Wat wij zien en horen

Wij zijn twee jongens van negen jaar. We zijn broertjes, dus een tweeling, dat is nogal logisch. Meestal schrijven kinderen van die verzonnen verhaaltjes over dieren. Bijvoorbeeld over een vleermuis die met zijn duimpje in zijn bek voor zijn grot staat in het zomerzonnetje. Als er dan een reiziger langskomt die zegt dat het zulk benauwd weer is, stoot het beestje alleen maar rare klanken uit. 'Wilumeduumuutmemotekke.'

Maar op den duur verstaat de reiziger hem toch. 'Wilt u mijn duim uit mijn mond trekken.'

De reiziger trekt en trekt totdat het roodgezogen duimpje uit het roze bekje vliegt als een kurk uit een fles en zo klinkt het ook. 'Bedankt, vriend, ' zegt de vleermuis. 'Graag gedaan!' 'Wilt u soms een kopje thee?' Als ze in de grot thee zitten te drinken, vraagt de reiziger of er geen koekje bij is. Als hij een koggetje krijgt bekijkt hij het argwanend en dan lust hij het niet omdat eraan gelikt is. Het is nat en slijmerig.

Of ze schrijven over een aangereden egel die door twee jongens aan de kant van de weg wordt gevonden en die ze mee naar huis nemen om te verzorgen. Maar als hun ouders merken dat ze zo'n borstelig beest dat ook nog onder de vlooien en teken zit tussen zich in bed vertroetelen, pakken ze het stekelige vriendje op en zetten het hardhandig buiten de deur. Stiekem sluipen de jongens het huis uit en trekken, met het egeltje tussen zich in, de wijde wereld in. Ze leren het diertje allerlei kunstjes, noemen de egel en zichzelf Stekel en de Stekeltjes en gaan ermee optreden op kermissen en in theaters. Ze worden natuurlijk erg beroemd en hun foto verschijnt in de krant met het egeltje tussen hen in. Als hun ouders dat zien schrijven ze een slijmerige brief aan hun jongens dat ze weer met hun egeltje mogen thuiskomen en dat hun vader eraan denkt om hun manager te worden. Dat hij een BV-tje op wil richten, BV Stekel en de Stekeltjes. Zo spoedig mogelijk wil hij met het succesvolle drietal naar de Kamer van Koophandel. Maar de jongens schrijven terug dat ze nog altijd met het egeltje tussen zich in slapen en dat het nog steeds barst van de vlooien en teken tussen de pennetjes en dat het gewoon in bed mag poepen en piesen, want ondanks al zijn wonderlijke trucs hebben ze hem dat nooit af kunnen leren, zodat ze van samenwerking afzien, omdat het hun ouders toch alleen maar om het geld te doen is.

Zulk soort verhalen schrijven ze dan. Maar dat willen wij niet, want dan konden we op een vrije middag de hele krant wel volschrijven. Nee, we willen gewoon wat er om ons heen gebeurt, op school, thuis of in de bossen om ons huis, wat we zien en horen, opschrijven. Dat Jan-Kees vorige week tegen ons op het schoolplein zei: 'Ik wil later homo met jullie worden. Maar zonder neuken.'

En dat onze ouders erg moesten lachen toen we ze dat vertelden. En dat onze papa een keer riep, toen hij aan het werk was en wij nogal lawaaierig bezig waren: 'Als jullie niet wat rustiger zijn schilder ik jullie bruin en stuur je naar de Tamils!' En op een keer stormden we de kamer binnen en toen stond onze papa in een bierglas te pissen. Zomaar voor de televisie op klaarlichte dag. Ze waren naar het voetbal aan het kijken en het was zo spannend dat hij niet naar de wc wilde lopen. Hij stond zo'n beetje met zijn hand ervoor maar we zagen het toch. Om onze aandacht af te leiden zei hij toen: 'Kijk nou eens, moet je dat toch zien! Rijkaard spuugt een scheiding in het kapsel van Voller.'

Maar hij moest zoveel dat het glas bijna overliep en toen riep hij tegen onze mama: 'Gauw, drink je glas leeg!' Dus als je ooit bij ons komt, nooit limonade drinken uit een glas met een gouden randje. Ze zijn natuurlijk wel heel goed omgewassen, maar je blijft er toch aan denken.(wordt vervolgd)

    • Bob En Jan Wolkers