Verliefd op de kwetsbaren; Marha Nussbaum houdt eerste Pierre Bayle-lezing

Wie jaagt op geluk zal het in zijn eentje niet vinden. Hij moet het zoeken bij anderen. Dat loopt vaak slecht af maar daarom niet getreurd, aldus de Amerikaanse schrijfster Martha Nussbaum, het onheil maakt ons juist tot mensen. Nussbaum houdt op 14 september de eerste Pierre Bayle-lezing in Rotterdam. Kester Freriks las het boek over Plato en Aristoteles waarmee de schrijfster enkele jaren geleden beroemd werd: 'The fragility of goodness'. Het menselijk geluk is broos. Het verlangen van de mens naar het goede, naar de excellentie van het leven, is fragiel. Was de mens een god dan zou hij de drang naar de staat van geluk niet kennen. Maar de mens is geen god. Hij is in zijn hang naar het geluk afhankelijk van voor- en tegenspoed. Die afhankelijkheid maakt dat de mens kan liefhebben, van schoonheid houdt, haakt naar wetenschap en kunst en het gezelschap van vrienden op prijs stelt.

De Amerikaanse auteur Martha C. Nussbaum opent haar in 1986 gepubliceerde vertoog over geluk en ethiek in de Griekse tragedie en wijsbegeerte met een citaat van de dichter Pindaros uit een van zijn oden. Hij schrijft: 'En menselijk excelleren gedijt als een wijnrank, gevoed door frisse dauw, te midden van wijze en rechtvaardige mensen opgroeiend naar de vochtige lucht. Wij hebben velerlei verwachtingen van hen die we liefhebben: het meest van al in tijd van ontberingen, maar ook vreugde weet de ogen van hen die we vertrouwen op zich gevestigd.' Martha C. Nussbaum (1947) die aan de Brown University in Providence, Rhode Island, wijsbegeerte, klassieke taal- en letterkunde en vergelijkende literatuurwetenschap doceert, gaf haar indrukwekkende boekwerk de titel The fragility of goodness. Luck and ethics in Greek tragedy and philosophy.

De metafoor van Pindaros' wijnrank doortrekt het hele boek. Zoals de wijnstok dank zij gunstige omstandigheden tot bloei komt en vrucht zal dragen, zo komt de mens tot ontplooiing omringd door natuurlijke en maatschappelijke omstandigheden, de mens is een wezen dat banden met anderen aangaat om besef van eigenwaarde te vinden. Ze schrijft: 'Onze onderworpenheid aan het lot en ons gevoel van waarden herinneren er ons beide aan wat er buiten ons om bestaat: onze onderworpenheid aan het lot omdat we tegenslag onder ogen moeten zien en afhankelijk kunnen zijn van wat anderen ons schenken; ons gevoel van waarden omdat zelfs wanneer we de hulp van vrienden en beminden niet nodig hebben, liefde en vriendschap desalniettemin van betekenis blijven vanwege hun zelfstandige betekenis.' Wat we van buitenaf aan invloeden ondergaan bestendigt de menselijke waarde en draagt bij tot de excellentie van ons bestaan. Als een zwart tegenbeeld schetst Martha Nussbaum de wereld zoals die zou zijn zonder fortuinlijke omstandigheden als frisse dauw of vochtige lucht; dat is de wereld die verrot is door leugen en afgunst. Nussbaum herhaalt in de trant van Pindaros: de mens leeft voortdurend in verlangen en ontwikkelt zich aldus. Hoewel Nussbaum toegeeft dat over veel menselijke aspiraties niets anders gezegd kan worden dan dat ze wortelen in oncontroleerbare diepten van de ziel, in modder, dat de mens hulpeloos vereenzaamd staat in de regen, is het tegelijkertijd waar dat er iets in ons heerst dat puur is en goddelijk. Deze hoopgevende gedachte is de preoccupatie van de oude Grieken voor het goede van de menselijke situatie. Zowel dichters als filosofen wilden zodanige gunstige omstandigheden scheppen voor het menselijk leven dat het vrij zou zijn van invloeden van buitenaf door het leven verstandelijk te sturen.

