ALEXANDRE KOJEVE; Filosoof over het einde van degeschiedenis

In zijn inmiddels door elke zichzelf respecterende intellectueel besproken artikel Het einde van de geschiedenis, sluit Francis Fukuyama aan bij de Hegel-interpretatie van Alexandre Kojeve, een van oorsprong Russisch filosoof die in de jaren dertig in Parijs colleges gaf over Hegel. Ondanks het feit dat deze Kojeve een hele generatie van Franse denkers heeft beinvloed - de latere existentialist Maurice Merleau-Ponty, de psycho-analyticus Jacques Lacan, de schrijver Raymond Queneau en de filosofen Georges Bataille en Eric Weil behoorden tot zijn studenten - is hij ook binnen filosofiekringen nog steeds een grote onbekende. Dit heeft te maken met het feit dat Kojeve slechts gedurende zes jaar, van 1933 tot en met 1939, heeft gedoceerd. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij ambtenaar bij de Europese gemeenschap en hield hij zich minder bezig met filosofie. Kojeve heeft dus nooit een zo opvallende en modieuze rol in de Franse filosofie gespeeld als bijvoorbeeld Jean-Paul Sartre.

Door het artikel van Fukuyama is Kojeve wellicht pas voor het eerst onder de aandacht van een grote groep van intellectuelen gebracht. Op Fukuyama's interpretatie van Kojeve valt echter van alles aan te merken. In de zojuist verschenen biografie over Kojeve van de Fransman Dominique Auffret Alexandre Kojeve, la philosophie, l'Etat, la fin de l'Histoire wordt een op veel punten geheel andere Kojeve geschetst. Alexandre Vladimirovith Kojeve (oorspronkelijk Kojevnikov) wordt op 11 mei 1902 geboren in een zeer welgestelde Moskouse familie. De schilder Vladimir Kandinski is zijn oom. Op driejarige leeftijd verliest Kojeve zijn vader, die als officier in de Japans-Russische oorlog van 1905 sneuvelt. Kojeve krijgt een opleiding op een van de beste lycea van Rusland, het Medvednikovlyceum. Hij leert er vloeiend Engels, Frans en Duits spreken.

ROOFOVERVALIn het najaar van 1917 wordt zijn opleiding ruw onderbroken door de Bolsjewistische revolutie. Bezittingen van de familie Kojeve worden geconfiskeerd en Kojeve's stiefvader - zijn moeder was intussen hertrouwd - verliest het leven bij een roofoverval. Gedreven door de honger probeert de zestienjarige Kojeve zaken te doen op de zwarte markt. Hij wordt gearresteerd; in de gevangenis moet hij lijdzaam toezien hoe zijn kameraden wel worden gefusilleerd. Via bewakers en medegevangenen komt Kojeve in aanraking met het communistische ideeengoed en wordt hij volgens biograaf Auffret ' communist onder omstandigheden die normaliter hem juist hier vanaf hadden moeten houden'. Kojeve niet: hij huldigt het standpunt dat een doctrine die in staat is de loop van de geschiedenis zo te wijzigen, het wel bij het juiste eind moet hebben. Korte tijd verblijft Kojeve in de gevangenis. Als blijkt dat hij zich vanwege zijn afkomst niet mag inschrijven aan de universiteit, besluit Kojeve om in het buitenland te gaan studeren. Samen met een vriend vlucht hij in 1920 naar Duitsland.

Kojeve verblijft er zes jaar en studeert filosofie, Chinees, Sanskriet en Tibetaans aan de universiteiten van Berlijn en Heidelberg. In 1926 behaalt hij zijn doctoraal in de filosofie. Een jaar later vestigt hij zich in Parijs, waar hij begint aan een proefschrift over de Russische denker Soloviev, een filosoof in de traditie van de Russisch-orthodoxe kerk.

In zijn proefschrift bekritiseert hij Soloviev omdat deze in zijn filosofisch systeem van het absolute weten geen plaats inbouwt voor de mens. Kojeve bepleit juist een 'antropologische' versie van het absolute weten waarin de mens en niet langer God een centrale rol speelt. De filosofie van Hegel past wat dit betreft uitstekend bij de opvattingen van Kojeve. Maar hij heeft Hegel niet alleen op dit vlak nodig. De voornaamste reden voor Kojeves interesse in Hegel heeft te maken met diens idee van het einde van de geschiedenis. Kojeve ziet ook in het verhaal 'De grootinquisiteur' uit De gebroeders Karamazov van Dostojevski een voorspelling van het einde van de geschiedenis. De afwijzing van de herboren Christus door de grootinquisiteur interpreteert Kojeve als een afwijzing van de Russisch-orthodoxe kerk en de verwelkoming van een nieuwe, seculiere maatschappij. Voor Kojeve is Dostojevski's verhaal de profetie van de Russische revolutie. En bij Hegel vindt hij het filosofisch fundament voor de theorie van het einde van de geschiedenis.

