Waar zijn de narren?

Een weekbladenrubriek bestaat alleen nog in de Volkskrant. Er is een tijd geweest dat alle kranten meldden wat voor nieuws de weekbladen brachten maar die is geleidelijk overgegaan in de periode die, minder nadrukkelijk, door het omgekeerde wordt gekenmerkt. De rubriek in de Volkskrant lees ik nog altijd, zij het anders dan vroeger. Wat Sietze van der Hoek schrijft is langzamerhand in plaats van de weekbladen gekomen, het heeft zich ontwikkeld van recensie-met-aanwijzingen tot een kritische bloemlezing die maakte dat ik de rest meestal wel geloofde.

Deze week is het anders. Het laatste nummer van de HP is verschenen en het hele Vrij Nederland kan weer met een hand worden vastgehouden. Allebei zijn het prachtnummers die geen verzamelaar zich mag laten ontgaan. Dat ik Vrij Nederland nu oversla, ligt niet aan het hoge niveau van de journalistiek in dit opinieblad maar omdat ik, de Haagse Post lezend, vaak hard heb moeten lachen; en wat je ook bij de lectuur van de weekbladen de laatste tijd was overkomen, dat niet. Het komt misschien wel door de dierbaarheid van dit laatste nummer; doordat ik de meesten over wie hier wordt geschreven zowel als de auteurs goed ken. Maar ik denk dat er, ook afgezien van deze dierbaarheid veel in staat dat nog een generatie, misschien twee legendarisch zal blijven.

Een prachtige bijdrage, naar deze maatstaf, is die van A. J. Heerma van Voss. 'De journalistiek', schrijft hij, na een reeks zeer herkenbare signalementen van zijn collega's te hebben gegeven, 'kreeg ik inmiddels in snel tempo onder de knie; ik koos de juiste positie bij de juiste hangijzers voor Weinreb, voor soft drugs, Damrellen en abortus, en tegen beknotting in het algemeen.' Waarom is Arend Jan opgehouden met schrijven? Lees in dit nummer trouwens ook het alleszins verhelderend artikel van Jan Cremer. Betty van Garrel herinnert zich mr. G. B. J. Hiltermann: 'Een keer heb ik hem 's avonds opgebeld omdat er brand was uitgebroken. 'Meneer Hiltermann, er komt rook uit de zetterij. De HP zal morgen niet verschijnen. Ik meld het maar even.' 'Is mijn artikel al gezet?' klonk het vervolgens.' Meneer Hiltermann, er komt rook uit de zetterij. Ik geloof dat er in onze taal weinig zinnen met een vergelijkbare geladenheid zijn.

Het verschijnen van deze HP kwam me goed van pas. Naarmate ik langer zonder onderbreking in Nederland ben, word ik iedere dag harder getroffen door de sombere gewichtigheid, de belangrijke wartaal en wat er verder aan zeden en gewoonten is gegroeid. Het journaal van de televisie maakt de indruk dat het door iemand met satirische bedoelingen in elkaar is gezet; politieke verslagen laten zich lezen als het Amusantje. Maar het is allemaal van A tot Z ernstig gemeend. De treinen rijden hier op tijd, maar verder zijn we op weg om met de bedoelingen van het volstrekte tegendeel een absurdistisch land te worden.

Alles verdwijnt, zoals ons deze week weer eens wordt ingepeperd. Steeds vaker schrijven we zinnen die beginnen met Vroeger; en dan weten we van onszelf alweer hoe laat het is. De bijdrage van John Jansen van Galen aan deze HP eindigt met een gedicht van Gerrit Achterberg: 'Gij kunt mijn naam doen schrappen uit de burgerlijke stand.' Maar ik kan het niet laten: vroeger waren er ook auteurs van jonger dan vijftig die boze, kwaadaardige stukjes of zelfs boeken schreven waarom te lachen viel. Vroeger waren er 'satirische programma's' op de televisie, Zo is het toevallig ook nog eens een keer, daarna Hadimassa en het vorig jaar nog Keek op de week waarin je zag wat je de rest van de week ook kon zien maar dan met al die belachelijke pretenties die we voor het normale moeten houden.

Vrijwel alles wat boosaardige bedoelingen heeft is verdwenen, mysterieus 'ergens anders heen'. De kletsika van de dag wordt alleen nog scherp bijgehouden door Jan Blokker. De gemeente Amstelveen vroeg 'een beslisser'. Iedere dag leer je dat het nog gewichtiger en warriger kan. 'Overproduktie van beleid.' Het zal niemand hinderen zolang iedereen de juiste positie bij de juiste hangijzers weet te kiezen en op zijn tijd een ludiek gezicht kan trekken.

Ik wil geen misverstanden wekken: dit is geen jammerklacht. Ik verbaas me er alleen over dat zoveel lachwekkends al zo lang zo ongebruikt blijft liggen.

    • H. J. A. Hofland