Toch kan de mens zich uiteindelijk niet onthechten van de wereld om hem heen; dat maakt hem kwetsbaar en het is deze kwetsbaarheid die goden in de klassieke mythologie verliefd deed raken op de mens. Zeus bij voorbeeld bezocht Leda in de gedaante van een zwaan. En de maangodin Selene sust haar Endymion in slaap om hem 'snachts met haar ogen te kunnen strelen.

Twee krachten

In het Griekse denken, zo zet Nussbaum uiteen, vormen angst voor menselijke passiviteit en de drang naar rationele beheersing van het leven twee krachten die elkaar onophoudelijk beinvloeden. Uiteindelijk is dit een ethische vraag: Hoe ver kan de mens gaan in zijn jacht om van zijn leven het best denkbare leven te maken? Plato komt in The fragility of goodness tegenover Aristoteles te staan. Plato wil op heroische wijze de mens bevrijden van zijn broosheid in een radicaal en krachtig pleidooi voor de mens die net zo ongenaakbaar voor rampspoed is als een god. Hij doet een beroep op het allerhoogste bezit van de mens: zijn intellect. Aristoteles kent aan het gevoel een grotere betekenis toe. Voor hem ligt het einddoel in het in overeenstemming brengen van de ziel met de deugd. En de deugd ligt altijd tussen twee ondeugden in. Dapperheid bij voorbeeld houdt het midden tussen roekeloosheid (overmaat aan dapperheid) en lafheid (tekort aan dapperheid). De mens bij Aristoteles, een wezen dat streeft naar gemeenschap, zoekt als einddoel van al zijn verlangens de eudaimonia, door Nussbaum niet kortweg vertaald met 'geluk' maar als 'levend het goede leven' of zelfs 'menselijk floreren'. Telkens vinden we bij Aristoteles tegenstellingen waartussen de mens moet kiezen met behulp van zijn energeia. Tegenover ambitie staat nonchalance, tegenover loyaliteit individualisme. De mens is, net als een acteur, een wezen dat door de situatie waarin hij terecht komt tot handelen wordt gedreven. Doet hij dat niet, verzuimt hij zijn energeia, dan zal hij als een schaduw worden van zichzelf.

Aristoteles staat dichter bij het theater dan Plato. De laatste bant emoties uit zijn filosofische systeem. Bij Plato vindt de ziel alleen zuiverheid als ze vrij is van emoties en begeerte, die maar troublerende factoren zijn die het intellect dwarsbomen. Aristoteles staat gevoelens toe. Zijn reikwijdte is groter, concludeert Nussbaum.

Theater en literatuur spelen een overheersende rol in het denken van Martha Nussbaum. De inzet van haar boek heeft al iets theatraals. In het openingshoofdstuk 'Luck and Ethics' geeft ze een lijst van tegenstellingen die veel weg heeft van de dramatis personae in een drama. Net als een toneelschrijver redeneert ze in opposities. Tegenover Plato's opvatting dat de handelende persoon mannelijk is, een jager, iemand die uitsluitend actief is, in het bezit van een harde, ondoordringbare ziel, geen invloeden van buiten in zijn bestaan toelaat om zich te wapenen tegen broosheid, het intellect beschouwt als zuiver zonlicht en het leven van een eenling leidt, staan een hele rits contrasten die aansluiten bij de visie van Aristoteles. De handelende persoon (lees: acteur) is als een plant, vrouwelijk, zowel actief als passief, laat zich beinvloeden door uiterlijke omstandigheden, beschouwt het intellect als stromend water dat geeft maar dat ook ontvangen wordt en leeft in gezelschap van anderen. Plato ziet tal van gevaren in het gedrag en het karakter van de laatste handelende persoon en beroept zich op een levenshouding geleid door kracht van het intellect. Aristoteles bekritiseert die visie, ervan overtuigd dat de mens de weg naar het geluk aflegt als een wezen dat het midden houdt tussen een god en een beest.