DUITSERSOp het moment dat Kojeve met zijn colleges begint, bestaat er in Frankrijk een grote belangstelling voor de Duitse filosofie. Een kleine anderhalve eeuw Duitse filosofiegeschiedenis is als het ware aan Frankrijk voorbijgegaan en tussen de wereldoorlogen probeert men, als de Franse filosofie op een dood spoor is uitgelopen, de achterstand in te halen. Georges Bataille introduceert Nietzsche in Frankrijk. Raymond Aron, Jean-Paul Sartre en Immanuel Levinas vertrekken naar Duitsland om er colleges van Husserl en Heidegger bij te wonen. Marx en Freud worden vertaald en Kojeve zorgt voor de Hegelperceptie in Frankrijk.

In zijn colleges behandelt hij Hegels hoofdwerk, de Phanomenologie des Geistes. Hij beschouwt dit boek als een filosofische- antropologisch werk, als een boek dat gaat over de mens en vooral over de mens in relatie met zijn kennis van zichzelf, de wereld en de loop van de geschiedenis. Bij Hegel vallen in de Phanomenologie des Geistes drie zaken samen: het absolute weten, het einde van de geschiedenis en de komst van een universele en homogene staat. Op het moment dat de mens het absolute weten over zichzelf en de wereld bereikt heeft, ontstaat er tegelijkertijd een universele en homogene staat waar problemen tussen de mensen niet meer voorkomen en de eeuwige strijd tussen wat Hegel meester en slaaf (bij Marx burger en arbeider) tot het verleden behoort. Volgens Kojeve zag Hegel Napoleon Bonaparte als de personificatie van de laatste fase van de geschiedenis. Hegel beschouwde Napoleon als symbool voor de kennis van de Verlichting, de verworvenheden van de Franse revolutie, zoals burgerrechten en de afrekening met de oude regimes. Napoleon was volgens Hegel bij machte na de verovering van Europa de universele en homogene staat af te kondigen. Ook al wordt de naam van Napoleon nergens in de Phanomenologie des Geistes genoemd, toch is volgens Kojeve deze krijgsman de sleutel tot Hegels magnum opus. ' Napoleon begrijpen betekent Napoleon in de grond van de algehele voorafgaande historische ontwikkeling begrijpen, dat wil zeggen van de totale wereldgeschiedenis, ' poneert Kojeve in zijn in 1947 uitgegeven boek Introduction a la lecture de Hegel.

Maar Hegel heeft zich vergist, aldus Kojeve. Napoleon kende zijn Waterloo en heeft niet de verwachtingen waar gemaakt die Hegel in 1806 van hem had. Ook het feit dat er een Russische olutie heeft moeten plaatsvinden, maakt Hegels vergissing duidelijk. Hegel verdient dus een aanpassing en een herinterpretatie. Volgens Kojeve moet Stalin worden beschouwd als de belichaming van het einde van de geschiedenis en is de Franse Revolutie slechts te zien als een voorloper van de Russische. Want pas met de Russische revolutie is het christendom volgens Dostojevski's profetie definitief overwonnen. In een interview uit 1968 zegt Kojeve over zijn opvattingen uit de jaren dertig: ' Het einde van de geschiedenis was niet Napoleon, dat was Stalin en het was aan mij om dit te verkondigen, met dit verschil dat ik niet [zoals Hegel wel Napoleon/rd] de kans had Stalin langs mijn huis te zien marcheren'. Ondanks de taak die Kojeve Stalin heeft toebedeeld, is er van bewondering voor de Russische partijleider niet echt sprake, integendeel zelfs. Kojeve weet donders goed hoe het er aan toegaat in het Rusland van Stalin. In tegenstelling tot de Franse communisten, verzwijgt of ontkent Kojeve niet wat Stalin bijvoorbeeld met de kulakken uitvoert. Kojeve beschouwt de resolute aanpak van Stalin echter als onvermijdelijk om het land binnen een zo kort mogelijke tijd van een feodale tot een moderne staat om te vormen. Hij zei hierover in 1968: ' Ik wist dat de stichting van het communisme dertig vreselijk jaren zouden betekenen.'

Met Stalin dient zich weliswaar het einde van de geschiedenis aan, maar Stalin moet dan wel eerst slagen. Kojeve sluit zich in deze helemaal aan bij de beroemde these van Marx dat het er niet op aan komt de wereld te verklaren, maar haar te veranderen. En hiermee gaat Kojeve net als Marx een essentiele stap verder dan Hegel.

