Utopia voor pinguins; Gesprek met architect Berthold Lubeetkin

In Eindhoven begint volgende week woensdag een internationale conferentie over de restauratie van de vaak kwetsbare gebouwen van het Nieuwe Bouwen. De Rus Berthold Lubetkin, architect van deze stroming uit de jaren twintig en dertig, werd in Engeland onder meer beroemd door zijn pinguinverblijf voor de Londense Zoo. Hij is nu negentig jaar oud. 'Het verschil tussen het bouwen voor mensen en voor dieren is dat dieren niet klagen.'

Ooit bewoonde Berthold Lubetkin het riante penthouse van High Point II, een chic, door hemzelf ontworpen gebouw bovenop een heuvel in de Londense buitenwijk Highgate. Nu woont hij in een vervallen winkelstraat in Bristol. Ik kan nauwelijks geloven dat de negentigjarige, van oorsprong Russische architect hier woont en voor de zekerheid zoek ik in een naburige pizzeria zijn adres op in het telefoonboek. Het blijkt te kloppen. Maar als ik aan zijn huis heb aangebeld en er niet wordt opengedaan, begin ik weer te twijfelen. Ik sta al op het punt om teleurgesteld af te druipen, wanneer een oude, breekbare man de deur opent. Hij excuseert zich omstandig dat hij mij zo lang heeft laten wachten. Gisteren heeft hij een elektrische rolstoel gekregen, legt hij uit, en hij kan er nog niet zo goed mee omgaan.

In het piepkleine tweekamerappartement wijst weinig erop dat hier de man woont die zo'n belangrijke rol heeft gespeeld in de moderne architectuur in Engeland. Alleen een speelgoedpinguin en een grote zwart-wit foto van de betonnen trap in aanbouw van de Bevin Court-flat in Londen herinneren aan zijn verleden. Die trap beschouwt hij samen met het pinguinverblijf, de penguin pond, in de Londense Zoo als zijn beste werk, vertelt hij. 'Een paar jaar geleden was ik met een groep Franse architecten in de hal van Bevin Court, toen er een oude vrouw binnenkwam. Ze was bepakt en bezakt met boodschappen, maar ging toch niet met de lift naar boven. Ik vroeg haar waarom ze de lift niet gebruikte. Ze keek me aan alsof ik een stuk oud vuil was. 'Meneer', zei ze, 'ik houd van die trap.'

Het is het mooiste compliment uit mijn carriere.' Zoals zoveel aanhangers van het Nieuwe Bouwen was (en is) hij een overtuigd socialist die met zijn werk de wereld wilde verbeteren. Toch verliet hij Rusland al in 1921, vier jaar nadat daar een van de grootste wereldverbeteringsexperimenten uit de geschiedenis was begonnen. De belangrijkste reden was dat in Rusland nauwelijks iets te leren viel over moderne bouwtechnieken met beton. Maar ook andere, meer politieke overwegingen speelden een rol bij zijn vertrek: 'Ik studeerde aan de SVOMAS in Leningrad, de vrije ateliers, een losse school waar iedereen les kon krijgen. We waren enthousiast over de Oktoberrevolutie. Wij, jongeren, hoopten dat de dynamiek van de nieuwe kunst, het constructivisme, het gewone volk zou opwekken. Maar de bolsjewieken moesten er weinig van hebben. Ze zeiden dat we geen kunst voor de toekomst moesten maken maar voor vandaag: de toekomst zou wel voor zichzelf zorgen. We hadden onze hoop op Trotski gevestigd. Hij was eigenlijk de enige machtige bolsjewiek die echt geinteresseerd was in kunst en we dachten dat hij aan onze kant stond. We hadden hem daarom uitgenodigd voor de opening van een tentoonstelling en hoopten dat hij een pleidooi voor onze kunst zou houden. Maar hij zei: 'Kameraden, we zijn vuil en wat we nodig hebben, is niet moderne kunst maar zeep.'