Antigone

Tragedie nu, stelt Nussbaum, verenigt de stellingen van Plato en Aristoteles in zich. De grote kracht van tragedies, en vooral die van Sophocles, schuilt in de uitbeelding van de kloof tussen ons besef van het goede en het goede leven dat we najagen.

Het is de ethische strijd tussen enerzijds ons karakter en onze aspiraties en anderzijds de wijze waarop we ons leven zouden willen inrichten. Martha Nussbaums analyse van de tragedie behoort tot de indrukwekkendste bladzijden van het boek, zeker als ze de poetica van Aristoteles koppelt aan de tragische helden in het drama. Zij zijn van nature karakters die het goede nastreven maar daarin weerstreefd worden door het lot. Een toneelpersonage is goddelijk noch onkwetsbaar. Het is een speelbal, beheerst door noodlottige omstandigheden. Uitvoerig gaat Nussbaum in op het dilemma van Antigone in de gelijknamige tragedie. Tegen het verbod van Creon, de heerser over Thebe in, begraaft Antigone haar gesneuvelde broer Polynices. In Creons ogen is hij namelijk een verrader die tegen de stad Thebe ten strijde was getrokken. Creon doet een beroep op Antigone's politieke loyaliteit, maar in haar ogen getuigt het van barbarij om een dode niet te begraven. Het brandpunt van het tragische conflict ligt in Antigone; de oorzaken van het conflict zijn toe te schrijven aan de wereld om haar heen. Zo beschouwd is de heldin een voorbeeld van Aristoteles' interpretatie van het drama: de mens van nature gestemd tot het goede wordt getroffen door onheil omdat hij of zij in een situatie verzeild raakt waaruit geen uitweg mogelijk is. Antigone kiest voor haar broer, wordt betrapt bij het delven van zijn graf waarna Creon haar opsluit in een grafkamer. Daar verhangt ze zich. Door Antigone's verlangen naar het goede roept ze tegelijk onheil over haarzelf af; haar bestaan is broos, haar leven weerloos, haar handelen is doortrokken van emoties.

Onkwetsbare mensen bestaan niet, concludeert Martha Nussbaum haar vertoog over emoties in de klassieke tragedie. En als ze al zouden bestaan, dan zijn ze niet per se goed. De broosheid van de mens is zijn of haar schoonheid.

De titel van Nussbaums lezing in Rotterdam luidt Political animals: Aristotle on nature and human activity. Die titel zegt iets over haar opvattingen: het leven van de mens staat niet los van wat er in de wereld gebeurt en dat is onze kwetsbaarheid. Bovendien kunnen de doelen die we najagen onverenigbaar zijn, omdat het ethisch goede niet altijd samenvalt met onze droom van ons ideale leven. Dat is ons dilemma. Omdat de mens niet vrij is van emoties en omdat het intellect uiteindelijk niet gevrijwaard kan blijven van onze begeerten, wensen en verlangens zijn we, zoals Martha Nussbaum haar boek met een beeld besluit, een groep zeilers op de onveilige zee, waar schaduwen overheen vallen.

Martha C. Nussbaum: The fragility of goodness. Luck and ethics in Greek tragedy and philosophy. Cambridge University Press, 544 blz. Prijs fl.62,55. De Pierre Bayle-lezing vindt plaats in de Laurenskerk, Grotekerkplein 15, Rotterdam. Aanvang 20.30. Plaatsbewijzen: A. van Dijk, Rotterdamse Kunststichting 010-4141666. Binnenkort verschijnt van Martha Nussbaum 'Love's Knowledge', een verzameling essays over literatuur en filosofie. Verder bereidt ze een vertaling plus commentaar voor van Plato's dialoog over de liefde Phaedrus.

    • Kester Freriks