DE DIKKE MAN (XXI)

De Jonge Psychoanalyticus en De Dikke Man dronken van hun bier, op dat terrasje aan de Ring Boulevard. 'Waarom schrijf je eigenlijk nooit meer?' vroeg De Jonge Psychoanalyticus. 'Ik genoot altijd zo van je interviews.' 'Ik werk tegenwoordig voor de televisie; bij de shows van Klaas; de Klaas', antwoordde De Dikke Man terwijl hij ingespannen naar het voorbijrazende verkeer leek te kijken. 'Is dat niet, eh, een beetje beneden je stand?' vroeg De Jonge Psychoanalyticus. 'Weet je dan wat ik daar doe?' vroeg De Dikke Man, terwijl hij zijn blik bliksemsnel van de rijweg naar zijn gespreksgenoot wendde. 'Sorry', zei deze.

De Dikke Man bezag de lege bodem van zijn glas. 'Nog eentje?' vroeg De Jonge Psychoanalyticus.

De Dikke Man knikte. De Jonge Psychoanalyticus deed nu zijn best om de bediening zijn richting uit te krijgen. 'Misschien heb je wel gelijk', zei De Dikke Man. 'He?' vroeg De Jonge Psychoanalyticus. 'Dat ik onder mijn niveau werk', zei De Dikke Man, en glimlachte. 'Wat doe je dan precies bij die Klaas?' vroeg De Jonge Psychoanalyticus. 'Ik kies de onderwerpen althans, het merendeel daarvan, en voorts voer ik de zogeheten voorgesprekken', zei De Dikke Man, en zuchtte diep. 'Dat Kiezen Der Onderwerpen moet je niet onderschatten, hoor in wezen is het een hoofdbestanddeel van het soort journalistiek dat ik altijd bedreven heb. Je zou met lichte overdrijving kunnen zeggen dat ik in wezen een Onderwerpen Specialist ben.'

'Is het Kiezen Der Onderwerpen dan zo'n belangrijk journalistiek terrein dat je er deskundigen voor nodig hebt?' vroeg De Jonge Psychoanalyticus, en bestelde twee grote pils. 'Ja', sprak De Dikke Man beslist, en keek peinzend op zijn horloge. Half twee. Hij kon nog altijd een taxi nemen naar De Allergrootste Supermarkt Van Heel Amsterdam tenslotte ging het er alleen nog maar om, daar even rond te neuzen; van echt winkelen zou toch wel niks meer komen. 'Neenee, onderschat Het Kiezen Van Een Onderwerp niet', zei hij. 'Daarin ligt al meestal vorm en inhoud van het uiteindelijke produkt verborgen.'

'Dus al die prachtige interviews van jou die werden bepaald door de keuze van de personen, en niet door wat ze zeiden of hoe je dat opschreef?' vroeg De Jonge Psychoanalyticus. 'Zo ongeveer', zei De Dikke Man, en hij voelde zich licht duizelig worden. Stink ik? vroeg hij zich af. 'Maar wanneer ik de term Kiezen Van Een Onderwerp hanteer, bedoel ik natuurlijk daar wel iets meer mee dan het willekeurige trekken van een naam of een situatie', vervolgde hij op docerende toon. 'Ik bedoel: je moet het ook Zien.' Er viel een diepe stilte. 'Zien?' vroeg De Jonge Psychoanalyticus. 'Ja. Zien Zien met een hoofdletter', zei De Dikke Man. 'Als je het niet Ziet, kun je het maar beter vergeten, om met De Grijze Hoofdredacteur te spreken. Godallemachtig, wat kon ik fijn met die man ouwehoeren.'

'Die Grijze Hoofdredacteur, heeft die niet ' begon De Jonge Psychoanalyticus. 'Ja, ik weet wat je wilt gaan zeggen maar ik bewaar de prettigste herinneringen aan die man. Wij konden hele middagen converseren over Het Zien Van Een Onderwerp. Je Ziet het, of je Ziet het niet, zei ik dan. En vervolgens kwam hij dan met het voorbeeld van de verslaggever die tegen zijn eigen zin in toch het proces tegen een oorlogsmisdadiger bijwoonde, en vervolgens niets en niemand de moeite waard achtte om op te schrijven. Thuisgekomen werd hij op het matje geroepen door De Grijze Hoofdredacteur en wat bleek? Die verslaggever had al die weken naar de verdachte gekeken, terwijl hij juist achterom had moeten kijken, naar de slachtoffers op de publieke tribune, want daar zat het verhaal in. Mooi voorbeeld, he', zei De Dikke Man, en hij lachte vergenoegd. 'Jaja', zei De Jonge Psychoanalyticus, 'ik begrijp dat je een heel goede band had met die Grijze Hoofdredacteur van jou.'