Stalin

Na zijn vertrek uit Rusland kwam Lubetkin via Berlijn, Wenen en Warschau in 1925 terecht in Parijs, waar hij de supervisie kreeg over de bouw van het door Konstantin Melnikov ontworpen Sovjetpaviljoen voor de Wereldtentoonstelling. Hij bleef er hangen en volgde lessen bij Auguste Perret en aan de Ecole Superieure du Beton Arme. Eind jaren twintig kreeg hij er zijn eerste opdrachten. Toch voelde hij zich niet thuis in het 'oppervlakkige en zelfgenoegzame Parijs'. Even heeft hij zelfs overwogen om terug te keren naar de Sovjet-Unie, maar dat was door Stalin onmogelijk geworden: 'Iedereen die toen goed de kranten las, kon al weten dat het in Rusland verkeerd was gegaan. Teruggaan naar Rusland was kiezen voor de dood, ' zegt hij nu. En dus vestigde hij zich in 1931 in Engeland. Op het eerste gezicht een vreemde keuze, want in het traditioneel ingestelde Engeland vond Lubetkin weinig geestverwanten. Nog minder dan op het continent was in Engeland de zakelijke, geometrische architectuur van het Nieuwe Bouwen aangeslagen. Walter Gropius en Erich Mendelssohn, twee leidende figuren van het Duitse Nieuwe Bouwen die voor Hitler naar Engeland vluchtten, hielden het er niet langer dan een paar jaar uit. Maar Lubetkin bleef, hij voelde zich thuis in het pragmatische Engeland, 'het enige land waar nog common sense heerste.'Lubetkins eerste Engelse clienten waren dieren. In 1933 bouwde hij met zijn inmiddels opgerichte architectencollectief Tecton een onderkomen voor gorilla's in de Londense Zoo. Een jaar later volgde een verblijf voor de pinguins. Dierverblijven werden Lubetkins specialisme: de dierentuinen van Whipsnade en Dudley werden in de jaren dertig geheel door hem ontworpen.

Voor sommige critici was dit aanleiding om smalend op te merken dat moderne architectuur alleen geschikt was voor dieren. Lubetkin haalt nu zijn schouders op over deze kritiek. Voor hem bestaat er geen principieel verschil tussen het bouwen voor dieren en mensen. 'In beide gevallen deden we eerst uitgebreid onderzoek naar de behoeften van de toekomstige bewoners. Daarna probeerden we de beste oplossingen voor de vervulling van die behoeften te vinden. Het enige verschil is dat dieren niet klagen.' Lubetkins mooiste dierverblijf is de penguin pond in de Londense dierentuin. Anders dan tegenwoordig gebruikelijk is, heeft hij hierin geen enkele poging gedaan de natuurlijke omgeving na te bootsen. Toch ademt het onderkomen door zijn geometrische helderheid een Zuidpoolsfeer. Het bestaat uit een ovaalvormig bassin waarin twee spiraalvormige, 14 meter lange rampes tegen elkaar indraaien. Doordat deze betonnen hellingen dank zij een ingenieuze constructie tussen begin- en eindpunten nergens ondersteund hoeven worden, maken ze een zwierige, bijna gewichtloze indruk. Lubetkin hoopte dat de pinguins achter elkaar als koddige Londense bankemployes over de spiralen naar beneden zouden waggelen. Toen ik de dierentuin afgelopen zomer bezocht, heb ik het de pinguins niet zien doen. Het was te warm en de vogels lagen op de spiralen te luieren in de zon.

Verval

Zoals zoveel gebouwen van het Nieuwe Bouwen raakte het pinguinverblijf vrij snel in verval. Maar drie jaar geleden werd het inmiddels tot monument verklaarde gebouwtje voorbeeldig gerestaureerd. Ook Lubetkin, die als adviseur bij de restauratie was betrokken, is tevreden. De bodem van het waterbassin is weer bedekt met lichtblauwe tegeltjes en de randen van het bassin hebben hun mooie, zachtrode kleur teruggekregen. En op de pinguinuitwerpselen na is de trap weer smetteloos grijs en zijn de wanden poolwit. Ik kan me goed voorstellen dat het tijdschrift Mother and Child in 1938 over het pinguinverblijf schreef: 'Vele Londenaren zijn jaloers op de pinguins wanneer ze als pijlen door het blauwe water schieten en zich een weg banen over de gebogen rampes; ze vragen zich af waarom mensen niet evenveel recht hebben op een omgeving die perfect is afgestemd op hun behoeften.' Welgestelde Britten hadden dat recht wel. In 1938 had Lubetkin al een aantal villa's en luxe appartementen gerealiseerd met Highpoint I en II als hoogtepunten. Vooral Highpoint I uit 1935, een wit gebouw van zeven verdiepingen, doet met zijn strookramen, daktuin en kolommen waarop het gebouw rust, denken aan het werk van Le Corbusier. Dat viel Le Corbusier zelf ook op toen hij in Londen was en hij was vol lof over het gebouw. 'We vinden in Highgate de kiem iets van een nieuwe traditie, van de verticale cite jardin tegenover de gebruikelijke horizontaliteit, ' schreef hij, 'Ik droom er al lang van om zulke onderkomens te bouwen. Het gebouw in Highgate is een succes van de eerste orde, een baken dat nuttig is voor ons allemaal.'