BEZINNINGTijdens de Tweede Wereldoorlog speelt Kojeve een bescheiden rol in het verzet. De oorlog betekent voor hem tevens een periode van rust en bezinning. Hij onderzoekt zijn stellingen van voor de oorlog en komt tot de conclusie dat zijn hele verhaal over Stalin niet correct is. ' Erna [na het stopzetten van zijn colleges omdat hij in dienst moest/rd] kwam de oorlog en begreep ik het. Nee, Hegel had zich niet vergist, hij had de datum van het einde van de geschiedenis juist aangegeven: 1806. Wat is er sinds die datum gebeurd. Niets, helemaal niets. Alleen het op een lijn plaatsen van provincies', zou Kojeve later zeggen. Met dat laatste bedoelde hij dat er sinds 1806 weliswaar in allerlei landen revoluties en omwentelingen hadden plaatsgevonden, maar dat die uitsluitend nodig waren om deze landen op het niveau te brengen van de al geliberaliseerde staten. Dat was ook de functie van de Russische revolutie, en dus niet het vervullen van een voortrekkersrol in de wereldgeschiedenis. Ook over de Chinese revolutie is Kojeve deze mening toegedaan. Hij beweert in 1968 dat de die revolutie niets anders dan de introductie van de 'Code Napoleon' in China. Deze ommezwaai in zijn opvattingen betekent echter niet dat Kojeve zijn marxisme afzweert. In tegenstelling tot wat Fukuyama in zijn artikel beweert, beschouwt Kojeve de revoluties in Oost-Europa als noodzakelijk. Zeventig jaar communisme in de Sovjet-Unie zijn geen vergissing geweest, maar een noodzakelijke tussenfase naar een liberale economie. Zelf besluit hij ook een actieve bijdrage te leveren aan de komst van de universele en liberale staat. Hij wordt geen revolutionair - Frankrijk kent immers al een liberale economie - maar probeert dit systeem verder te helpen en wordt ambtenaar. De eerste jaren van zijn loopbaan voert hij besprekingen over de toepassing van het Marshall-plan in Frankrijk. Later zou hij vaste onderhandelaar bij de EG worden.

Als voorwaarde voor de universele en homogene staat ziet de Kojeve van na de oorlog een goed lopende economie waarbinnen aan de consumentiebehoeften van de mensen wordt voldaan. In Amerika is men er in geslaagd om de massa's te laten profiteren van de rijkdom. Dit betekent volgens Kojeve dat het marxisme beter in een kapitalistisch systeem dan in bijvoorbeeld de Sovjet-unie kan worden verwezenlijkt. Marx had immers ook het ideaal de massa's te laten profiteren van de welvaart. Ironiserend heeft Kojeve de Amerikaanse autofabrikant Ford wel eens de grootste marxist op aarde genoemd vanwege zijn streven om elke Amerikaan zijn eigen auto te laten bezitten. Dominique Auffret noemt Kojeve in deze een 'rechtse marxist'. Ondanks de bewondering voor het economische systeem van de Verenigde Staten bezat Kojeve een grondige afkeer van de 'American way of life' en vreesde hij een volledige veramerikanisering van Europa. Kojeve geloofde niet dat de consumptiemaatschappij op de lange duur bevrediging zou brengen omdat zaken als cultuur, kunst en liefde ontbraken. Als tegenhanger van dit puur bevredigen van animale behoeften beschouwde hij de Europese cultuur en haar kunsttradities van met name de Zuid-europese landen. Om de veramerikanisering van Europa tegen te gaan, pleitte Kojeve voor een zo onafhankelijk mogelijke koers van Europa. Frankrijk had in deze een voortrekkersrol te vervullen. De zeer anti-Amerikaanse politiek van Charles de Gaulle steunde Kojeve dan ook van harte.

WIJZENTot aan zijn dood heeft Kojeve zich verdiept in de filosofische aspecten van zijn theorie. Met een zekere regelmaat schreef hij artikelen en gaf hij lezingen over zijn favoriete onderwerpen zoals Hegel, Marx, religie en het einde van de geschiedenis. De opmerking van Fukuyama dat Kojeve geheel in overeenstemming met zijn ideeen de filosofie aan de kant zette, klopt niet. Wel heeft Fukuyama gelijk als hij schrijft dat voor Kojeve het filosofische discours ten einde was gekomen en dat er na Hegel geen nieuwe bijdragen van belang meer zijn geleverd. Met Hegel liep er volgens Kojeve een tijdperk ten einde dat op intellectueel gebied werd gedomineerd door filosofen. Tegelijkertijd begon er met Hegel een tijdperk waarin nog slechts 'wijzen' zouden optreden. Hegel was volgens Kojeve niet alleen de laatste filosoof maar ook de eerste wijze. Volgens Auffret, die hem in zijn uitstekende biografie portretteert als een geniaal, erudiet denker met een enorm gevoel voor humor, verdient ook Kojeve zelf in alle opzichten het predikaat van wijze.

    • La Philosophie
    • Roeland Dobbelaeralexandre Kojeve
    • La Fin de L'Histoiredoor Dominique Auffret455 Blz
    • Grasset 1990