'Hele middagen zaten we daar, tussen zijn boeken, in dat grote werkvertrek. Ik houd uberhaupt van hoofdredacteuren', zei De Dikke Man. 'En toch mis ik je interviews', zei De Jonge Psychoanalyticus koppig. 'Wat wil je daar nou mee zeggen?' vroeg De Dikke Man, een beetje nijdig nu. 'Ik weet het niet', zei De Jonge Psychoanalyticus.

Ze dronken van het nieuwe bier. 'Ik hield het niet vol', zei De Dikke Man. 'Waarom niet?' vroeg De Jonge Psychoanalyticus. 'Ik werd ziek', zei De Dikke Man. 'Lichamelijk ziek.'

'Ja maar afgezien daarvan?' 'Ik ' De Dikke Man zweeg, dronk zijn glas snel leeg, en zei voorts: 'Ik was leeg. Ik stopte zoveel van mezelf in die vraaggesprekken.'

'Maar wat voor soort gesprekken waren dat nu eigenlijk, die aan die prachtige interviews ten grondslag lagen? Afgezien dan van de genadige omstandigheid dat je het onderwerp Zag', zei De Jonge Psychoanalyticus met scherpe stem. 'Dit heeft niemand mij nog ooit gevraagd', zei De Dikke Man, 'en ik begrijp precies wat je bedoelt.' Ik wil roken, dacht hij; mijn god, waar haal ik zo gauw een sigaret vandaan? Hij ademde zwaar, en voelde zijn borst drukken, tegen vage pijn aan. 'Echt vertrouwelijk konden die gesprekken nooit zijn', zei hij, terwijl zijn tong zwaar aanvoelde. 'Maar zonder enige intimiteit, van beide kanten, gaat het niet. En er was altijd ook sprake van een zeker wantrouwen. De een wil zijn woorden in de krant, de ander moet die erin zetten. Vervolgens worden beide partijen constant in bedwang gehouden door een zekere terughoudendheid; ook dit in het belang van de Publikatie.'

'Een naar soort gesprek, lijkt me', zei De Jonge Psychoanalyticus. 'Er is onder die omstandigheid eigenlijk helemaal geen sprake van wat voor soort gesprek dan ook', zei De Dikke Man, 'laat staan van enigerlei werkelijk of wezenlijk contact.'

'Jammer', zei De Jonge Psychoanalyticus. 'Maar jij hebt wel van die interviews genoten!' riep De Dikke Man getergd uit. 'Inderdaad', zei De Jonge Psychoanalyticus, en grijnsde.

D e Dikke Man stond op, reik te De Jonge Psychoanalyticus de hand, en liep de Ring Boulevard verder af.

Ik moet overdag niet meer drinken, dacht hij, en hij vloekte binnensmonds. Vervolgens meende hij achter zich iets te horen vallen, hield stil en inspecteerde het plaveisel. Hem passeerde een oudere, tengere vrouw, uit wier kwiek gedragen rugzakje een stok stak, waaromheen een groene plant met witte bloesem. Terwijl zij langs hem liep, keek ook zij naar de grond. Daar was niets te zien. De vrouw liep veerkrachtig verder, en ook De Dikke Man zette de pas er weer in.

Wat voor plant is dat? vroeg hij zich af, en meteen wist hij spijt te zullen krijgen wanneer hij dat nu niet zou vragen.

Op een sukkeldrafje ging hij de vrouw achterna. 'Mevrouw, wat voor plant is dat in uw rugzakje?' 'Dat is een clematis', zei de vrouw. 'Misschien wilt u er even aan ruiken.'

'Dat hoeft niet', zei De Dikke Man. 'O, alstublieft', zei de vrouw, 'ik kan namelijk niet ruiken.'

Zij draaide het rugzakje naar De Dikke Man toe, die braaf aan de bloemen begon te ruiken. 'Ik ruik ook niks', zei hij. 'De bijen hopelijk wel', zei de vrouw, en liep snel door.

Clematis, clematisclemente clematisciteerde De Dikke Man een anonieme dichter uit zijn jeugd.(wordt vervolgd)

    • Ischa Meijer