Als ik Lubetkin vertel over Le Corbusiers compliment, lijkt dat hem koud te laten: 'Mooie woorden, maar Le Corbusier was niet een goed voorbeeld van een wijze man. Hij was een groot architect, maar een politieke onbenul. In de tijd dat hij Engeland bezocht, geloofde hij dat Mussolini de enige Europese staatsman was die orde op zaken kon stellen. Hij had een zwak voor autoritaire regimes. Een paar jaar eerder had hij een grote opdracht in Moskou gekregen en was hij juist vol lof over het Stalinbewind.' Hoewel het in Highpoint I ging om luxe appartementen, probeerde Lubetkin er toch iets van zijn socialistische idealisme te realiseren. Hij wist de opdrachtgever ervan te overtuigen dat mensen uit alle klassen in het gebouw moesten wonen. De aannemer kreeg hij zover een paar appartementen onder de prijs te bouwen, zodat ze tegen een lage huur aan arbeidersgezinnen konden worden verhuurd. Maar de arbeiders voelden zich tussen de intellectuelen van Highpoint I niet thuis en waren al snel vertrokken. Nu wordt het gebouw alleen bewoond door rijke Londenaren. Ze hebben hun witte bastion prachtig onderhouden. Restauratie is niet nodig en samen met het buurgebouw Highpoint II staat het inmiddels tot monument verklaarde gebouw te stralen op de heuveltop in Highgate.

Highpoint II, uit 1938, is vooral berucht geworden door de kopieen van de kariatiden van het Erechteion die Lubetkin gebruikte als steunen voor de grote luifel voor de ingang van het gebouw. Ze waren niet alleen bedoeld als antwoord op het geklaag van critici over het ontraditionele karakter van Highpoint I, maar ook als een provocatie van zijn streng functionalistische collega's. Volgens Lubetkin wilden de functionalisten een te radicale breuk met het verleden. 'Ze konden geen onderscheid maken tussen de reactionaire en debiele elementen van de Beaux Arts en de grote klassieke traditie, ' zegt de architect, die er zich nog steeds kwaad over kan maken. 'Het functionalisme is de beste methode om de architectuur te beroven van haar rijkdom. Kijk maar naar die rampzalige woonwijken uit de jaren vijftig en zestig. Ik ben altijd voor een rationele architectuur geweest. De rede is ons enige houvast in deze wereld en de heldere, geometrische vormen van de moderne architectuur zijn voor mij symbolen van de wil van de mens om zijn omgeving te vormen, om orde in de chaos te brengen. Maar een rationele benadering sluit emotie niet uit. Elke kunstzinnige schepping begint met een emotionele impuls. En architectuur is uiteindelijk een kunst en niet een wetenschap zoals de functionalisten beweerden.'

In de tweede helft van de jaren dertig kon Lubetkin zich eindelijk wijden aan architectuur voor arbeiders. In 1935 ontwierp hij in opdracht van de linkse Londense deelgemeente Finsbury een gezondheidscentrum. De onversierde geometrische vormen en de klassiek-symmetrische maken het Finsbury Health Center tot een echt Lubetkin-gebouw. Het kreeg de vorm van een grote megafoon die tussen de deprimerende huurkazernes van Finsbury een gezonde, hygienische toekomst aankondigde. Nu ziet het gezondheidscentrum er aan de buitenkant even deprimerend uit als de woonkazernes toen: het stucwerk en de tegels zijn gebarsten en hier en daar zijn de stalen draden van het gewapend beton zichtbaar. In het interieur, dat in 1982 werd opgeknapt, is wel nog veel van de oude helderheid bewaard gebleven. De buitenwand van de hal bestaat weer helemaal uit glasblokken en de koperen onderkanten van de voor de rest lichtblauwe kolommen zijn keurig opgepoetst. Het Finsbury Health Center was het begin van de renovatie van het verpauperde Finsbury, waarvan door de Tweede Wereldoorlog niet veel terecht is gekomen. Lubetkin ontwierp in Finsbury en andere Londense wijken vier sociale woningbouwcomplexen die pas na de oorlog in 'uitgeklede' versies werden voltooid. Toch is er in de flats van Priory Green en Spa Green nog iets te zien van Lubetkins Utopia. Hij heeft zijn best gedaan om eentonigheid te vermijden en vooral in het Spa Green-complex vallen de sculpturale details op. Zo is de achterkant van een van de woonblokken voorzien van een vreemde, gebogen betonnen luifel die weinig beschutting tegen de regen voor de twee kleine bankjes eronder.

