet zou lukken. Ik heb alle programma's trouw afgewerkt. Als je weet dat je de beste van de wereld kunt worden, is er motivatie genoeg. Ik heb eigenlijk niemand nodig om me op te peppen. Dat is mijn instelling. Ik ben altijd graag op mezelf. Alleen mijn broer en De Korte weten wat ze aan me hebben. Ze laten me mijn gang gaan. In mijn eentje kan ik me het beste concentreren. Zo ben ik ook aan de top gekomen.'

Schuldgevoel

In mei ging ze tijdens de Europese kampioenschappen in Frankfurt poolshoogte nemen bij de concurrentie. Zonder een spoor van arrogantie of superioriteitsgevoel vertelt Seriese dat niemand van haar tegenstandsters daar indruk op haar heeft gemaakt. 'Ik heb bij niemand vooruitgang geconstateerd. Sommigen waren zelfs vergeleken met een jaar geleden in Helsinki toen ik kampioen werd, achteruit gegaan. Ik ga in Leonding ook niet kijken hoe sterk de anderen zijn geworden, maar hoe sterk ik ben.' Aan haar trainingsintensiteit zal het niet liggen, wanneer ze vooralsnog niet op haar oude niveau terugkeert. Vijftien uur per week is ze bezig, meestal bij de sportschool van De Korte, elke dag. 'Ja, elke dag. Als ik een dag niet heb getraind krijg ik een enorm schuldgevoel. Ja, ook in het weekeinde. 's Zaterdags train ik met de nationale B-selectie van de mannen, 's zondags met de vrouwenselectie. Ik train het liefst met mannen, ook bij De Korte. In mijn gewichtsklasse heb ik in Nederland nu eenmaal weinig tegenstand bij de vrouwen. En het is goed voor mijn kracht en snelheid.' Het is alsof Angelique Seriese de afgelopen revalidatieperiode heeft ondergaan alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. 'Ik wist dat het goed zou komen, zelfs als ik hoorde dat ik voor de zoveelste maal moest worden geopereerd. Dat is niet omdat ik zo'n positieve instelling heb. Maar gewoon omdat vanaf de eerste operatie duidelijk was dat mijn knie stabiel was. Het was gewoon een kwestie van tijd.' De Korte kent zijn pupil als een harde, gedisciplineerde sportvrouw. Maar hij heeft toe dat Seriese het in haar eerste judopartijtjes met hem toch even moeilijk kreeg. 'Het ging haar niet meteen goed genoeg. Dus vielen er tranen. Toen ze later van een paar jongens op haar donder kreeg, was het ook behoorlijk mis. Dan kwam ze de volgende dag met een chagrijnig gezicht binnen. Ze zal nog hard moeten werken om dat wedstrijdgevoel terug te krijgen. Maar types zoals zij maak je niet veel mee. Die gaan door.'

    • Guus van Holland