Stop

Twee stoppen vertelden moppen in de stoppenkast. 'Hoe heet het als je met een andere stop een praatje aanknoopt?', vroeg de een. 'Weet ik niet', zei de ander. 'Stopcontact! En weet je dan hoe het heet als een stop zijn werk goed doet?' 'Nee', zuchtte de andere stop. 'Een doorslaand succes!' Vandaag gaan we een stop maken van een draadje staalwol. We hebben nodig: een platte 4,5 volts zaklantaarnbatterij, twee stukjes geisoleerd koperdraad van zo'n tien centimeter lang, een porseleinen bord, een plukje staalwol en een schaar.

Pulk uit het plukje een enkel draadje en leg het uitgestrekt neer op het bord. Ontbloot met de schaar de uiteinden van de stukjes koperdraad. Maak de draden vast aan de polen van de batterij een draad aan de ene pool en een aan de andere. Zorg dat de draden en de polen goed contact maken.

Pak nu de beide draden vast en houd de uiteinden tegen de beide kanten van het draadje staalwol. Flits! Het draadje vlamt op en brandt door, of liever: slaat door!Het staalwoldraadje is zo dun, dat er maar heel weinig stroom doorheen kan. Die 4,5 volt uit de zaklantaarnbatterij is al te veel voor het draadje, zodat het in een oogwenk heet wordt en smelt.

Eigenlijk is het staalwoldraadje een soort stroomschakelaar: het verbreekt het elektrische contact als er te veel stroom doorheen gaat. Er kwam veel stroom uit de batterij, omdat de polen bijna meteen waren kortgesloten er zat alleen maar een beetje draad tussen. Die draad heeft weinig elektrische weerstand en geleidt dus veel stroom.

Als je tussen de polen van de batterij een lampje zou schakelen, zou er meer weerstand zijn en minder stroom lopen. Het draadje staalwol zou dan misschien wel heel blijven.

De stoppen in de stoppenkast werken net zoals het draadje staalwol. Ze bestaan ook uit een kort stukje draad dat gauw smelt en in plaats van een porseleinen bord eronder, zit er een porseleinen huls omheen, die er voor zorgt dat de draad geen brand kan veroorzaken als hij doorsmelt.

Vanuit de straat komt in het elektriciteitskastje van elk huis een kabel binnen met een plus- en een minpool, net als de polen van de zaklantaarnbatterij. Vanaf het kastje vertakken de beide polen zich naar de stopcontacten, elk met hun eigen plus- en minpool. Steek je geen stekker in het stopcontact, dan loopt er natuurlijk geen stroom. Laat je een lamp branden of gebruik je een huishoudelijk apparaat, dan gaat er stroom van de ene pool naar de andere. Door de weerstand die hij van de lampen en apparaten ondervindt, kan deze niet al te hoog oplopen.

Maar als de elektriciteitsdraden elkaar ergens voor de lamp of het apparaat raken, heb je kortsluiting. Dan is er plotseling heel weinig weerstand en gaat er heel veel stroom lopen. Dat kan erg gevaarlijk zijn, want de draden kunnen heet worden, de isolatie kan in de fik vliegen en dan heb je zo brand.

Als je nu een stop hebt die doorbrandt als de stroom te veel wordt, heb je een soort veiligheidsklep. Door van te voren op een beschermde plek een zwakke plek te maken, zorg je dat de draad alleen maar op een plaats door kan branden en dat daarbij de stroom meteen wordt uitgeschakeld. Een ander idee is de lekschakelaar, maar daar wil ik het nu niet over hebben.

Stoppen bestaan al meer dan een eeuw. De Amerikaanse uitvinder Thomas Edison kreeg er in 1880 een patent op.

    • Felix Eijgenraam