Varkens

Waren Lubetkins ervaringen met sociale woningbouw in Londen al teleurstellend, de bouw van de nieuwe, door Lubetkin ontworpen mijnwerkersstad Peterlee in het Noorden van Engeland liep uit op een ramp. Steeds weer moesten de plannen worden gewijzigd tot van het oorspronkelijke ontwerp bijna niets meer over was. Uit onvrede nam Lubetkin in de jaren vijftig een rigoureuze beslissing: hij hield de architectuur voor gezien en wijdde zich geheel aan de varkensfokkerij die hij was begonnen aan het begin van de oorlog toen het werk voor architecten terugliep. Lubetkin: 'Toen de moderne architectuur min of meer tot norm werd verheven, werd de bouwkunst conformistisch. Alles werd gereguleerd en voorgeschreven, van de maten van de balkons tot de ramen. De moderne architectuur werd bureaucratisch en dat was nu precies wat ik niet wilde. Anders had ik net zo goed terug kunnen gaan naar Rusland. Peterlee zorgde ervoor dat ik een hekel kreeg aan de officiele architectuur. Ik kreeg te maken met aannemers en ambtenaren die beschaafd lijken maar zo oerstom zijn dat je volkomen verlamd raakt. Varkens zijn meer voor rede vatbaar dan aannemers en ambtenaren.' Toch kon Lubetkin het niet helemaal laten om zich met architectuur te bemoeien. In lezingen en artikelen bleef hij zijn onveranderde opvattingen over architectuur weergeven en hij was een van de felste deelnemers aan het nationale Engelse debat over moderne architectuur dat begon met een toespraak van Prince Charles in 1984. Volgens de kroonprins hadden de betonnen kolossen van de moderne architecten meer schade aangericht in Londen dan de bombardementen van de nazi's. Het werd hoog tijd, vond de prins, om terug te keren naar een humane, op de klassieke traditie gebaseerde architectuur. Lubetkin was een van de architecten die zich voelden aangesproken en diende Prince Charles weinig zachtzinnig van repliek. De prins leek op Stalin, schreef hij, want die hield ook zo van zuilen, pedimenten en schuine daken. 'Het is een pleidooi voor een reactionaire architectuur die net zo leugenachtig is als de huidige tijd, ' zegt Lubetkin nu over het pleidooi van de prins. 'Architectuur is net als alle andere kunsten een afspiegeling van de samenleving. En in een tijd dat het Britse Imperium steeds verder uit elkaar valt en de sociale tegenstellingen door het Thatcher-beleid steeds groter worden, kun je moeilijk verwachten dat er schitterende, gevoelige architectuur wordt gemaakt.'

Op mijn voorzichtige vaststelling dat volgens die opvatting elke periode de architectuur krijgt die zij verdient en dat het dus weinig zin heeft zo tekeer te gaan tegen Prince Charlie, zoals Lubetkin de kroonprins consequent noemt, reageert hij geprikkeld: 'My dear, u hebt er niet veel van begrepen. Ik ben geen determinist en zal nooit beweren dat de architectuur voor honderd procent door de politiek-economische verhoudingen wordt bepaald. Anders had ik zelf in de jaren dertig nooit kunnen bouwen. Architectuur kan en moet een middel zijn om voor de vooruitgang te vechten.' De eerste internationale DOCOMOMO-conferentie, gewijd aan de documentatie en het behoud van gebouwen van de moderne beweging, zal van 12 tot en met 14 september worden gehouden in het POC-gebouw in Eindhoven.

    • Bernard Hulsman